'Ik heb schijt aan de tijdsgeest' - Interview met Hans Visser

From Brongersma
Jump to: navigation, search

"Ik kom uit een cultuur waarin het genot wordt afgewezen. Genot is niet goed, die veronderstelling zit in het christendom ingebakken en daar heb ik mee afgerekend. Genot is soms wél goed. Tegelijk vertegenwoordigt het een kwaad dat moet worden gestuurd. Laat ik dat na, dan gaat het genot met mij aan de slag en loopt het niet goed af. Er zijn dus grenzen aan genot.

Na een periode van de absolute moraal uit mijn opvoeding, een moraal met verstikkende trekjes, kwam er een soort genotsdoorbraak, een periode van immoralisme. Je hebt gelijk als je zegt dat ik daarmee heel veel hedonisme heb toegelaten - die polygamie heeft ook veel verdriet en teleurstelling opgeleverd - maar ik heb uiteindelijk niet gekozen voor het onbeperkte genot: dat is een rampenplan. Tot mijn verbazing heb ik ook bij mezelf gemerkt dat wanneer mensen een rivier oversteken en nieuw land betreden, ze toch weer op zoek gaan naar een moraal. Om het leven richting te geven.

Een vrijbuiter ben ik, ook in religieus opzicht. Sören Kierkegaard zei ooit: tamme ganzen worden nooit wild, maar wilde lopen het gevaar tam te worden. Ik heb er altijd voor gekozen een wilde gans te blijven, maar ik weet hoeveel vertammingsverleidingen er zijn. En wanneer ik merk dat die vertamming toeslaat, dan vlieg ik weg."

bron: < "Ik heb schijt aan de tijdsgeest". Interview met Hans Visser > door Leon Verdonschot; www.leonverdonschot.nl/content/view/18/39/; Gepubliceerd in Dif nr. 1; 2003