'Soms is er meer, als we elkaar lief vinden'

From Brongersma
Jump to: navigation, search

De jongen uit het vlak bij de legerplaats gelegen dorp is vijftien. "Het was een volstrekt natuurlijke ontmoeting. Hij hield even veel van de natuur als ik, wist bijvoorbeeld ook het verschil tussen oude en jonge eekhoorns. Daarom gingen we het bos in. In de natuur groeiden we naar elkaar toe. We hadden volstrekt niet het gevoel dat we iets verkeerds deden, integendeel. Het hoorde helemaal zo te zijn". Opeens de arrestatie door de marechaussee. Mensen uit het dorp hadden het tweetal samen gezien. "In die cel realiseerde ik me: het is iets wat niet mag. In die tijd was er een hetze tegen wat kinderlokkers werden genoemd. Maar ik had niemand gelokt, niemand onder dwang gezet. De zaak kwam voor het Hoog Militair Gerechtshof. M'n toegewezen advocaat leek wel een aanklager. In plaats van me te verdedigen sprak hij van een ziekelijke afwijking. Anderhalf jaar gevangenisstraf en onvoorwaardelijke terbeschikkingstelling van de regering werd geëist. Ik schrok me wezenloos. TBR is iets voor een misdadiger, werd in die dagen algemeen aangenomen".

"Het ergst was de confrontatie. M'n vriendje dat door een luikje naar mij moest kijken. Of ik het wel was. Vreselijk was dat. Is het dan toch slecht of verkeerd, dacht ik. Ik raakte in een crisis. Want hoe ik er ook over nadacht, ik kon het onmogelijk als iets slechts of verkeerds zien, integendeel. M'n ouders hebben gelukkig bij het hoger beroep voor een goede advocaat gezorgd. Wellicht dat ik daardoor geen TBR kreeg". Hij moest negen maanden zitten. [...]

"Als ik denk dat het in het voordeel van het kind is neem ik het risico . Dan stap ik in de auto en rijd naar de school of de ouders om het voor het kind op te nemen. Dat doe ik ook voor meisjes uit de buurt, waar ik dan toevallig niet op val. Ik doe zulke dingen niet om voor me zelf in een goed blaadje bij die kinderen te komen. Slijmen doe ik niet met ze". "Weet je wat het is? Ik ben gewoon gek op kinderen".

bron: Artikel < 'Soms is er meer, als we elkaar lief vinden' > door Pieter van der Vliet; Utrechts Nieuwsblad: 7 april 1979