Advies van de NVSH aan de Vaste Kamercommissie van Justitie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Het enkele bestaan van een "risico van schade" rechtvaardigt nog niet het ingrijpen door de overheid, zeker niet middels het strafrecht, dat immers - zoals de commissie-Melai terecht stelt - een uiterst middel is. Als dit anders was zouden ook het wegverkeer en het ouderschap en meer zaken verboden moeten worden. Pas wanneer de (mogelijkheid van) schade te groot wordt en er geen duidelijke voordelen tegenover staan zal de overheid maatregelen moeten nemen om het risico te weren. Een zeer zwakke stee in het wetsontwerp en de memorie van toelichting is daarom het geheel ontbreken van een overweging in hoeverre een afbeelding of voorwerp zo schadelijk kan zijn voor een jongere dat dit strafrechtelijk ingrijpen zou rechtvaardigen. In de memorie van toelichting wordt dit slechts afgedaan als "waarschijnlijk nader onderzoek vergende".

Men bedenke zich dat nog in 1973 de commissie-Melai bescherming van kinderen tegen confrontatie met een naaktstrand wenselijk achtte, een opvatting die nu uiteraard ook door de minister wordt verworpen. Maar was in 1973 een naaktstrand schadelijk voor een kind, in tegenstelling tot thans? Natuurlijk niet: De normen van volwassenen zijn veranderd. Zo betrekkelijk is het begrip "schadelijk". Waaraan valt nu te denken inzake confrontatie van kinderen met pornografie? Als algemene regel kan gesteld worden dat een kind niet of afwijzend reageert op seksuele situaties waar het nog niet aan toe is. Een kleuter zal niet of nauwelijks reageren op een seksblaadje. Een ouder kind daarentegen kan wel degelijk seksueel geprikkeld worden wanneer het zoiets ziet, of op zijn minst geïnteresseerd. Wie seksualiteit als een positieve waarde in het leven ziet zal ook deze seksuele opwinding in het kind allerminst als iets schadelijks of verkeerds ervaren.

bron: Uit de brief 'Advies van de NVSH aan de Vaste Kamercommissie van Justitie inzake wetsontwerp 15 836' door A.C.M.J. van de Loo (algemeen voorzitter NVSH), Ondertekend voor deze door: J.G. v.d. Velden (coördinator); 12 december 1979