Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Seks onder je 25e 2017 is een grootschalig representatief onderzoek naar de seksuele gezondheid van jongeren van 12 tot 25 jaar in Nederland. In 2005 deden bijna 5000 jongeren voor de eerste keer mee aan een dergelijk onderzoek (De Graaf, Meijer, Poelman & Vanwesenbeeck, 2005). In 2012 waren dit bijna 8000 jongeren (De Graaf, Kruijer, Van Acker & Meijer, 2012). In 2017 hebben 15 van de 25 GGD'en gebruik gemaakt van de mogelijkheid om zicht te krijgen op de seksuele gezondheid van jongeren in hun eigen regio met een opgehoogde steekproef. Mede dankzij deze regionale ophogingen hebben 20.500 jongeren een digitale vragenlijst ingevuld met vragen over een breed scala van aan seksualiteit gerelateerde thema's. Jongeren werden zowel via scholen voor voortgezet onderwijs als via een door het CBS getrokken steekproef uit de gemeentelijke basis administraties (GBA) geworven. De steekproef is representatief voor de populatie jongeren van 12 tot 25 jaar in Nederland. [...]

Jongeren beginnen later aan seks. Met 18,6 jaar heeft de helft van de jongeren geslachtsgemeenschap gehad, in 2012 was dat nog met 17,1 jaar. Deze trend geldt voor alle vormen van seks: ook de eerste ervaringen met tongzoenen, voelen en strelen, vingeren en aftrekken en orale seks vinden een tot anderhalf jaar later plaats dan vijf jaar geleden. Nu heeft de helft van de jongeren met 15,8 jaar getongzoend. Bijna een jaar later (met 16,5 jaar) heeft de helft wel eens gevoeld en gestreeld. Weer ruim een jaar later (met 17,6 jaar) heeft de helft van de jongeren ervaring met vingeren of aftrekken en met 18,2 jaar heeft de helft van de jongeren ervaring met orale seks. Op basis van Seks onder je 25e is moeilijk te zeggen waar deze verschuiving vandaan komt. Van de jongeren die geen seks hebben zegt 46% van de jongens en 59% van de meisjes dat ze zichzelf te jong vinden. Mogelijk hanteren jongeren nu een andere norm ten aanzien van de leeftijd waarop jongeren seks horen te hebben. Het opschuiven van de leeftijd van de eerste keer seks is niet direct 'goed' of 'slecht'. Wel positief is dat hierdoor de groep jonge starters (jongeren die hun eerste geslachtsgemeenschap voor het 14e jaar hebben) kleiner is geworden. Dit is een gunstige trend, omdat jonge starters minder weerbaar zijn en zichzelf minder goed beschermen tegen ongeplande zwangerschap en soa (zie verderop in deze samenvatting bij 'groepen die aandacht blijven behoeven'). [...]

De sekseverschillen in genieten van seks zijn opvallend klein. Jongens en meisjes lijken op dit vlak dichter bij elkaar te zijn gekomen. Het onderzoek laat ook zien dat praten met de laatste partner samenhangt met meer seksueel plezier. Het is daarom gunstig dat de groep jongeren die regelmatig aan hun partner vraagt wat hij of zij lekker vindt iets groter is geworden. [...]

Het aantal jongeren dat uitingen van homoseksualiteit afkeurt is sterk gedaald. In 2012 keurde de helft van de jongens en een kwart van de meisjes het af als twee jongens elkaar zoenen op straat, in 2017 is dat percentage vrijwel gehalveerd. [...]

Vier procent van de jongens en 3% van de meisjes voelt zich ook, vooral of uitsluitend seksueel aangetrokken tot seksegenoten. Deze homoseksuele, lesbische en biseksuele jongeren verschillen op een aantal punten van heteroseksuele jongeren. In 2017 werd voor het eerst de context van de eerste keer seks met een seksegenoot in kaart gebracht en die verschilt op een aantal punten aanzienlijk van de eerste keer in een hetero context. De eerste seks met een seksegenoot komt bijvoorbeeld vaker geheel onverwacht en de ander is vaker een losse partner en/of onbekende. Grote verschillen tussen homo- en biseksuele en heteroseksuele jongens zijn ook te zien in het gebruik van online media in relatie tot seks. Van de homo- en biseksuele jongens van 17 jaar en ouder heeft 44% in de afgelopen 6 maanden seks gehad met iemand die ze via een datingapp hadden leren kennen. Bij heteroseksuele jongens is dat 6%. Ook heeft 72% van de homo- en biseksuele jongens ervaring met sexting in het afgelopen half jaar, tegenover 44% van de heterojongens. Jongens die seks hebben met jongens of mannen verdienen extra aandacht als het gaat om soa en hiv. Voorafgaand aan de eerste keer seks met een jongen of man praat een minderheid (31%) over het voorkomen van soa of hiv. Bij de eerste keer orale of anale seks met een jongen of man gebruikte 61% geen condoom en 39% gebruikte nooit condooms met de laatste mannelijke sekspartner. Ook laten homo- en biseksuele jongens zich vaker testen op soa en/of hiv dan heteroseksuele jongens en er wordt vaker een soa bij hen vastgesteld. Ten slotte krijgen vooral homo- en biseksuele jongens veelvuldig te maken met discriminatie en geweld. Twee op de vijf werd wel eens uitgescholden vanwege de seksuele voorkeur, een op de zes werd wel eens bedreigd en een op de negen is wel eens geschopt en geslagen. Lesbische en biseksuele meisjes krijgen hier minder mee te maken. [...]

De attitude ten aanzien van seks zonder relatie of liefde is toleranter geworden. Nu keurt 59% van de jongens en 44% van de meisjes seks zonder verliefdheid goed, in 2012 was dat respectievelijk 44% en 25%. Dit wil overigens niet zeggen dat meer jongeren het voor zichzelf prettig vinden om seks te hebben met iemand op wie ze niet verliefd zijn. De meeste jongeren hebben nog steeds seks binnen een langdurige, vaste relatie. Toch lijken de opvattingen over seks zonder liefde ook door te werken in de seksuele relaties van jongeren zelf. Het percentage jongeren die een monogame, vaste relatie hadden met de laatste sekspartner is afgenomen en de laatste sekspartner is vergeleken met 2012 nu voor meer jongeren een one-night stand, een losse partner met wie men vaker seks had, of een vaste partner naast wie men ook seks had met anderen. Wellicht heeft dit iets te maken met het gebruik van online media voor het zoeken, vinden en ontmoeten van partners. Datingapp-contacten zijn – overigens net als contacten in het uitgaansleven en op vakantie - vaker los, snel en kortdurend dan bijvoorbeeld contacten via school of vrienden. Toch is nog meer dan de helft van de 'tinderdates' een vaste, monogame partner en 41% van deze relaties duurde minstens een jaar. [...]

Onder 12-14 jarigen zijn maar weinig jongeren seksueel actief. Drie procent van de jongens en 2% van de meisjes van deze leeftijd heeft ervaring met geslachtsgemeenschap. Deze groep is vergeleken met 2012 ook kleiner geworden. Toch verdient deze groep extra aandacht in voorlichting, hulpverlening en beleid. De kleine groep die op deze leeftijd wél seksueel actief is, lijkt namelijk minder te zijn toegerust om een seksueel contact veilig, prettig en gewenst te laten zijn. Jongeren van 12-14 jaar hebben vergeleken met oudere jongeren minder kennis over seks, soa's en anticonceptie. Ze geven ook aan minder informatie te hebben gekregen op school, waarderen de informatie die ze hebben gekregen lager, zoeken minder online naar informatie en praten minder over seksualiteit met ouders of vrienden. Als ze porno kijken, geven ze vaker dan oudere jongeren aan dat ze de beelden leerzaam en realistisch vinden. Een op de drie jongeren in deze leeftijdsgroep zegt dat je van porno leert wat seks is of wat je moet doen tijdens seks. Jonge starters geven relatief vaak redenen voor de eerste geslachtsgemeenschap die niet helemaal voorkomen uit het eigen verlangen om seks te hebben, zoals 'ik wilde de ander een plezier doen' of 'Ik dacht dat iedereen het al had gedaan'. Meisjes die voor hun 14e jaar seks hadden werden bij de eerste geslachtsgemeenschap vaker overgehaald. Seksueel ervaren 12- tot en met 14-jarigen denken minder positief over seks en ervaren minder plezier tijdens seks. Bovendien beschermen jongeren zichzelf minder goed tegen zwangerschap en jongens ook minder goed tegen soa wanneer de eerste keer voor het 14e jaar plaatsvindt. [...]

Het beeld wat in deze groepen [Zeer christelijke en islamitische jongeren] naar voren komt, lijkt sterk op het beeld onder jongeren van Marokkaanse en Turkse afkomst. Deze jongeren zijn vergeleken met andere jongeren conservatiever in hun opvattingen over seks voor het huwelijk of seks zonder verliefdheid. Ze hebben minder seksuele ervaring - zowel online als offline - dan andere jongeren van dezelfde leeftijd. De reden hiervoor is vooral dat ze eerst getrouwd willen zijn (dat geldt voor 63% van de zeer christelijke en 55% van de islamitische jongeren in deze groep). Zeer christelijke meisjes die wel ervaring hebben met seks geven iets vaker aan dat ze de eerste keer werden overgehaald. Dat deze groepen minder experimenteren met seks is zichtbaar in allerlei ervaringen. Ze hebben minder wisselende sekspartners, minder vaak seks onder invloed, minder frequent soloseks of seks met een partner en seksuele ervaringen online. Zeer christelijke en islamitische jongeren denken minder positief over seks en beleven minder plezier aan seks met laatste sekspartner. Wel zijn deze jongeren iets meer tevreden over hun lichaam dan niet-gelovige of een beetje christelijke jongeren. Zeer christelijke en islamitische jongeren praten iets minder met hun ouders en vrienden over seksualiteit en Jongeren met een Turkse of Marokkaanse achtergrond zijn conservatiever in hun opvattingen over seks en dit vertaald zich in hun gedrag. Binnen de groep 12- tot en met 17-jarigen hebben jongens én meisjes van Turkse en Marokkaanse afkomst minder ervaring met relaties en vrijwel alle vormen van seks. Mede hierdoor lijkt het risico op soa/hiv onder Turkse en Marokkaanse jongeren iets lager dan bij andere jongeren. Turkse en Marokkaanse jongens gebruiken bijvoorbeeld vaker altijd condooms met de laatste sekspartner. Turkse jongeren en Marokkaanse meisjes laten zich wel minder vaak testen op soa, maar dat is vanwege de lagere seksuele activiteit in deze groep wellicht ook minder vaak nodig. [...]

Deze jongeren [Hoog opgeleide jongeren] masturberen vaker en hebben vaker seks dan laag opgeleide jongeren. Ze hebben meer sekspartners, zowel in hun leven als in het afgelopen jaar. Ze staan positiever tegenover seks voor het huwelijk of seks zonder verliefdheid, denken positiever over seks in algemene zin en ervaren meer seksueel plezier tijdens seks met de laatste sekspartner. Vergeleken met laag opgeleide jongeren hebben ze vaker seks onder invloed van alcohol of drugs, gebruiken ze vaker een datingapp (ook voor daadwerkelijke afspraakjes en seks) en maken en versturen ze vaker seksueel getinte beelden van zichzelf. Ook praten ze vaker met hun ouders, vrienden en laatste sekspartner over seksualiteit. Deze hoge mate van seksuele activiteit en positieve houding tegenover seks lijkt wel een weerslag te hebben op het soa-risico in deze groep. In deze groep wordt vooral aan het begin van de relatie condooms gebruikt, maar ook minder vaak 'nooit' of 'altijd' dan laag opgeleide jongeren. Ze laten zich vaker testen op soa en hiv en er werd ook relatief vaak een soa vastgesteld (ooit en in het afgelopen jaar). [...]

Negatieve jeugdervaringen (verwaarlozing en psychisch en fysiek geweld thuis voor het 16e jaar) hangen negatief samen met seksuele gezondheid in brede zin. Deze jongeren zijn eerder seksueel actief, kregen vaker te maken met ongeplande zwangerschap en hebben een grotere kans op een negatieve ervaring met sexting of een ervaring met seksuele grensoverschrijding in het algemeen. Ook psychische gezondheid hangt samen met seksuele gezondheid, hoewel hier nog sterker dan bij negatieve jeugdervaringen geldt dat niets gezegd kan worden over de richting van deze verbanden. Zo hangt een minder goede psychische gezondheid samen met een eerdere seksuele start, minder consequent condoomgebruik, vaker testen, meer ervaringen met grensoverschrijding en meer negatieve ervaringen met sexting.

bron: Onderzoek 'Belangrijkste conclusies Seks onder je 25e 2017' door Rutgers & Soa Aids Nederland; content1a.omroep.nl/urishieldv2/l27m695081695d9498a800594a6c15000000.a178a90899da222870096703468cecf2/nos/docs/200617_seks.pdf; Gepubliceerd: 19 juni 2017