Benno Premsela 1920-1997 - Voorvechter van homo-emancipatie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Volgens Benno [Premsela] is zijn vader [Bernard Premsela] inderdaad een gedreven vechter geweest voor een liberaler seksueel klimaat: 'De nieuwe huwelijksmoraal, de kinderbeperking, waarvan hij een voorstander was, waren zware taboes voor de oorlog. Mijn vader had patiënten die wisten van seksualiteit niets.' De wekelijkse radiovoordrachten in de jaren dertig voor de VARA-microfoon waren altijd live en laat op de avond: 'Om kwart voor elf, want kinderen mochten het niet horen. Dat vonden wij al achterlijk.'

Ook in Nederland verwelkomden met name christelijke kringen de eugenetica die Hitler wilde doorvoeren. Homo's hadden gewoon pech gehad, zoals het volgende citaat uit het blad van de protestants christelijke Nederlandsche Middernachtzending nogal naïef illustreert: 'En ik wil niet ontkennen, dat homosexualiteit als vrucht van geboorte kan ontstaan. In dit geval zijn die homosexuelen te beklagen, evenals te beklagen zijn debielen, imbecielen en andere ongelukkigen, die erfelijk belast ter wereld kwamen. Historicus Theo van der Meer heeft er op gewezen dat antihomoseksualiteit, antisemitisme, antisocialisme en anti-intellectualisme in het fascistische geraas moeiteloos in elkaar overgingen. [...] 'Om dit te bereiken [eliminatie van homoseksualiteit door de nazi's] werden homoseksuelen geobserveerd, opgepakt, geregistreerd, strafrechtelijk vervolgd en afgezonderd, moesten ze heropgevoed, gecastreerd en wanneer dat mislukte, vernietigd worden'.

[Benno:] 'Ons is wel verweten dat hoe meer informatie erover komt, des te attenter mensen worden gemaakt. Als je je verstopt ben je onzichtbaar. De emancipatie vergt dus ook zo zijn slachtoffers, dat heb ik me wel gerealiseerd. Maar moesten we het dan maar zo laten?'

Maar als later dat jaar de Kleine Kring [COC-groep] gevraagd wordt een discussieavond te beleggen over pedofilie, 'waarover geregeld vragen komen', en Engelschman aangeeft de bijeenkomst te willen inleiden, is er opnieuw een aanvaring. Benno zag er weinig heil in 'gezien vroegere ervaringen'. De Kleine Kring had geen zin om weer verwikkeld te raken in de oude verleidingsdiscussies van voor de oorlog. Uiteindelijk was men nog niet van 248bis verlost.

[Benno:] 'Het laten voortbestaan van welke vorm van discriminatie dan ook is uiterst gevaarlijk. In mijn opvatting, en die heb ik altijd proberen uit te dragen, leidt discriminatie uiteindelijk tot moord. Daar kan geen twijfel over bestaan. Het begint met woorden. Vervolgens komt er een wet en het eindigt met vernietiging, lichamelijk en geestelijk. [...] Als jood en als homoseksueel, na een Holocaust en een lang nog niet afgesloten strijd voor de rechten van homoseksuele in Nederland weet ik ook heel goed waarover ik het heb.

bron: Citaten uit het boek 'Benno Premsela 1920-1997 - Voorvechter van homo-emancipatie' door Bert Boelaars; Bronnen aangehaalde citaten: zie boek; Uitgeverij THOTH Bussum; 2008