Brief BC Vrouwenzaken COC aan Vereniging Martijn

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Beste mensen,

in het kort een reactie op de brief die MARTIJN aan de SEK stuurde (zie SEK van juni 1988): De Bestuurscommissie Vrouwenzaken van het COC gaat er van uit dat geweld gepaard gaat met seksuele dwang één van de grootste ontkenningen is van het recht op bestaan. Seksueel geweld ontkent dat je iemand bent, iemand die zelf bepaalt wat je wilt en met wie. Een pedofiele relatie heeft vele aspecten, waarvan seksualiteit er één is. Een ander aspect is het verschil in leeftijd en het verschil in leeftijd-fase. Een volwassen mens is "meer-machtig" dan een kind, omdat hij of zij als volwassene meer kennis van de wereld heeft, waarheid en fictie kan scheiden, fysiek vaak de overhand zal hebben, wellicht een maatschappelijke positie heeft ten opzichte van het kind. Daar waar verschil in machtspositie en seksualiteit samengaan is zorgvuldigheid geboden. Om misbruik tegen te gaan.

De BC Vrouwenzaken COC is niet tegen pedoseksualiteit zonder meer. Maar wij verbazen ons er over dat men binnen het COC denkt kritiekloos vóór te moeten zijn. Wij verbazen ons er over dat de discussie over vrijwilligheid en dwang, daar waar er zo duidelijk, per definitie, sprake is van machtsongelijkheid, zo weinig gevoerd wordt. Om misbruik tegen te kunnen gaan moet een beroep gedaan kunnen worden op het recht tot bescherming van de integriteit van het lichaam. Niet om relaties tussen kinderen en volwassenen in de weg te staan, maar om (seksueel) misbruik tegen te kunnen gaan. Daar hebben we een zedenpolitie voor nodig. Een serieus aangifte- en opvangbeleid vergoedt tenminste iets van de schade aan de kant van degene die het geweld onderging. Slachtoffers van potenrammerij kunnen daarover meepraten.

Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor (seksuele) relaties die in vrijheid zijn aangegaan en ondergaan. In die zin pleit óók de BC Vrouwenzaken voor een meer liberale strafwetgeving dan bijvoorbeeld de huidige minister van Justitie. Het recht op vrijheid van seksualiteitsbeleving en de mogelijkheid tot seksueel misbruik liggen in het geval van pedofiele relaties heel dicht bij elkaar. Dat is niemand te verwijten. Maar bij onze beleidsbeïnvloeding naar bondgenoten en beleidsmakers toe, is dat wel ons uitgangspunt.

Namens de BC Vrouwenzaken COC,
L. van Westerlaak

bron: Brief aan bestuur Vereniging MARTIJN; 8 juni 1988