Dadertherapie - 'Ik blijf voor altijd een dader'

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Prof.dr. Ruud Bullens - bijzonder hoogleraar forensische kinder- en jeugdpsychologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, directeur van De Waag, centrum voor ambulante forensische psychiatrie en van het Ambulant Bureau Jeugdwelzijnszorg (ABJ) - is een van de eerste mensen in Nederland die met dadertherapie begonnen zijn. [...]

Waarom misbruikte hij [Paul, naam gefingeerd] vóór zijn behandeling kinderen? 'Ik deed mijn best om dat op allerlei manieren voor mezelf te verantwoorden. Ik las boeken uit de jaren zeventig: vrijheid, blijheid, kinderen hebben ook seksueel gevoel. Er zijn nog steeds mensen die zeggen dat kinderen er geen problemen mee hoeven te hebben als er geen dwang in het spel is. Bij mij was er geen sprake van dwang. Ik zocht bevestiging in de kinderen: de meeste jongens bleven daarna heel aardig tegen me, wilden zelfs blijven slapen, dat vond ik de ultieme bevestiging. Maar er waren ook jongens die daarna afstandelijk reageerden. Die probeerde ik te lijmen. Stiekem wist ik wel dat ik fout bezig was. Een beetje. Maar ik was hard bezig om dat besef weg te duwen.'
Paul meldde zich bij 'een Riagg-achtig iets', maar dat was geen succes. 'Daar probeerden ze mijn pedofiele gedachten uit te bannen of mij zover te krijgen dat ik mezelf zou straffen als ik ze had. Dat werkte niet want ik voelde me al een behoorlijke eikel, dit waren gevoelens waarom ik mezelf al haatte. Als iets niet mag maar je wilt het wel, wordt dat gevoel een tennisbal die je met alle kracht onder water houdt: die komt onvermijdelijk op een moment oncontroleerbaar naar boven knallen.' [...]

Aan het begin van de behandeling hebben de deelnemers een contract ondertekend waarin staat dat de politie wordt ingeschakeld als ze voortijdig de groep verlaten. [...]

Ze vonden hem [Paul] eigenwijs, vertelt hij. 'Ik wilde vasthouden aan het idee dat seks met kinderen niet altijd slecht hoefde te zijn. Niet altijd. [...] Niets was goed wat ik zei, ze zeiden dat ik niet wist wat sociaal gevoel was. Die Geertje, wat een ontzettende bitch was dat, zeg, ik kon haar wel vermoorden. Nu vind ik haar fantastisch.'
Geertje Klijnsma is een van de drie therapeuten die dader behandelen. Ze doet dit werk nu zeven jaar en zegt: 'Je wordt er weleens cynisch van.' Vooral bij nieuwelingen in de groep heeft ze het elke keer weer moeilijk. 'De fase waarin mensen zich als slachtoffer opstellen, de zaken omdraaien en het kind tot dader maken, vind ik heel moeilijk. Dan moet ik me echt inhouden en mezelf toespreken, want het is contraproductief om boos te worden. Die dader wil dat jij boos wordt, want dan kan hij zeggen: zie je wel dat ze allemaal tegen me zijn?'
Elke dader wil het liefst dat hij ziek is, vertelt ze. Want dan kan hij er niets aan doen. 'Maar wij zeggen: je bent niet ziek, je hebt een kronkel in je hoofd en daar ben je zelf verantwoordelijk voor.' [...]

[Paul:] Als het zo mooi was, waarom heb je dan nooit over dat prachtige aspect van die relatie met de ouders gesproken? Waarom heb je een wig gedreven tussen dat joch en zijn ouders, waarom moet hij jaren met dat afschuwelijke geheim rondlopen? Willens en wetens heb je een vertrouwenscrisis bewerkstelligd tussen dat jochie en zijn ouders. Als Paul dan tot het inzicht komt dat hij die baan heeft aangenomen omdat hij toegang wil krijgen tot die kinderen, als dat tot hem doordringt, dan denkt hij: ik ben écht een monster.' [...]

'Mannen zeggen dat ze nooit geweld hebben gebruikt,' zegt Geertje Klijnsma. 'Dan zeg ik: had dat nou maar wel gedaan. Want dan had dat kind geweten dat je een rotzak was, dat herkennen kinderen. Nu heb je "gehechtheidsfraude" gepleegd. Een kind heeft een intern werkmodel: vind me lief, vind me lief! En dat heb je gedaan: je hebt het kind geprezen, voorgetrokken, cadeautjes gegeven - en ondertussen ben je je goddelijke gang gegaan, je hebt gegrááid naar dat kind, je hebt alle grenzen overschreden en het kind heeft het niet geweten.'

bron: Artikel < Dadertherapie - 'Ik blijf voor altijd een dader' > door Lisette 't Hooft; Vrij Nederland; oktober 2000