De betekenis van 'ontucht' bij zedenmisdrijven met kinderen

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Wetenschappelijke onderzoeken en met name de invloed van Freud en Kinsey, bevestigen dat de vooronderstellingen omtrent de a-sexualiteit van het kind onjuist zijn. De Noorse psychiater A. Rasmussen (1934) ging de levensloop na van 54 personen die als kind werden aangerand. Het bleek dat de schade voor de persoonlijke ontwikkeling nihil was. J. M. H. Corstjens hield in 1975 een enquête onder studenten van de Katholieke Universiteit te Nijmegen over sexuele contacten van kinderen met volwassenen. Ruim 13% van de jongens en 18% van de meisjes had als kind één of meerdere sexuele contacten met volwassenen gehad. Dergelijke contacten hadden op de verdere socio-sexuele ontwikkeling geen negatieve invloed. De Engelse psychologe L. Burton vergeleek een groep kinderen die sexueel benaderd werden door volwassenen met een controle-groep (kinderen die niet sexueel benaderd werden). Uit haar onderzoek bleek dat bij kinderen die sexueel benaderd waren door volwassenen, een grotere behoefte bestond aan affectief contact met ouders of andere personen dan bij kinderen uit de controle-groep. Juist de affectieve behoefte van het kind vormde de aanleiding tot het tot stand komen van het sexueel contact.

Uit alle onderzoeken blijkt de positieve betekenis van het sexueel beleven voor de persoonlijkheidsontwikkeling. De zgn. traumatisering van het kind wordt volgens Brongersma veroorzaakt door het verkeerde beeld dat men van een volwassene heeft die sexueel contact zoekt met een kind, de vermeende a-sexualiteit van kind en het omgaan met eigen sexualiteit van degene die oordeelt over zulke contacten. De reactie van het kind wordt voornamelijk bepaald door de schokkende reacties van bijv. ouders, politie, rechter e.d.. met als gevolg een eventuele 'secundaire-traumatisering' bij het kind.

bron: Tekst gebaseerd op artikel 'De betekenis van 'ontucht' bij zedenmisdrijven met kinderen' door E. Brongersma; In 'Een 'nieuwe' zedenwet', infobundel door Stichting Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming WPN (eind jaren 1980); Artikel Brongersma uit: Delikt en Delinkwent, jg 8, nr. 1; 1978



De wettelijke term 'ontucht' laat door haar onnauwkeurige definiëring een zodanige vrijheid toe dat de rechtsonzekerheid en een ongelijke rechtsbedeling bevorderd wordt. De jurisprudentie zal genuanceerder moeten worden en men zal moeten erkennen dat sexuele gedragingen van volwassenen die het kind niet als een inbreuk op zijn vrijheid beleefd, zich niet laten kwalificeren als ontucht. De rechter heeft de vrijheid tot eigen interpretatie van de term 'ontucht'. Het getuigt volgens Brongersma van moed in deze om de wet niet als dwingende macht te erkennen.

bron: 'Uittreksel in LKW van: (blz 273 ev) De betekenis van 'ontucht' bij zedenmisdrijven met kinderen - E. Brongersma, Delikt en Delinkwent, nr. 1-1978' door 'G W J W'; 1978?