Een 'nadere motivatie' van het NVSH standpunt inzake de leeftijdsgrenzen in de zedelijkheidswetgeving

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Algemeen Bestuur van de NVSH

MOTIVATIE

De motivatie is gegeven op blz 4 van het concept-standpunt. Onderbouwing is gegeven in 'Zeden & Straffen' door NVSH en NVIH-COC in 1984 uitgebracht. De hieronderstaande 'nadere motivatie' belicht nog enkele argumenten die specifiek voor de NVSH 1988 gelden.

NADERE MOTIVATIE

De tachtiger jaren laten vijf tendensen zien inzake de sexualiteit van mensen, tendensen waarop de samenleving naar een antwoord zoekt en waarop de NVSH een antwoord heeft of kan hebben:

1. Problematisering van de sexualiteit.
Sexualiteit wordt in afnemende mate besproken als bron van vreugde, energie en levenslust en als uiting van liefde; in toenemende mate verschijnt sexualiteit als probleem in beeld.
Het antwoord van de samenleving is - wat betreft kinderen - : Bespaar die ellende aan kinderen, laat ze onbekommerd asexueel opgroeien.

2. De golf van incestverhalen.
Daarin wordt verteld hoe vaak sexuele ervaringen zijn afgedwongen middels de ouderlijke macht en de macht van man op vrouw en kind. In de publieke verwerking van deze verhalen wordt de factor sex als de traumatiserende aangewezen, en niet of minder de factor dwang en macht.
Het antwoord van de samenleving is - wat kinderen betreft - : Bespaar die ellende (= sex) aan kinderen, laat ze onbekommerd asexueel en goed beschermd = onder ouderlijke controle opgroeien. En controleer de ouders via de wet.

3. De AIDS-angst.
Zowel de angst voor AIDS (terecht) als de campagne voor veilig vrijen (ook terecht) versterkt de inperking van het begrip 'sexualiteit' of 'vrijen', namelijk tot 'coitus en klaarkomen'.
Het antwoord van de samenleving is - wat kinderen betreft - : Bespaar die ellende (= sex = neuken) aan kinderen, 1aat ze onbekommerd = asexueel = zonder vrijen opgroeien onder goede bescherming = onder ouderlijke controle.

4. De angst voor bloot.
Nadat de bevrijdende werking van het zien van bloot door sommigen benadrukt was, werd vanuit een deel van de vrouwenbeweging de vernederende werking ervan benadrukt: de afgebeelde persoon was geen subject meer, maar lustobject; nog verder ging de koppeling "porno = verkrachting", tussen welke beide begrippen een automatisch verband werd gelegd. Veer werd de factor 'sex' en de factor 'macht' onvoldoende onderscheiden.
Het antwoord van de samenleving was: (a) laat volwassenenbloot vrij en (b) verbiedt kinderbloot. Bespaar die ellende (bloot = sex = neuken) aan kinderen; laat ze zelfs niet zien dat er zoiets als kindersexualiteit zou kunnen bestaan.
Symptomatisch is de beschikking van de rechtbank te Den Bosch dat het plaatje waarop jongens masturberen (in Vies is lekker) "schadelijk is voor een evenwichtige sexuele ontwikkeling" en dat plaatjes uit 'Laat 's zien', een voorlichtingsboek in NVSH-stijl, in beslag zijn genomen als zijnde 'kinderporno'.

5. Terugkeer van de traditionele moraal.
Dat wil zeggen: de moraal dat sex (= coitus) eigenlijk alleen goed is in monogame heterosexuele verhoudingen tussen volwassenen, welke moraal (de burgerlijk-christelijke, dus van een minderheid) middels een versterkte strafwet en een versterkte strafrechtsuitvoering wordt opgelegd.

Het NVSH antwoord

Dit valt anders uit dan bovengenoemde antwoorden van (een deel van!) de samenleving.

Ad 1: Problematisering is niet inherent aan sexualiteit maar aan onderdrukking van sexualiteit. Als kinderen hun lichaam, de tederheid, het spel in ieder van hun ontwikkelingsstadia op geëigende wijze mogen beleven, ontstaat geen verkramping en voorkom je problematisering. Kort gezegd: vrijmoedige opvoeding is een beter antwoord.

Ad 2: De ellende zit 'm in de dwang en het object zijn van de lusten van de ander. Laat die dwang weg, 1aat het kind subject zijn en blijven. Onder die condities is samen in het bad gaan, strelen en knuffelen fijn en goed.

Ad 3: 'Vrij veilig' houdt wel heel wat meer in dan: gebruik een condoom bij coitus. Er zijn duizenden vormen van vrijen die veilig zijn, namelijk zonder coitus en klaarkomen. Leer kinderen dat er duizend vormen zijn, en niet slechts een vorm; 'Leer ze het vrijen niet af' (titel NVSH-uitgave).

Ad 4: Het zien van sexualiteit is niet schadelijk, evenmin als prikkeling op zich dat is. Schadelijk is het object-zijn en dwang daartoe. Bij evenwichtige sexuele ontwikkeling behoort kennis van het masturberen en het verkennen van de eigen sexuele belevingsmogelijkheden als subject.

Ad 5: Opbouw van een betere moraal waarin niet sexualiteit maar dwang onjuist is. De staat dient zich te onthouden van moralisme, maar slechts de rechten van haar burgers, inclusief het recht op vrije sexualiteitsbeleving, te beschermen tegen inbreuk daarop.

Het NVSH antwoord en de wet

Volgens de huidige wet zijn alle contacten met geslachtsdelen van kinderen 'ontucht' en verboden. In feite is hiermee ook een liefdevolle en zorgvuldige vrijmoedige opvoeding verboden. Een dergelijke opvoeding kon, op basis van de wet, in de Rotterdamse woongroep bijvoorbeeld met een leger agenten doorbroken worden. Dit was ten onrechte, concludeerde (NVSH-hoogleraar) Frenken.

Ook ouders die hun kinderen zelfgekozen intieme relaties toestaan, overtreden nu deze wet; ze 'bevorderen ontucht', hetgeen aanleiding kan zijn tot ingrijpen in de ouderlijke macht.

De moraal die met kracht van wet wordt opgelegd verklaart het boven geschetste NVSH antwoord onwettig. Dat houdt de vicieuze cirkel van onderdrukking, verkramping en problematisering van sexualiteit van generatie op generatie in stand.

De NVSH wil deze cirkel doorbreken, de onderdrukking, verkramping en problematisering voorkomen; haar leden denken en handelen ruimer en vrijer dan de traditionele moraal toestaat.

'Sex' en 'vrijen' betekent dan niet slechts 'coitus' maar betreft duizenden vormen van subject-subject-beleving die fijn en veilig zijn.
'Kind' staat dan niet gelijk aan 'verplicht asexueel wezen', maar aan 'zich ontwikkelend wezen, ook als sexueel subject'.
'Opvoeding' en 'ontwikkeling' staan dan haaks op dwang.

Wanneer 'kind' en 'sexualiteit' op deze wijze worden opgevat, kent de NVSH geen leeftijdsgrenzen.

bron: 'Een 'nadere motivatie' van het NVSH standpunt inzake de leeftijdsgrenzen in de zedelijkheidswetgeving' door Algemeen Bestuur van de NVSH; februari 1988