Een impressie van het boek van Ireen van Engelen 'En ze noemen het liefde...'

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Dr. Frans Gieles

De eerste indruk is niet gunstig. De associatie die meteen opkwam, is een standaarduitspraak van mijn oude leraar Duits op het gymnasium: "Men denkt niet na, men doet zo maar wat." Het boek is een samenraapsel van niet voldoende doordachte losse feiten en ervaringen in de ik-vorm.

1 Zij verwijt 'de pedofielen' dat deze alleen vanuit zichzelf kunnen kijken. Vervolgens schrijft zij een boek dat geheel in de ik-vorm staat en dat uitsluitend vanuit haar standpunt de zaken beziet.

2 Zij verwijt de wetenschappers hun ongefundeerde ideeën op den volke los te laten. Vervolgens stort zij dit boek, vol ondoordachte zaken, over den volke uit.

3 Er komen personages in voor die ik ken - waaronder ik zelf. Ik ken mijzelf, maar in wat ik lees zijn geen personen te herkennen: het zijn karikaturen, stripfiguren geworden: het 'negatieve' is uitvergroot, het 'positieve' niet vermeld. Oom Dagobert en zelfs Grote Wolf zijn uiteindelijk sympathiek, haar stripfiguren zijn dat niet: ze mogen het niet zijn. Het menselijke mag in hen niet herkend worden.

4 De structuur van het boek is, consequent voortgezet, als die van een html style sheet (als iemand dit iets zegt): Zij begint en eindigt met zichzelf. Dan komt neef Paul - erg hoor! Dan komt groepsleider Lex - vreselijk zeg. BINNEN dat kader bespreekt zij dan 'de pedofielen', waarna zij kader voor kader weer 'netjes' afsluit. 'Pedofilie' is dus ingepakt in het ergst denkbare als zijnde typerend voor 'de pedofielen', allemaal zo erg dus.

5 Zij zegt de privacy te respecteren, maar komt zowel over Paul als over Lex met zo'n stortvloed aan feiten, dat ieder die hen kent de personen direct kan traceren. Dit geldt ook voor diverse personages die zij in de NVSH heeft ontmoet.

6 Over Paul, en in mindere mate over Lex, geeft zij in een publiek boek een stortvloed van 'psychologische gegevens' aan de openbaarheid prijs, t/m de inhoud van ongetwijfeld vertrouwelijke psychologische rapporten. Deze stortvloed blijft echter een bak met losse gegevens: zij weet deze niet te integreren tot een schets van begrijpbaar mens.

7 De informatieverzameling is brokkelig en de weergave ervan scheefgetrokken. Over Ipce leest zij een verslag van Kopenhagen, 1993. Hiervan geeft zij uitgesproken nu net niet het deel weer dat over ethiek ging - het inmiddels veelbesproken 'Deens Papier'. Zij neemt ook niet de moeite iets meer te achterhalen, hoewel de OK na iedere Meeting (niet "congres") een verslagje uitbracht.

8 Waar het boek verslag van doet, is niet een eerlijke speurtocht naar 'wat pedofilie is'. Het is slechts het verslag van de obsessie van een vrouw die niet van haar eigen perspectief kon loskomen, die niet door de ogen van anderen heeft kunnen kijken.



Het bovenstaande is geschreven terwijl ik het boek aan het lezen was. Het volgende is er aan toegevoegd toen ik het boek uit had.



In een radioprogramma vanuit de Pauluskerk in Rotterdam, zegt zij: "Met haar boek hoopt Van Engelen deze intellectuele pedofielenlobby voor altijd de mond te snoeren, zodat nieuwe groepen pedofielen zich voortaan laten behandelen."

Juist ja, dit wil zij. Maar dan moet ze wel een beter boek schrijven. Dit is een ratjetoe. "Men denkt niet na, men doet zo maar wat." De helft van het boek bestaat uit details die met het onderwerp niets te maken hebben. Deze overvloed aan details (qua datering gemakkelijk springend van zeg 1964 naar 1997 of van het ene onderwerp naar het andere zonder nadere aankondiging of paragraaf-indeling) dient slechts twee doelen:

1) Datgene wat Ireen aansprak weer te geven, ook al doet het voor de lezer en het onderwerp niet terzake. Anders gezegd: slechts haar eigen perspectief weer te geven: precies hetgeen zij 'de pedofielen' (allemaal over een kam geschoren met haar Lex en Paul) verwijt.

2) De besproken personages herkenbaarder te maken. Dit is gruwelijk, voor de betrokkenen. Wat mij erg stoorde was dat steeds ook hun uiterlijk voorkomen beschreven is - en nooit zag zij iets moois in enig personage. Zij beschrijft alleen 'het lelijke' van hen: het worden en blijven karikaturen: "... een dom ventje met een bol, kalend hoofd, drie turven hoog" (p 170).

Ongehoord, wat hier aan als vertrouwelijk bedoelde en gegeven informatie (private brieven, psychologische rapporten, familiegegevens en -gesprekken, gegevens uit de hulpverlening, gesprekken op werkgroepsavonden waar als regel geldt dat er niets privaats van naar buiten komt) publiekelijk wordt prijs gegeven! En waartoe?

"Met haar boek hoopt Van Engelen deze intellectuele pedofielenlobby voor altijd de mond te snoeren, zodat nieuwe groepen pedofielen zich voortaan laten behandelen."
...
Tja. "voor altijd de mond te snoeren", dit is nu net de bedoeling van wat dan soms "behandeling" heet...
"voor altijd de mond te snoeren": dit is geobsedeerd fanatisme, niet meer en niet minder dan dat.
"voor altijd de mond te snoeren", dit is nu net het exacte tegendeel van wat een (echte) therapeut doet.

Wat zij (en sommige behandelaars) wil doen, is de p-gevoelens naar de schaduwkant verbannen: naar de verborgen, onbewuste kant van de mens. Maar - ik lees net allerlei boeken over die schaduwkant - die laat zich niet verbannen. Die komt terug - en in gevaarlijker vorm. Het boek is niets meer en niets minder dan een blik, voor de ziener, in de schaduwkant van Ireen zelve; de kant die zij niet ziet van zichzelf, maar die zij onbewust overduidelijk (voor wie het ziet) neerschrijft. Deze schaduwkant van haar is behoorlijk agressief. Zij is pedagoge - ik beklaag haar kind.

Grappig is nog wel dat haar pretentie knapjes narcistisch aandoet: zij zal wel even met haar boek een hele groep mensen "voor altijd de mond snoeren". Narcisme (=egocentrisme, slechts vanuit je eigen perspectief naar jezelf kijken en daarbij niet-reëel trots zijn, alsmede snel gekrenkt zijn en snel in de war) is nu net de standaard diagnose voor 'pedofielen'.

Ireen heeft even pech, denk ik.
Wij hier van Martijn en de OK laten ons
de mond niet snoeren...


bron: < Een impressie van het boek van Ireen van Engelen "En ze noemen het liefde..." > door Dr. Frans Gieles; OK Magazine, nr. 70; oktober 1999