Herinneringen aan Hajo Ortil

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Dr. E. Brongersma

Vorig jaar juli overleed fotograaf én jongensminnaar Hajo Ortil. Door zijn opvallende levensstijl en het pionierswerk dat hij voor velen verrichtte, verloren we in hem een interessant man. Dr. Brongersma, één van zijn vele vrienden schreef, exclusief voor Martijn, een aantal herinneringen aan Hajo Ortil op. Hier zijn verhaal:

Het was in 1957, dat het kamerlid Van Rijckevorsel (Katholieke Volkspartij) vragen stelde aan de Minister van Justitie over de verspreiding in Nederland van een zijns inziens schandelijk boekje - "Hundert nackte Wilde" - met foto's en tekst van Hajo Ortil. Het stond vol afbeeldingen van spiernaakte jongens, alleen of stoeiend met elkaar in de vrije natuur. Minister Samkalden liet een onderzoek instellen. De afdeling "Bijzondere Delicten" rapporteerde, bij geen enkele van de afbeeldingen ook maar de geringste vleug van zinnelijkheid of erotiek te kunnen bespeuren: het waren gewoon blote jongens, kort voor en kort na hun puberteit. In zijn antwoord aan het geschokte kamerlid herinnerde de minister aan een beslissing van de Hoge Raad uit 1927, volgens welke de afbeelding van mannelijk of vrouwelijk naakt, ook van de voorzijde, op zichzelf niet "aanstotelijk voor de eerbaarheid" is en dus vrijelijk verspreid mag worden. "Maar dit boekje wordt speciaal gekocht door homosexuelen!" riep Van Rijckevorsel verontwaardigd uit. De minister diende hem van de enig juiste repliek: "Wat doet dat er toe?"

Zelf had ik het boekje meteen bij verschijning uit Duitsland laten komen en ik was enthousiast. De jongensminnaar van 1984, die in haast elke sexshop afbeeldingen van verleidelijke jongens te kust en te keur vinden kan, heeft geen voorstelling van wat dit in de jaren vijftig betekende. Soms liet een naturisten-tijdschrift tussen het overvloedig aanwezig vrouwelijk schoon wel eens een enkele keer een blote jongen zien, maar met ijzeren regelmaat was er toch altijd wel een hand, een been of een boomtak, die "toevallig" de geslachtsdelen aan het oog onttrok. Niets mocht er op duiden dat hier een van de meest sexy wezens uit de schepping rondliep.

In de inleiding vertelde Hajo Ortil over de door hem na de oorlog gestichte jeugdgroep van de "Hansische Piraten" (Seefahrende Kanujugend Bremen), jongens en meisjes van 12-18 jaar uit de Hansestad Bremen, die er met hun opvouwbare kano's op uittrokken en waar het mogelijk was alle kleding uitgooiden. Op een nacht hadden de jongens hem in zijn tent overvallen, ontevreden dat hij altijd vooral de meisjes fotografeerde en van hen enkel de gebruikelijke opnamen maakte. Onder bedreiging met de verschrikkelijkste kwellingen, zoals emmers koud water over zijn slapend lichaam, hadden ze hem de belofte afgeperst, nu eens een bundel van zijn verhalen geheel en uitsluitend aan hen te wijden. Verder wilden ze er compleet in staan, zoals ze waren; duidelijk zichtbaar dus ook dat lichaamsdeel, waarop ze trots waren omdat het hen tot jongens maakte. Zo ontstond (tenminste naar Hajo's beweren) dit boekje. Het vond grote aftrek, dankzij de door van Rijckevorsel gemaakte reclame óók in Nederland. Daardoor beïnvloedde het andere naturistische publicaties, die de les verstonden en voortaan meer jongens brachten.

In Duitsland was men op het punt van naaktcultuur Nederland jaren vooruit. De eerste keer dat ik Hajo in levende lijve ontmoette, naar zijn huis meegenomen door een wederzijdse vriend, nodigde hij mij uit een lezing bij te wonen, die hij 's avonds over zijn laatste tocht met de Piraten zou houden voor ouders en leerlingen van het lyceum, waaraan hij als leraar verbonden was. Voor een volle zaal vertelde de kleine, dikke man boeiend en vermakelijk allerlei avonturen van zijn groep en illustreerde zijn verhaal met dia's. Daar stond dan op het doek, meer dan levensgroot en volkomen naakt, een meisje van een jaar of 16 en Hajo legde uit: "Dit is Edeltraut. Zit ze in de zaal?" "Jawohl", klonk ergens uit het gehoor en even stond ze op om zich kenbaar te maken, de burgemeestersdochter. Twee jongens van 15 hielpen Hajo met het aanreiken en weer opbergen van de dia's en ook zij werden op het doek in hun naakte pracht vertoond. Ik stond verstomd. Ondenkbaar immers, dat op een Nederlandse school een leraar zulke foto's van zijn leerlingen en medescholieren en ouders zou vertonen! De Duitsers waren op dit punt echt veel vrijer. Ook het feit, dat geen ouders er ooit iets op tegen hadden als naaktfoto's van hun zoon of dochter nog hetzelfde jaar in boekjes verspreid werden, wees al op een heel andere houding.

Toch waren er wel voorbehouden. Twee van Hajo's meest geliefde volgelingen, talloze malen ook binnenshuis als naaktmodel gebruikt, waren beide al heel jong toegerust met uitzonderlijk grote geslachtsdelen. Hajo vertelde me, dat daarom geen naturisten-tijdschrift ooit een foto had willen afdrukken, waar één van hen op voorkwam. Des te meer vonden de foto's van deze jongens aftrek, die hij privé verkocht.

Hajo was er op uit de leden van zijn groep te leren zich niet alleen voor hun naakte lichaam, maar ook niet voor hun geslachtelijke behoeften en de bevrediging daarvan, alleen of met anderen, te schamen. Hij nam de meisjes in zijn Piraten op, om de bijeenkomsten en reizen voor de jongens aantrekkelijker te maken. Die jongens wisten verder, dat ze in zijn bijzijn, vrij over hun seksuele verlangens en activiteiten konden praten en dat bij hem thuis voorlichtingslektuur in alle variëteiten tot hun beschikking stond, plus grote plaatwerken over erotische kunst, en plus het soort plaatjes dat ze graag bekeken bij zelfbevrediging.

Als leraar leidde hij eens een schoolreisje van een klas 13-jarige jongens. 's Avonds zat hij met collega's in de tuin van een jeugdherberg te praten, toen de 'herbergvader' hem vroeg, een einde te maken aan het geweldige lawaai dat de troep op hun slaapzaal ontketende. Hajo schoot naar boven en rukte de deur open. "Es war ein geradezu paradiesischer Anblick", berichtte hij me later, een paradijselijk tafreel van 30 naakte jongetjes die elkaar achterna zaten, met elkaar stoeiden, met elkaar seks bedreven. Algemene onsteltenis bij zijn onverwachte verschijning! Hij schold hen stevig uit vanwege de herrie, die andere groepen het slapen belette, beval iedereen het eigen bed op te zoeken en verder "Stilte!" Toen ging hij weer weg.
Een paar dagen later wandelde een van de jongens met hem op. "Weet u, wat we die avond zo geweldig gevonden hebben? Dat u ons alleen uitschold vanwege het lawaai en geen woord zei over dat andere!" Dat andere, de seks, die in de ogen van volwassenen altijd zoiets verschrikkelijks was! Maar voor deze volwassene niet. Voor Hajo hoorde seks bij het wezen van een jongen en was dat een gezond en natuurlijk plezier voor hem. Die uitzonderlijke houding won hun toewijding en vertrouwen. Bij hem voelden zij zich thuis, volledig.

Seks hoorde bij de opvoeding, kon zelfs een middel zijn in de opvoeding, vond hij. Een jongen uit Berlijn, 15 jaar, had eens een vakantiereis met de Piraten naar een Grieks eiland meegemaakt en kwam later een weekje bij Hajo in Bremen logeren. Die vond hem erg stil en teneergeslagen. In een vertrouwelijk gesprek kwam de waarheid eruit. Karl had zijn vader, van wie hij altijd veel had gehouden, betrapt op seks met een andere man en was diep geschokt en met weerzin vervuld. Hajo hoorde het alles aan, gaf niet veel commentaar. 's Avonds, toen zijn gast nog in de badkamer bezig was, ging Hajo in Karl's bed liggen. De jongen kwam uit de badkamer en vroeg verbaasd: "Wat moet dat?" "Er is hier plaats genoeg voor twee", was het enige antwoord. Zodra Karl naast hem lag, begon Hajo hem voorzichtig te liefkozen en vrijwel meteen bewees een grote uitpuiling in de pyjama-broek, hoe de jongen daarop reageerde. Na een paar minuten fluisterde die: "Gaat het niet beter als we onze pyjama's uitdoen?" Zo gebeurde en geleidelijk voerde Hajo hem tot een hoogtepunt. Geen woord werd erover gesproken en de volgende avond ging Hajo gewoon naar zijn eigen slaapkamer. Maar al gauw klopte Karl bij hem aan en had nu zijn pyjama al bij voorbaat uitgelaten. "Doen we vanavond weer net als gisteren?" vroeg hij. De hele week ging dit zo door; het was Karl die steeds op herhaling aandrong. De laatste dag vroeg Hajo: "Je hebt nu zelf gezien, hoe fijn seks en vriendschap is en hoe geweldig je daarvan kunt genieten. Waarom zou je vader niet datzelfde plezier mogen hebben? Was het niet mooi wat we samen hebben gedaan?" Karl moest dat erkennen en het resultaat van die "pedagogische verleiding" was, dat de jongen de weg naar zijn vader terugvond.

Tegenstanders van deze liefde stellen jongens graag voor als onschuldige, misleide slachtoffers en verbeelden zich, dat een gezonde, karaktervolle knaap in het diepst van zijn hart alleen maar afkeer voelt tegenover seksueel verkeer met een man. Niets verbaasde de Australische politie zozeer bij de dood van Clarence Osborne (zie het mooie boek van Paul Wilson "The man they called a monster") als de ontdekking, dat deze man met meer dan 2500 jongens seksuele omgang had gehad - velen van hen intussen huisvaders geworden en bekleders van belangrijke functies in het Australische openbare leven - zonder dat dan ook maar één van hen zich daar naderhand ooit over had beklaagd. In een interview met PAN (Paedo Alert News nr. 9, juli 1981-red.) sprak Hajo over wel 800 jongens die hij zo had gekend in de loop van al de jaren. Ook daarvan heeft nooit één een protest laten horen en sommigen bleven vrienden en bezoekers, lang nadat ze volwassen geworden waren.

Voor mensen als de lezers van "Martijn", die echt iets van jongens en hun aard weten, steekt daar niets verwonderlijks in. De meeste van zulke jongens beschouwen zichzelf helemaal niet als homofiel; de grote meerderheid voelt zich "stinknormaal", zoals de Duitser dat zo mooi noemt, maar ziet dit niet als een beletsel voor een seksueel pretje met een kameraad of voor een pleziertje met een gewaardeerd jeugdleider. Tijdenlang plachten 2 van Hajo's Piraten elke middag na schooltijd bij hem thuis te komen voor seks. Eens - ze waren toen 15 - kwamen ze in een staat van grote verontwaardiging aanzetten: zo'n "vuile flikker" had hen in het stadspark aangesproken en om "smeerlapperijen" gevraagd. "Nou, die hebben we even netjes in elkaar geslagen! Wat denkt die wel?" zeiden ze, terwijl ze hun kleren uittrokken om bij Hajo in bed te kruipen...

De jongens waardeerden de aanwezigheid van meisjes bij hun troep en op de verre tochten naar Finland, Spanje, Corsica, Sicilië, Joegoslavië, Griekenland of Turkije. Ook een bezoek aan Hollandse naturisten staat in de annalen vermeld. Verschillende echtparen leerden elkaar als Piraten en Piratinnen kennen. De jongens waren op een gezonde manier aan spelen en omgaan met naakte meisjes gewend. Het verschil met anders opgevoede jongens bleek op een vermakelijke wijze, toen eens een groep zeeverkenners, door hoge waterstand van de Weser uit hun kampement verjaagd, kwam vragen of ze hun tenten op het hoger gelegen terrein van de Piraten mochten opslaan. Hajo raadpleegde de zijnen, want hij stond op democratie. De beslissing was: de zeeverkenners mogen komen, maar ze moeten dan wel, net als wij, naakt zijn; we willen geen aangeklede gasten. Zo gebeurde het. Maar nauwelijks waren de bezoekers, allemaal in de seksueel het lichtst geprikkelde leeftijd, aangekomen, of het voor hen ongekende schouwspel van al die naakte meisjes ontketende hevige stijfstand alom. De zeeverkenners werden ontzettend verlegen met hun opgerichte masten, de Piratinnen echter niet. Die zeiden, heel terecht: "We zien dit als een kompliment!" Na drie dagen waren ook de nieuwelingen volkomen gewend aan de toestand.

Hajo, die zijn doctorsgraad had verworven met een goed proefschrift over filosofie en daarna leraar Engels en gymnastiek was geworden, verdween onder het Hitler-regime vanwege zijn linkse sympathieën in een concentratiekamp. In de overwinningsroes na de val van Frankrijk lieten de machthebbers hem in 1940 met vele anderen vrij. Hij mocht alleen geen leraar meer zijn. Hij werd het toch, klandestien, in Wenen en in 1944, toen hij op een ski-tocht met leerlingen soldaten van de Russische voorhoede ontmoette, schoten die hem bijna dood als vermoedelijk spion.
Na de oorlog wilde men hem burgemeester maken van zijn geboortestad in het Harzgebergte, of rector van een gymnasium. Hij verkoos evenwel de vrijheid, die een gewone leraarsbaan aan het lyceum in Bremen hem liet en richtte daar in 1949 de "Hansische Piraten" op.

In 1968 heb ik twee maanden met hem gereisd: Sicilië, Tunesië, Algerije, Marokko, Spanje, Portugal, Frankrijk. En die twee maanden lang heeft hij me verhalen verteld in eindeloze variatie, wat hij kon als de beste. Het jaar daarop reden we samen naar Troje (Turkije), dat hij als groot Homerus-vereerder toch eenmaal bezocht wilde hebben. "Big Old Joe" - zo was zijn Piraten-naam, heeft met zijn soms kinderlijke naïviteit, zijn humor, zijn opgewektheid altijd het hart van zijn jongens gestolen. Hij had ook zijn buien van neerslachtigheid. Eenmaal richtte hij een rondschrijven aan al zijn vrienden: "Een scheur in mijn achillespees maakt, dat ik alleen nog op krukken kan lopen. Mijn lever is kapot, ik lijd aan suikerziekte, mijn ingewanden doen het niet meer, mijn longen zijn stuk, mijn hart werkt slecht; van de kranten kan ik enkel nog de koppen lezen want mijn ogen geven het op; mijn geheugen is als een Zwitserse kaas, vol gaten. Doe me een plezier en schrijf me niet meer, zoek me niet meer op. Een stervende groet jullie." Twee weken later vertrok hij met een 15-jarige jongen voor een kanotocht rondom een Grieks eiland en gaf hij zich op voor een expeditie in de Himalaya. Hij had nog 10 jaar te leven...

Dat leven draaide vóór alles om jongens. Als gymnastiekleraar had hij de gewoonte, na elke les met de hele klas onder één enorme douche te gaan. "Jarenlang heb ik de mooiste jongens van Bremen volkomen naakt kunnen zien", zei hij trots. Het spel van zijn Piraten op hun eigen terrein aan de Weser, de vakantiereizen met hen (soms heel gewaagd, maar gelukkig nooit door een ernstig ongeluk vertroubeld) en met een soortgelijke bevriende troep, de vele jeugdige bezoekers bij hem thuis, hebbem hem al die jaren door met de vreugde over hun lichaamspracht en hun jongensaard vervuld. Velen hebben hem gelukkig gemaakt, sommigen hebben hem ook verdriet gedaan en teleurgesteld, geen heeft hem ooit "verraden". Drie broers, die hem tot het laatst bezochten, hebben ertoe bijgedragen, hem met hun jeugd en frisheid wat troost te brengen in de jaren van verval en ouderdom. Hij stierf op 12 juli 1983.

Zijn sexuologische bibliotheek en alle fotomateriaal van zijn Piraten had hij al eerder vermaakt aan de Brongersma-Stichting, in grote sympathie voor de doeleinden daarvan. De collectie is een monument voor zijn werk als fotograaf van jeugdig naakt, spelend in de vrije natuur of poserend binnenshuis. Het grote boek over jongensseks, dat hij eens van plan was te schrijven, is helaas nooit op papier gekomen. Hoeveel had hij kunnen vertellen over de werkelijkheid daarvan, die hij zolang en in zoveel gestalten had waargenomen!
Een man, zoals je er maar één in je leven ontmoet!

bron: Artikel 'Herinneringen aan Hajo Ortil' door Dr. E. Brongersma; Martijn, nr. 20; juni/juli 1984