Homofilie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Geachte redactie

In het interview over homoseksualiteit te Amsterdam zegt de heer De Groot (V.O. 1966 blz. 310): 'Gelukkig zijn de straffen voor gevallen boven de zestien jaar de laatste zeven jaar vrijwel steeds voorwaardelijk geweest. Wij hopen nu op een wetswijziging. Natuurlijk zal ook dan de mogelijkheid ontucht te bestraffen blijven bestaan.'

Wat bedoelt hij daarmee? Een aantal regels hoger zegt hij:

'Een jongen mag wel met een meisje boven de zestien omgaan, maar bij de jongen ligt de grens op 21 jaar.' Wat is nu in de ogen van de heer De Groot 'omgang' en wat 'ontucht'? Hij verliest daarbij m.i. uit het oog, dat ontuchtige omgang van jongens van 16 t.m. 20 onder elkaar niet strafbaar is, slechts van meerderjarige mannen met zodanige jongens en dat noemt hij een 'malle wet'. Die wet ging ervan uit, dat jongens door verleiding homoseksueel konden worden; als dat onjuist is, is het standpunt der wetgevers eerder verouderd dan mal.

Het zou m.i. aanbeveling verdienen de leeftijdsgrens op 18 te stellen, i.p.v. 21. Dan zou ontucht met zestien- en zeventienjarige schandknapen, gepleegd door meerderjarige mannen, verboden blijven. Ook al zouden die schandknapen daarvan niet homoseksueel worden, dan komt mij toch voor dat op dit gebied jongens beschermd dienen te worden.

Ik zou het toejuichen, dat de wetgever dan tevens ontucht met zestien- en zeventienjarige prostituées verbood. De heer De Groot zal wel opmerken, dat in mijn systeem er toch nog enige discriminatie overblijft: ontucht met meisjes van 16 en 17 alleen strafbaar in het kader van prostitutie, met jongens van 16 en 17 door meerderjarige mannen ook strafbaar, als het geen schandknapen betreft. Ik ben echter van mening, dat het gewenst is eerst een proef te nemen; desgewenst kan de leeftijdsgrens over een generatie nog weer verlaagd worden. Daarbij is de achttienjaargrens wellicht nu politiek haalbaar en die van zestien jaar niet.

Mr. A. Rueb
(kinderrechter te Arnhem)

bron: Ingezonden brief 'Homofilie' door Mr. A. Rueb (kinderrechter te Arnhem); Verstandig Ouderschap, nummer 1; januari 1967