In het belang van het kind

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Benjamin Roelofsma

a. Seksuele revolutie

Toen, begin jaren zeventig de 'seksuele revolutie' op gang kwam, leek ook voor pedofielen de tijd rijp om uit de bosjes te komen. Seks was volgens de theorieën net zo noodzakelijk als eten en drinken. Daar hoefde je niet moeilijk over te doen. Afbeeldingen van seksuele handelingen (pornografie) in seksboekjes en enige jaren later ook op video waren in menig huisgezin gemeengoed. Dat de vrijere kijk op seks ook in de opvoeding van het kroost een rol zou gaan spelen is niet meer dan logisch. Het ene voorlichtingsboek na het andere rolde van de persen. Met je kind samen in bad of onder de douche werd al helemaal niet meer vreemd gevonden. Ook het naaktrecreëren neemt in die jaren zeventig hand over hand toe. De schaamte voorbij!?
In dat klimaat ontstaan dan zo rond '75 de eerste Werkgroepen Pedofilie onder de paraplu van de NVSH. Eerst nog wat voorzichtig met intake-gesprekken en huiskamerbijeenkomsten, maar al vrij snel openlijker (Open Avonden, congressen en forums). Een stroom van publikaties baant zich een weg door de media. Serieuze onderzoekers houden zich met het verschijnsel pedoseksualiteit bezig; komen zelfs tot de conclusie, dat het in lang niet alle gevallen schadelijk is voor het kind. Vanuit de pedobeweging wordt er steeds meer op gehamerd, dat acceptatie van pedofilie staat of valt met de erkenning van het kind als zelfstandig individu. Het kind mag niet meer puur een verlengstuk van de ouders zijn en hun in alles onderdanig, maar heeft recht op vrije keuze, vooral daar waar het seksualiteit en relaties betreft. Een organisatie als 'Kindervuist' wordt dan ook stevig gestimuleerd vanuit de LWGJ. In deze sfeer van openheid en voornamelijk 'begrip' belijden steeds meer pedo's openlijk hun geloof. Als het om seks gaat, moet toch alles kunnen? En zo waar, er zijn zelfs ouders die het daar geheel mee eens zijn. Zij geven hun kinderen vrijheid en het kiezen van (erotische) relaties met volwassenen buiten de gezinssituatie.
Ook aan het vervolgingsbeleid inzake 'ontucht' met kinderen beneden de leeftijd van 16 jaren begint er zo eind jaren zeventig wel wat te veranderen. Er ontstaat 'een wat terughoudend beleid', wat ongeveer wil zeggen, dat er meer 247-zaken worden geseponeerd en er wat minder zwaar wordt gestraft. Zelfs bij justitie begint het zo langzamerhand door te dringen, dat er ook kinderen zijn die zonder enige vorm van dwang of geweld, een (seksuele) liefdesband met een volwassen mens van buiten het gezin willen en zich daar gelukkig bij voelen. Of dat wel goed is, of dat misschien later toch nog schadelijke gevolgen zal hebben, of dat maatschappelijk wel gewenst is, ja, daar moet nog heel lang over gepraat worden. De Commissie Melai heeft zo haar twijfels en is van mening, dat de leeftijdsgrens voor het mogen hebben van seksuele kontakten bij 16 jaar moet blijven. Alleen als het kind het kontakt zelf heeft gezocht, op geen enkele manier is 'bewogen tot' het aangaan daarvan, kan de volwassen 'dader' ontkomen aan strafvervolging. Een wetsvoorstel van die strekking is er echter nooit gekomen. Overigens was minister van Justitie en later minister-president Van Agt van mening, dat zoiets ook beter in de la kon blijven liggen.

b. De kentering

Nieuwe tijden nieuwe zeden. Een oud gezegde dat nog niets aan aktualiteit heeft ingeboet, want met het overschrijden van de jaren tachtig grens komt de 'seksuele revolutie' tot stilstand. Natuurlijk, geboortebeperking en -regulering is (behalve door de paus) praktisch algemeen geaccepteerd. Seks voor het huwelijk of ongetrouwd samenwonen, daar kijkt niemand meer vreemd van op. Ook mag je best homo zijn of travestiet zolang je er maar niemand mee lastig valt, want het blijft een afwijking, abnormaal. De 'seksuele revolutie' heeft ons geleerd dat neuken lekker is, een must, dat seks meer is dan recht op en neer, maar alleen voor hetero's en volwassenen. De bouwvakker praat op de steiger graag over 'lekkere wijven'; maar je hoort hem nooit over de 'lekkere kont' van zijn buurman.
Duidelijk verzet tegen de vrije seksuele moraal komt er uit de vrouwenbeweging, met name tegen de pornografie. Met de slogan 'pornografie is de theorie, verkrachting is de praktijk' en gewelddadig optreden tegen pornoshops probeert deze extreme groep de publieke opinie te beïnvloeden. Ook seksueel misbruik van kinderen binnen het gezin, waar voornamelijk meisjes het slachtoffer van zijn, wordt door hen hiermee in verband gebracht. Zij krijgen steun vanuit het buitenland. Een golf van berichten uit de V.S.: Nederland centrum van kinderporno en seksueel misbruik van kinderen. Amsterdam is het Sodom & Gomorra van Europa, waar kinderen zelfs op veilingen worden aangeboden. Ook de Amsterdamse politie doet een duit in het zakje en neemt stapels kinderporno in beslag bij invallen in diverse seksshops. Vanzelfsprekend komt dat allemaal precies op het moment, dat er een nieuwe pornografiewet op stapel staat. De politici schrikken zich te pletter en haasten zich bepalingen tegen kinderporno en het tonen van porno aan kinderen jonger dan zestien jaar in te voeren (1984).
Ondertussen kalft de NVSH steeds verder af. Kennelijk is Nederland genoeg seksueel hervormd en zijn de meeste problemen op seksueel gebied opgelost. Condooms zijn tenslotte ook bij de drogist op de hoek verkrijgbaar. Alleen voor groepsseks, seks met gehandicapten, travestie en pedofilie heeft een organisatie als de NVSH nog zin. De vraag naar voorlichting, zowel de algemene als die over bijzonder gedrag, is praktisch nihil. De angst voor de ziekte aids, die ook in ons landje om zich heen grijpt kan wel eens de redding voor de NVSH betekenen. Kerken stromen immers ook in moeilijke tijden steeds weer vol.
Over kerken gesproken: voor fundamentalistische groeperingen is vrije seksualiteit altijd een doorn in het vlees geweest. Seks is het privilege van gehuwden (hetero's), gericht op gezinsvorming. De kinderen, die hieruit ontstaan, moeten worden grootgebracht binnen de bescherming van het gezin - hoeksteen van kerk en maatschappij - met dezelfde normen en waarden, van generatie tot generatie. Zo houd je macht over mensen, van generatie tot generatie. Wee hen die anders denken of handelen, zij worden op z'n minst ongelukkig (gemaakt) of krijgen aids.

c. Jeugdemancipatie

In de tweede helft van de jaren zeventig ontstaat binnen de Landelijke Werkgroep Pedofilie, het overkoepelend orgaan van de diverse plaatselijke werkgroepen, het idee, dat je als 'pedo-groep' in feite niet verder komt. Je bent een bijzonder kleine minderheid en bovendien wekt het woord 'pedofiel' bij velen grote weerstand. Kortom, je moet samenwerken met andere groeperingen, die parallelle belangen nastreven. Men vindt die bij o.a. de Socialistiese Jeugd, de Belangenvereniging Minderjarigen en Kindervuist. Met de LWGP (al gauw moet de P van Pedofilie vervangen worden door de J van Jeugdemancipatie) hebben deze organisaties gemeen, dat ze alle opkomen voor de rechten van jongeren (kinderen). De grondgedachte is vanzelfsprekend volkomen juist: als kinderen in deze maatschappij de grootste onderdrukte en rechteloze minderheid blijven, zullen wij, pedofielen, altijd afhankelijk blijven van hun onderdrukkers. Die beschikken over de macht en zullen die niet zo gauw uit handen geven. Pedofilie is een bedreiging voor hen die macht (willen) uitoefenen op kinderen, aangezien in de pedofiele relatie het kind op de voet van gelijkwaardigheid met de volwassen partner omgaat (zou moeten omgaan). Dr. Wolters erkent dat met de uitspraak: "Als een jongen van dertien zo'n relatie met een man van vijftig heeft, dan heb je als ouders toch niks meer te vertellen!"
Vanaf het begin is vanuit de pedowerkgroepen veel weerstand geweest tegen het loslaten van de pedofiele identiteit. De angst, dat het 'varen onder valse vlag' op den duur wel eens averechts zou kunnen gaan uitwerken is ook niet geheel ongegrond gebleken. De plaatselijke werkgroepen herkennen zich op een gegeven moment nauwelijks meer in de LWGJ en de invloed van WOPJE, het overlegorgaan tussen de werkgroepen en de LWGJ, is te gering. Als tot overmaat van ramp het blad NIKS ter ziele gaat (geldgebrek) betekent dat in feite, dat de binding tussen LWGJ en pedofiliewerkgroepen is verbroken. Er ontstaat een nieuwe LWGP, weliswaar slechts overlegplatvorm, maar toch, er wordt weer gepraat over pedofilie.

d. MARTIJN

Na 1980 blijken de LWGJ en hun - overigens voortreffelijk - blad NIKS voor veel pedo's steeds minder betekenis te krijgen. Ze herkennen zichzelf niet meer in het handelen van die organisatie. Mede uit die onvrede ontstaat in november 1980 de Stichting MARTIJN, die ook een gelijknamig maandblad uitgeeft. Feitelijk een éénmans-initiatief, dat na vier nummers wegens persoonlijke moeilijkheden van de redakteur en uitgever dreigt dood te bloeden. De bedoeling achter dit initiatief is echter duidelijk: een infoblad voor en door pedofielen. In december 1982 (NB twintig maanden na nr. 4) verschijnt het bijzondere nr. 4-en-een-half. Daarin wordt aangekondigd, dat de Stichting is omgezet in de Vereniging MARTIJN, compleet met statuten en ingeschreven in het verenigingsregister onder nr. V 047155 bij de Kamer van Koophandel te Meppel. De eerste en tot nu toe enige belangenvereniging in Nederland van pedoseksuelen is geboren. De eerste jaren zijn moeilijk: weinig menskracht en veel financiële moeilijkheden. Desondanks blijkt de vereniging levensvatbaar en zit er groei in. Als dan in 1985/'86 een uitgebreid redaktieteam het verenigingsblad (vanaf dan OK geheten) een meer professioneel karakter geeft, lijken de grootste zorgen voorbij. Ook bestuurlijk wordt de vereniging wat stabieler. Naast uitgever van een info-magazine probeert de vereniging ook op andere manieren de belangen van haar leden te behartigen, maar steeds vanuit de pedoseksuele invalshoek. Zo is er kontakt en overleg met de LWGP, de Projektgroep Leeftijdsgrenzen van het COC en de weer nieuw leven ingeblazen LWGJ. Elke groepering is aktief naar de politiek, maatschappelijke organisaties en media vanuit de eigen optiek, zodat er een zo breed mogelijk terrein wordt bestreken.

e. Jeugdland

MARTIJN bestaat nu vijf jaar, een lustrum dus. Kunnen we gaan feesten? Ja, als we zien hoe een belangenorganisatie voor mensen, die in deze samenleving, vanwege hun seksuele voorkeur, zo goed als niet getolereerd worden, stand houdt en zelfs zijn stem kan laten horen. Ja, omdat andere groeperingen en maatschappelijke instanties ons serieus nemen, naar ons luisteren of met ons willen samenwerken. Nee, omdat het nog steeds niet vanzelfsprekend is dat mensen die elkaar liefhebben (leeftijd mag daarbij niet ter zake doen), daar ook lichamelijk uitdrukking aan geven op een manier die hun goeddunkt. Als dat is bereikt kan onze vereniging met vreugde worden opgeheven. Wanneer we de balans opmaken kunnen we niet anders dan teleurgesteld en ontevreden zijn. De onderdrukking van pedoseksuelen neemt eerder toe dan af. Seks met kinderen - ooit was er sprake van enig begrip - wordt tegenwoordig weer bijna steeds betiteld als seksueel misbruik. Enkele jaren geleden waagt minister Korthals Altes het nog met een wetsvoorstel te komen, dat aan kinderen boven de twaalf de mogelijkheid biedt zelf een keus te maken bij seksuele kontakten. Hij krijgt de kous op de kop. De politieke situatie van dat moment kan het niet hebben. Nu wacht de minister. Als hij maar lang genoeg wacht is straks iedereen stil en is alles weer bij het oude van honderd jaar terug. Incest, kinderporno en seksueel misbruik van kinderen zijn hot items, waar de media zich gretig op storten. Zij roepen om openheid over seksueel misbruik, bestrijding van kinderporno, strengere aanpak van 'ontuchtplegers' en hun organisaties; alles in het belang van het kind. Waar dat toe leidt: kinderen worden meer en meer verdreven naar "jeugdland', strikt gescheiden van de volwassen samenleving. (C&A en de pop-industrie maken daarvan handig gebruik). Geen volwassene waagt het straks nog een kind liefderijk over de billetjes te wrijven. Wie de euvele moed heeft een kind bloot te fotograferen wordt in de kraag gevat. Nog even, dan staat er bij alle naaktstranden het bord VERBODEN VOOR KINDEREN. Kinderen worden zo langzamerhand 'weltfremd'. Ze maken deel uit van de samenleving, zijn de toekomst, maar hebben er geen invloed op. Als ze zich willen doen gelden doen ze dat d.m.v. graffiti of ingrijpender door jeugdcriminaliteit. Een teken aan de wand is het ter ziele gaan, vorig jaar, van Kindervuist, de enige maatschappijkritische organisatie waarin uitsluitend kinderen het voor het zeggen hadden. Een ieder, die van kinderen houdt, zal ze willen beschermen tegen verwaarlozing, exploitatie, misbruik en geestelijke of lichamelijke dwang. Onze samenleving echter beschermt haar kinderen niet slechts (vaak tegen wil en dank), zij plaatst ze in een maatschappelijke dwangbuis, doet ze de wettelijke kuisheidsgordel aan. Het is in het belang van kinderen, dat er organisaties zijn als de Kindertelefoon, de Coornhertliga en de NVSH met de LWGJ en LWGP; dat het COC zich bezighoudt met leeftijd als faktor om over je eigen seksuele voorkeur te mogen beslissen. Voor kinderen is het belangrijk dat mensen, die oprecht van ze houden, ze behandelen als volwaardige (zij het onvolgroeide), mondige mensen, met hen - zonder dwang - ook erotische relaties willen en hun visie en gevoelens naar buiten kunnen brengen. Voor een deel zijn deze mensen te vinden binnen onze vereniging. Daarom moeten we strijden tegen discriminatie vanwege seksuele voorkeur, tegen onderdrukking en vervolging van seksuele minderheden, tegen een seksuele moraal, die kinderen buiten de werkelijkheid plaatst. Strijden moeten we voor een leefbare wereld voor onszelf, in het belang van (onze) kinderen.

bron: 'In het belang van het kind' door Benjamin Roelofsma; OK Magazine, nummer 11; januari 1988