Jeugdemancipatie gaat veel verder dan alleen maar seks

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: René Langhorst

Er zijn kinderen op de radio. Kinderen, die zelf hun eigen radioprogramma bedenken en bovendien ook nog zelf presenteren. Kinderen die hun eigen mening geven, en dat is overduidelijk te horen. Een dik jaar geleden begon de VPRO met een kinderprogramma, waarin kinderen zelf het woord doen. Het heet "Een klap op je kop" en is iedere woensdagmiddag te beluisteren op Hilversum 1. Je zou je gaan afvragen: waar moet dat heen, als kinderen nu al zelf hun eigen radioprogramma's gaan bepalen. René Langhorst bezocht één van de initiatiefneemsters van het programma, Ellen Mik in haar woonplaats Arnhem, en sprak met haar over "Een klap op je kop" en haar ideeën over ondermeer pedofilie op de radio, vooroordelen, strafbaarstelling, emancipatie en politiek.

Ellen: "Anderhalf jaar geleden ben ik bij de VPRO terechtgekomen, waar ik als free-lancer werk. Dat gebeurde zo: ik hoorde op een gegeven moment een radioprogramma van de VPRO, wat ik erg goed vond. Daar schreef ik op. Ik wilde aan dat programma meewerken, en dat is toen ook gebeurd. Met de man die dat programma maakte kreeg ik een relatie. Als hij rapportages maakte ging ik met hem op pad en assisteerde hem een beetje, en we praatten daar veel over. Toen op een keer hij zei: "We gaan een nieuw kinderprogramma maken en we hebben zo ongeveer het idee om het op die en die manier te doen". Dus ik zei: "Oh, wat leuk!" en ik gaf mijn ideeën daarover, en dat sloeg wel aan. Ik zei dat ik ook wel een geschikte school met de juiste kinderen daarvoor wist. Ik ben toen op pad gegaan om die kinderen bereid te vinden, en zo is het op gang gekomen. En van daaruit hebben ze gezegd dat ik maar moest meewerken aan het programma. En zo ben ik èn bij de VPRO begonnen èn bij "Een klap op je kop".

Dit programma is anders dan wat tot dan toe gebruikelijk was. In alle andere kinderprogramma's die je hoort of ziet, zowel op radio als televisie, mogen kinderen ook wat zeggen. Maar het zijn de volwassenendie alles bepalen. En als je kinderen zelf hoort of ziet dan zijn het ook vaak volwassenen die vóór af of op de achtergrond zeggen wat die kinderen moeten zeggen. Dit past helemaal niet in het beeld van de VPRO en de doelstelling van het programma-maken. Vandaar dat wij zeiden: ja maar, kinderen zijn ook zelfstandige wezens, die hebben ook genoeg te vertellen. Laat die kinderen maar eens zelf aan het woord".

Klap op je kop

"We zijn begonnen met twintig kinderen tussen de 9 en 12 jaar, van de vierde tot de zesde klas van de Lagere school. Geleidelijk aan werd dat aantal wat minder. Van te voren hadden we ze wel zo'n beetje uitgezocht: kinderen, die redelijk goed gebekt waren en die redelijk goed hun eigen mening konden verwoorden. Kinderen die er uiteindelijk niet geschikt voor waren, die niet zo goed mee konden komen of die er toch niet zo toe aangetrokken voelden, vielen vanzelf wel af. Uiteindelijk bleven we over met een groep van dertien kinderen. Dit was een groep uit Arnhem.

Daar zaten wel vier volwassenen bij om die kinderen te begeleiden. Het moet sowieso al technisch begeleid worden om een goed programma in de lucht te krijgen.

De groep uit Arnhem heeft een dik jaar gedraaid, van maart 1980 tot mei 1981. Toen is het programma overgegaan naar Zaandam, maar daar werk ik niet meer aan mee. Gewoon om het simpele feit dat ik als free-lancer te duur ben voor het schamele budget, dat dit programma toebedeeld heeft gekregen. Bovendien was ik degene die hier in Arnhem alles regelde met de kinderen, ik had kontakt met ze en ik deed de meeste opnamen met ze. De kinderen in Zaandam zitten hier meer dan honderd kilometer vandaan en het is daarom moeilijk intensief kontakt met ze te onderhouden. Maar ik vind het doodzonde. Zo'n programma past helemaal in mijn lijn: het past helemaal bij de ideeën zoals ik over kinderen denk.

Het doel van het programma, van de VPRO en de vier volwassenen, die het programma begeleidden, was, om kinderen zelf aan het woord te laten: kinderen van 9 tot 12 jaar, die zelf en zelfstandig het woord te laten doen en die via het medium radio de mogelijkheid bieden andere kinderen te bereiken op hun eigen manier. Die kinderen bepalen zelf de onderwerpen. Ze bepalen zelf wat de inhoud daarvan zal zijn, hoe het moet zijn en hoe het gepresenteerd wordt. Ze beantwoorden zelf de telefoongesprekken met de kinderen, die naar het programma opbellen. Er komen absoluut geen volwassenen aan het woord, afgezien dan van in reportages, maar ook dan alleen als de kinderen dat zelf belangrijk vinden.

De kinderen die het programma maken vinden het hardstikke leuk om te doen. En de kinderen die luisteren vinden dat blijkbaar ook. Want we hebben erg veel reakties gehad uit het land. En misschien heel verbazingwekkend, maar vooral, of hoofdzakelijk, reakties van het platteland. Ontzettend veel uit Friesland en Groningen, plaatsjes waar we nog nooit van gehoord hadden. Toch ook wel reakties uit de grote steden, maar heel veel van het platteland. Die kinderen vonden het prachtig, dat deze kinderen alles zo frank en vrij zeiden. Ook hebben we heel veel reakties gehad van ouders, vooral verontwaardigde reakties in de trant van: ja, dat is weer typisch VPRO, vieze vuile praat, die kinderen discrimineren ons volwassenen. Die kinderen zeggen werkelijk alles wat ze voor hun bek komt. Als die kinderen een rijtje "vieze woorden" gaan opnoemen, zoals dat wel eens gebeurde, dan geeft dat bij volwassenen verwarring. Verwarring zo van: die kinderen zullen wel geïndoctrineerd zijn! Dat wordt heel vaal gedacht door volwassenen, omdat volwassenen zelf altijd indoktrineren. Maar dat is absoluut niet waar! En dat wordt als vreemd ervaren, dat wij dat als volwassenen niet doen. Het is echter niet zo dat wij alleen maar op de achtergrond stonden en niets ingebracht hebben, want vooral in het begin is dat wel zo geweest. Maar we hebben nooit bepalend opgetreden, nóóit. We hebben hooguit programma-technisch begeleid, zo van: goh, denk dáár eens aan. Of wat veel kinderen veel hebben is, dat ze een vraag stellen en daarop een antwoord krijgen, waarna ze het spoor verliezen. Dan zeg je van: hé, pik dat nog eens op!

De hele vorm van het programma wordt, ook nu door de kinderen in Zaandam, bepaald door de kinderen zelf".

Pedofilie

De kinderen krijgen ideeën over programma-thema's door dat ze veel lezen en dingen horen. We kregen veel boeken toegestuurd en één van de kinderen las een boekje dat ging over een zogenaamde kinderlokker. En daar was hij ontzettend kwaad om en dat zei hij tegen mij "nou, het was een ontzettend goed boek, maar met die klote-volwassenen daarin!", en hij vertelde mij het verhaal van het boek. En ik zei van: "goh, wil je daar dan niet iets mee gaan doen?"

"Ja! Maar hoe moeten we dat dan doen?" Nou, dus ik ging daarover praten met hem, zo van: wat had je gedacht, wil je dat alleen gaan doen of met iemand anders erbij? Een vriendinnetje van hem, ook van "Een klap op je kop", heeft daar toen aan meegewerkt. Ik ben toen aan het werk gegaan om kontakten te leggen met kinderen , die een vriendschappelijke relatie hebben met een volwassene met pedofiele gevoelens. Via allerlei omwegen is me dat toen gelukt. Uiteindelijk is er toen een interview geweest, door de kinderen van "Een klap op je kop" met drie jongetjes die een pedofiele relatie met een volwassene hadden. Ook hebben ze een gesprek gehad met een moeder van één van die kinderen en met iemand van de zedenpolitie in Rotterdam. Over die pedofilie zijn twee uitzendingen geweest. De kinderen zelf stonden daar heel onbevangen tegenover, heel vanzelfsprekend. En ze verbaasden zich eigenlijk over de reakties van de volwassenen op pedofilie, die zo negatief waren. Wat ook zo mooi was, was toen ze de politie in Rotterdam interviewden: ik had de kinderen niets verteld over hoe de politie werkte, want daar was ik zelf toen ook niet goed van op de hoogte. Ze gaven toen zelf al kritiek op die vent van: "Ja, dat zeg je nou wel, maar volgens mij zit je alleen maar mooi te praten en gebeurt dat niet zo! We geloven er geen bal van, want dit en dit zijn de verhalen".

Daarmee zie je dat kinderen zelf kritisch genoeg zijn om op te merken of iets waar is of niet.

Met een programma als dit hebben we dan ook bereikt dat deze kinderen veel opener geworden zijn, zich veel bewuster zijn geworden van wat zij zelf vinden, wat zij zelf voelen, wat zij kunnen zeggen. En dat ervaren zij zelf als heel prettig".

Expres-VPRO

"Toen ik aan de produktie begon van die pedofilie-uitzendingen merkte ik dat ik heel erg onwetend was, dat ik meer taboe's had voor mijzelf dan ik dacht. Ik dacht altijd: goh Mik, wat ben je toch ruimdenkend, je aksepteert alles, je denkt heel anarchistisch! Maar toen merkte ik dat ik van zoiets als pedofilie heel weinig afwist. En doordat je er heel weinig van afweet, heb je er bepaalde gedachten over en neem je dingen die je daarover hoort veel gemakkelijker aan. En toen dacht ik van: hé, dat klopt natuurlijk niet, hè? Hier wil ik meer mee! Ik wilde toen een programma voor volwassenen gaan maken voor de VPRO, dat over pedofilie zou gaan en over kinderen met pedofiele relaties. Dat werd een uitzending voor het programma "Expres-VPRO", dat wordt uitgezonden op de vrijdagmorgen om kwart over negen op Hilversum 2.

Ondertussen had ik kontakt gevonden met Theo Sandfort. Ik wist dat hij een rapport had gepubliceerd. Ook kreeg ik steeds meer kontakten met kinderen die pedofiele relaties hadden met volwassenen met pedofiele gevoelens. Ik merkte dat ik me heel goed kon invoelen in de kinderen en de volwassenen, die deze vorm van omgaan met elkaar hadden. Ik kreeg steeds sterker het gevoel: verdomme, al die mensen die met die rare denkbeelden in hun hoofd zitten, al die vooroordelen dat moet uit de wereld worden geholpen. Want dat is gewoon onwetendheid. De mensen moeten er meer over te weten komen, en dan niet op de manier zoals al zo vaak gebeurd is n.l. dit is een pedofiel, en dit voelt hij, en meer niet. Nee, ik wil de kinderen aan het woord laten. Ik wilde ook kinderen aan het woord laten, die zelf geen pedofiele relatie hadden, en die vertelden over hun eigen sexualiteit. Want dat is waar het precies omgaat: men denkt heel vaak dat kinderen tot een jaar of 14 nog geen sexuele gevoelens hebben, en als ze die wel hebben dan is dat alleen nieuwsgierigheid, spelletjes, doktertje spelen, maar niet iets dat ze echt zouden willen. Laat staan dat ze dat met een volwassene zouden willen.

Dit soort opvattingen en alle vooroordelendaar omheen komen doodgewoon voort uit pure onwetendheid. Wat ik wilde was het publiek, het luisterpubliek, te informeren en hen van die onwetendheid af te helpen. Dat is zuiver de achtergrond geweest om het programma te maken: onwetendheid opheffen.

Er zijn nu twee uitzendingen geweest van "Expres-VPRO" over pedofilie. De eerste uitzending, op 10 april 1981, ging over kinderseksualiteit en pedofilie. Dit programma liet de gevoelens zien van het kind, de pedofiel en de ouders.

In het tweede programma van 8 mei 1981 werd ingegaan op justitie en pedofilie. Daarin was te beluisteren wat er kan gebeuren als volwassenen ingrijpen in dit soort relaties. Uit deze beide uitzendingen blijkt dat niet zozeer het pedofiele kontakt schadelijk is voor het kind, als wel de reaktie van de volwassenen uit de omgeving daarop. Met deze programma's proberen we de zogenaamde buitenstaanders te bereiken die het van elkaar moeten horen. Ik bedoel bijvoorbeeld: de ouders die in het programma aan het woord zijn geweest, hebben verteld hoe zij er tegenover stonden dat hun kind een pedofiele relatie had met een volwassene. Dáár reageren de mensen dan op, of positief, of negatief.

Heel positief waren reakties van ouders die kontakt wilden opnemen met andere ouders die er ook zo over dachten. Ook reageerden mensen, die kennis wilden maken met een "echte" pedofiel: wat is dat voor iemand, hoe is "hij" on het echt? Daarbij kwamen ook vragen als: hoe kunnen we ze herkennen en waaraan kunnen we zien dat het een pedofiel is? Nou ja, dat is natuurlijk flauwekul, want dat kun je niet zien!

Ook kwamen er reacties als: wat is dit erg, deze manier van veroordelen. Wat kunnen wij doen om anderen te overtuigen, want onze omgeving blijft maar veroordelen en wil niet veranderen. Het enige wat ik daarop kan zeggen is: ga door! Ga door en geloof in je eigen standpunten. Laat je niet omlullen. En probeer in kontakt te komen met pedofielen, want dan zul je zien dat ze anders kunnen zijn dan al die waanzinnige verhalen doen geloven. En dan praat ik natuurlijk over een bepaald kategorie pedofielen waaraan het toevertrouwd is om daar kinderen mee om te laten gaan.

Er zijn heel veel reakties binnengekomen op de uitzendingen, waarvan, ondanks de positieve reakties, toch het merendeel kwam van mensen die vastgeroest zijn in die oude nog bestaande ideeën en mij daarop aanvallen. Reakties als: Jij Viezerik! En de VPRO dit en dat! En God straft onmiddellijk, maar ik zal voor je bidden!

Met deze mensen praat ik dan en ik probeer ze te wijzen op hun eigen kromme gedachten met vragen als: "Ja mevrouw (want het zijn meestal vrouwen die opbellen), waarom denkt u dat? Hoe weet u dat dit een vieze vent is? Heeft u deze man ontmoet?"

"Nee, maar zo zijn ze toch altijd!" wordt dan gezegd. "Hoe weet u dat?" vraag ik dan. Op die manier verlopen deze telefoongesprekken. De mensen lullen zich dan vast omdat ze zich gaan verdedigen. Ik hoop dat er bij deze mensen op den duur toch een lichtje gaat branden!!"

Emancipatie - politiek

"Het gaat er niet alleen om om die vooroordelen te laten verdwijnen. Het gaat er ook om dat mensen zich gaan emanciperen. En met emancipatie bedoel ik dan: vrij-zijn, vrij zijn van maatschappelijke normen en waarden, vrij van konformistische gedragspatronen. Dat is geen zaak voor alleen grote mensen: van kinds-af aan moeten mensen al gaan emanciperen. Want dat is wat je nog veel te veel ziet: dat kinderen kleingehouden worden en dat ze daardoor later, als ze volwassen zijn, zich moeilijker kunnen emanciperen, of zelfs helemaal niet emanciperen.

Als ouders niet geëmancipeerd zijn, is het voor hen moeilijk om te erkennen dat hun kind daar wel eens bezig mee zou kunnen zijn. Alles wat buiten hun eigen wereldbeeld valt wordt als bedreigend ervaren. Zo wordt een vriendschap van een volwassene net hun kind ervaren als een inbreuk op hun ouderlijk gezag: ze zien hun positie als ouder, als eindverantwoordelijke voor hun kind bedreigd. Dergelijke mensen hebben doorgaans de opvatting nog, dat kinderen zo "onschuldig" zijn en niets weten, met als gevolg dat deze mensen kinderen gaan betuttelen, kleinhouden en in een bepaalde richting gaan duwen. Zij accepteren kinderen niet zoals ze zijn. In de radioprogramma's die nu geweest zijn wordt niet alleen gesteld dat kinderen zich moeten emanciperen, maar is ook duidelijk te horen dat kinderen daar ook al mee bezig zijn. Alleen dat wij volwassenen dit remmen, afremmen uit angst om de macht over het kind te verliezen. Daarom komen kinderen zelf aan het woord in die programma's zodat ze het zelf kunnen zeggen. Want het punt is, in de hele maatschappij, dat er niet naar kinderen wordt gekeken en niet naar ze wordt geluisterd. Volwassenen moeten gaan aannemen en moeten geloven wat kinderen te zeggen hebben. En ik kan dan wel over de radio schreeuwen hoe ik daarover denk en hoe anderen daarover zouden moeten denken, maar zolang deze samenleving zo Calvinistisch en konservatief blijft, verandert daar niet veel aan. Het heeft ook met politiek te maken. Als je zegt: emancipatie is politiek bedrijven, dan ben ik het daarmee eens. Het gaat niet zozeer om politiek links of rechts. Het gaat erom of men vasthoudt aan al die bestaande bekrompen opvattingen, of dat men bereid is om zich op te stellen voor anderen, anderen vrij te laten. Dat heeft alles met politiek te maken. W..n [weggevallen letters] politiek is leven: het regelen van het leven".

Zelf emanciperen

"Doordat ik zo intensief met kinderen aan de gang ben gegaan, ben ik nog meer dan vroeger gaan kijken naar kinderen. Ook over pedofilie ben ik veel meer gaan nadenken. Vroeger stond ik daar gewoon niet bij stil. Ik dacht: oh, er zijn volwassenen die van kinderen houden, nou: prima. Ik veroordeelde het niet als een vieze kinderlokker of een viezerik, maar ik stond er verder ook niet zo bij stil.

Ik ben ook bij mezelf te rade gegaan: hoe zit het dan met mij? Heb ik ook die gevoelens? Nou, ik denk dat ieder mens wel pedofiele gevoelens heeft, alleen bij mij openbaart het niet als zodanig. Terwijl ik heus wel op die manier van een kind zou kunnen houden. Maar ik sluit het niet uit, dat het kan gebeuren. Ik verdom het om mezelf in zo'n hokje te stoppen van: homo, hetero, pedo, enzovoort. Het wordt nu wel aan me gevraagd, nu ik met kinderemancipatie en pedofilie bezig ben, of ik ook "zo" ben. Er wordt zelfs al wantrouwend gekeken als ik heel open en vrij met kinderen uit mijn eigen woonbuurt aan het stoeien ben. Ik laat ze volkomen vrij in de manier waarop ze met zichzelf en hun lijf omgaan. Dat wordt dan gezien als seksueel opruiend ofzo. Ah: dus toch! denkt men dan.

Zelf heb ik als kind vreselijk veel behoefte gehad aan kontakt met een man, die gewoon lief voor me was. Dat besef ik nu achteraf. Maar ik ben toen nooit tegen zo iemand aangelopen. En of ik dat nou bij mijn eigen vader kon vinden of niet, heeft er niets mee te maken: het is gewoon de behoefte aan kontakt met een andere volwassene.

Daarom kan ik zo goed invoelen wat kinderen voelen, die een relatie met een volwassene hebben, en wat een volwassene met pedofiele gevoelens moet voelen".

"Het is natuurlijk niet zo dat alleen buitenstaanders buiten de pedofilie om in dit geval, zich zouden moeten emanciperen, van levensstijl en van gedachten zouden moeten veranderen, maar ook de pedofiel zelf. Want zo'n Werkgroep Jeugdemancipatie zegt dan wel: Jeugdemancipatie! Maar ik heb er mijn bedenkingen bij in hoeverre er dan rekening wordt gehouden met de kinderen zelf en hun emancipatie-gedachte. Wordt er alleen aandacht geschonken aan het aspekt van de seksualiteit? Als mensen dat doen, dan denk ik: nogal schijnheilig zeg, want dan is het vooral je eigen seksualiteit, waarmee rekening wordt gehouden!

Jeugdemancipatie gaat veel verder dan alleen maar het onderdeeltje seks: voor een volwassene wil dat zeggen dat hij of zij een kind moet ondersteunen in het bepalen van een eigen levensweg, dat het kind zelf kan bepalen hoe het leeft. Ik denk dat iemand met pedofiele gevoelens, die daar veel gevoeliger voor is, een hele belangrijke bijdrage in kan leveren. Maar dan moet die pedofiel(e) wel geëmancipeerd zijn!

Ik kom nog even terug op de stelling "emancipatie is politiek bedrijven": als een pedofiel zich geëmancipeerd voelt, dus zich vrij voelt om op zijn of haar manier te leven en kinderen en volwassenen in hun leefwereld vrij kan laten, dan denk ik dat dat goed is. Dat is beter dan vast te blijven houden aan oude ideeën en te denken van: ach, ik ben zo zielig, want niemand begrijpt mij! Dat zie ik ontzettend veel om me heen. Of dat men blijft cirkelen in dat seksuele aspekt. Want dat is dan in feite de eigen politiek van die pedofiel(e). Juist iemand met die gevoelens zal zich ervan bewust moeten zijn, dat pedofilie geen persoonlijk probleem is van hem- of haarzelf, maar een maatschappelijk probleem: het is de omgeving die het tot een probleem maakt".

Opvoeden

"Voor veel mensen is pedofilie een probleem. Ze weten niet wat ze er mee moeten. Als er dan een "deskundige" daarover zijn opvattingen verkondigt, zijn veel mensen zo naïef om dat te geloven, want immers: zo'n geleerd iemand zal het toch wel weten. Dat is ook het gevaar van het medium, die de macht heeft om dit soort effecten op grote schaal te bereiken. Daarom heb ik in mijn programma's over pedofilie geen deskundigen aan het woord gelaten. Immers: waarom zou ik dan kinderen en pedofielen zelf aan het woord laten? De mensen geloven wel méér wat de deskundige te vertellen heeft!

Deskundigen weten ook zo vaak te vertellen wat pedofielen fout doen. Door dit zo te benadrukken worden pedofielen apart gezet van anderen, alsof ze grotere fouten zouden maken dan bijvoorbeeld ouders. Pedofielen zouden kinderen misbruiken, de geestelijke en de seksuele ontwikkeling van het kind zou door de invloed van de pedofiel versneld worden en in de war gestuurd worden. Allemaal gelul vind ik, want daarmee wordt een pedofiel weer eens apart gezet van andere mensen. ?Bovendien wordt er dan weer niet uitgegaan van wat het kind aangeeft, hoe ver het is.

Dat neemt niet weg dat een volwassene veel invloed heeft op het kind. Als die volwassene dan ook nog eens duidelijke pedofiele gevoelens heeft, kan die invloed heel groot zijn. Als er een goede relatie is tussen zo'n volwassene en een kind dan vertrouwt en steunt het kind op de oudere partner. Een pedofiel zal zich daar behoorlijk goed van bewust moeten zijn, zal moeten beseffen dat hij of zij het kind kan beïnvloeden zal rekening moeten houden met wat het kind zelf aangeeft. Maar die beïnvloeding en dat rekening houden met, mag naar mijn mening niet alleen naar kinderen, maar naar niemand. Een pedofiel moet zich ook realiseren dat hij of zij niet alleen een vriend of vriendin is voor het kind, maar ook nog opvoeder. En wat je onder opvoeden moet verstaan is nogal onduidelijk. Wat in veel gevallen aan "opvoeding" wordt gedaan is zuiver manipuleren: het kind in een richting duwen die de meest nabij gelegen volwassene, verzorger of onderwijskracht voor het kind bepaalt. Dat is geen opvoeden, vind ik.

Opvoeden is in mijn ogen meer begeleiden. Ik geloof dat een kind, een mens zichzelf opvoedt. Het kind heeft wel ondersteuning nodig. Steun, hulp en begeleiding, maar het moet niet in een bepaalde richting worden geduwd. En dat is juist wat je nog teveel ziet gebeuren. Maar dat ik ook niemand kwalijk te nemen, want de hele maatschappij is zo. In deze samenleving wordt je gemanipuleerd, maar je laat je ook manipuleren. Of met andere woorden: je leeft wel, maar eigenlijk laat je je leven, door anderen. Onder die beïnvloeding is nauwelijks uit te komen, maar je kunt er wel verdomd bewust van proberen te zijn, waar je je laat beïnvloeden. Binnen het onderwijs wordt ook zeer veel invloed uitgeoefend op het kind. Als het gaat om pedofilie, dan is die invloed zeer belangrijk. Zo is er altijd wel ergens een kinderlokkertijd op de christelijke school en twee weken later op de katholieke school. Onderwijskrachten moeten daar op inspelen, vind ik. Onderwijskrachten hebben vaak nog zeer konservatieve ideeën over pedofilie en dat blijkt dan in hun benadering van de onder hun hoede zijnde schoolkinderen: buiten de ouders om de kinderen "waarschuwen" voor vermeende kinderlokkers en toestaan dat politieagenten voor een klas verschijnen om een kind vóór de klas aan een verhoor te onderwerpen. De invloed van het onderwijs blijft niet alleen beperkt tot de kinderen: veel ouders verklaren een onderwijskracht als heilig, want die hebben ervoor geleerd! Veel mensen, die binnen het onderwijs bezig zijn hebben geen tijd om kritisch bezig te kunnen zijn met opvoedingssystemen en samenlevingsstrukturen waar kinderen in opgroeien, omdat ze voor negentig procent bezig zijn met vergaderen en met hun eigen vakgebied".

"Zolang de samenleving en daarmee ook de politiek op dit moment zo blijft, zal er aan wetgeving niet veel kunnen veranderen. En wat Melai [commissie zedelijkheidswetgeving] wil is gewoon shit, dat verandert in feite niets. Ik ben van mening dat er wel een wet moet zijn die kinderen beschermd maar dan een algemene wet wat betreft aanranding, verkrachting en mishandeling. Een wet voor volwassenen èn kinderen, zonder dat onderscheid van leeftijd. Een wet, die niet dat onderscheid van pedofilie maakt. Het verkrachten van een vrouw is net zo erg als het verkrachten van een kind, daar zit geen enkel verschil in. Er is wel leeftijdverschil, maar de daad is hetzelfde en de gevolgen ook: de morele klap die een mens krijgt. Kinderen hebben wel meer bescherming nodig, maar ze moeten daarin niet apart gezet worden.

Door die hele aparte wetgeving worden ze kwetsbaarder gemaakt. En natuurlijk, in een aantal opzichten zijn ze ook meer kwetsbaar: kinderen zijn afhankelijker, ze zijn fysiek minder sterk."

Toekomst

"Ik denk niet dat de samenleving zodanig verandert, dat zoiets als pedofilie daarin geaccepteerd wordt. Ik denk wel dat er op den duur meer begrip ontstaat voor dergelijke relaties, en dat het méér geaccepteerd wordt. Maar dat begrip en die acceptatie zal nog heel lang duren. De pers en de media spelen een belangrijke rol bij het bekendheid geven aan dit soort dingen. Maar wat er tot nu toe in de publiciteit is gekomen, met name in de geschreven pers, is nogal eenzijdig. De artikelen lijken doorgaans nogal op elkaar en vertellen weinig over wat er zich rondom pedofiele kontakten afspeelt, hoe de omgeving reageert op dat soort relaties en hoe (voor)oordelen daardoor tot stand komen. Ik ga zelf door met maken van programma's over kinderen, met kinderen, voor volwassenen. Het eerstvolgende programma, wat ik over pedofilie wil gaan maken zal een case-story moeten worden. Een case-story is het verhaal rondom één persoon, één pedofiel of pedofiele: wat daarmee gebeurd, hoe de omgeving reageert, hoe officiële instanties reageren als het "misloopt" , hoe staat een pedofiel in de maatschappij en hoe handhaaft hij/zij zich enz.

Ik wil niet een heel positief beeld gaan brengen over alles rozengeur en maneschijn, want dat is niet zo. Ik wil ook niet generaliseren, dat alle pedofielen zulke goeie mensen zijn. In het programma wil ik het maatschappelijk e probleem laten zien, wat dan dat zwaar beladen woord "pedofilie" genoemd wordt. Er zal nog heel wat werk verricht moeten worden om meer begrip te krijgen voor kinderemancipatie en voor pedofiele vriendschappen. Mijn thema-programma's voor de VPRO zijn maar een klein deel van dat werk".


bron: Artikel 'Jeugdemancipatie gaat veel verder dan alleen maar seks' door René Langhorst; NIKS 1982 nr. 6; juni/juli 1982