Kind en seks

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Onze westerse wereld heeft nog steeds moeite met de gedachte dat een kind ook seksuele gevoelens heeft. Toch heeft Freud daar al meer dan een halve eeuw geleden aandacht voor gevraagd. Vooral voor de seksualiteit van het heel jonge kind. Lustgevoelens in mondje en kontje van zuigeling en kleuter. Spelen met de plasser. Nieuwsgierigheid naar de fijne delen van anderen. Op de schoolleeftijd bleef er van deze onbekommerde kinderlijke uitingen niet veel over. Het leek er een beetje op dat er geen belangstelling meer voor bestond. Freud noemde dat dan ook maar de "latente fase." Latent betekent zoveel als verborgen, onzichtbaar blijvend. [...]

Zet maar eens twee modellen tegenover elkaar. Aan de ene kant een primitieve kultuur waar men gemakkelijk bloot rondloopt, waar vrijende mensen geen deuren op slot doen, waar een jongen lovend wordt toegesproken als hij een mooie stijve heeft, waar een meisje aangemoedigd wordt om zich zelf te strelen. In zo'n kultuur is geen sprake van een zogenaamde latentie-fase in de seksualiteitsontwikkeling. Kinderen hoeven geen doktersspelletje te bedenken om elkaar te bekijken of te betasten.

Nu het andere model. Iedereen loopt gekleed rond en zegt dat zoiets ook wel moet door de kou. Maar als het een keer lekker warm is, dan houden ze toch schaamlappen om. Vrijen mag alleen na het maken van degelijke afspraken, in een besloten ruimte; op slot, en kloppen. Als een jongen een mooie stijve heeft, dan wordt er gezegd: jij moet zeker nodig plassen. Gefronste blikken. Als een meisje zich lekker streelt, dan wast mams haar spleetje extra zorgvuldig, want dat staat in de boekjes. In zo'n maatschappij ontstaat vanzelfsprekend een verdringing van gevoelens en verlangens. Dat noemen we dan latentie-fase. Omdat de natuur sterker is dan de leer, reageert het kind met doktersspelletjes. Kent u dat land ook zo goed? [...]

Vroeger hoopte ik dat wetenschappelijk onderzoek wel in staat zou zijn om de opvattingen over kinderseks meer af te stemmen op de werkelijkheid. Ik ben daar van teruggekomen. Zelfs al zou er een verantwoord onderzoek plaats vinden - bijna ondenkbaar, zie boven - dan nog zou niemand daar wat mee doen. Hoe verander je de opvattingen in een gemeenschap dan? Een zogezegde hamvraag, waar niemand het antwoord op kan geven. Langs de weg van de kunst, van de voorlichting en van de aktiegroep, om eens wat mogelijkheden te noemen.

bron: Artikel 'Kind en seks' door Philip den Bouwmeester (pseudoniem van Frits Wafelbakker); Sextant, nr. 7/8; 1979