Leeftijd en de gevolgen van seksueel contact

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: André E.

Het lijkt voor de hand liggend. Jonge kinderen zullen meer kans hebben door seksueel contact beschadigd te worden, en zullen ernstiger beschadigd worden dan oudere kinderen. Maar klopt dit ook? Voorzover mij bekend is, is hier niet daadwerkelijk onderzoek gedaan. Wel ken ik twee onderzoeken die aanwijzingen over deze vraag geven. En de uitkomst is verrassend.

De eerste is [1]. Een onderzoek naar de gevolgen van incest, maar met een zeer interessante methodologie: Er werden hier vrouwen die wegens incest in therapie waren gegaan vergeleken met vrouwen die ook een incestverleden hadden, maar niet in therapie gingen. Op deze manier kan men heel wat informatie krijgen over wanneer en hoe incest schade aanricht - de eerste groep vrouwen was over het algemeen sterk beschadigd, de tweede groep nauwelijks of geheel niet.

Een interessante uitkomst was, dat bij de vrouwen uit de eerste (problematische) groep in het algemeen het incest tot na het 12e levensjaar doorging, terwijl in de tweede groep het voor die tijd beëindigd werd.

Het tweede onderzoek is een onderzoek naar de (korte termijn) effecten van verkrachting [4]. 790 slachtoffers van verkrachting werden onderzocht naar signalen van trauma, zoals slaapproblemen, nachtmerries en angsten. Adolescenten en volwassen vrouwen hadden hier meer klaarblijkelijke schade dan pre-puberale meisjes en oude vrouwen. Ik moet overigens bekennen dat ik dit onderzoek niet zelf gezien heb, slechts een samenvatting in het overigens zeer interessante boek [5].

Daar mij verder geen data bekend zijn, heb ik geprobeerd ze zelf te vinden. In de meta-analyse naar de gevolgen van zogenaamd seksueel misbruik van Rind, Bauserman en Tromovitch [6] staan de diverse gebruikte onderzoeken, met hun definities van CSA (Child Sexual Abuse) en hun gevonden correlaties tussen seksueel misbruik en psychologische problemen, vermeld. Ik heb deze onderzoeken verdeeld naar maximale leeftijd van het 'slachtoffer', en vervolgens de gevonden verbanden tussen CSA en psychologische problemen (op een schaal van -1.0 tot 1.0, waar 0.0 geen verband aangeeft) per maximumleeftijd gemiddeld, gewogen naar het aantal gevonden aantal personen met een of meer CSA-ervaringen.

Voor meisjes:

maximumleeftijd
gevonden verband
totaal aantal CSA-gevallen
aantal onderzoeken
11
.04
182
1
12
.10
305
1
13
.11
4437
4
14
.12
224
1
15
.06
692
3
16
.12
2415
11
17
.07
2050
8
18
.15
296
2


Voor jongens:

maximumleeftijd
gevonden verband
totaal aantal CSA-gevallen
aantal onderzoeken
13
.06
213
1
16
.05
981
4
17
.14
1242
4


Een erg duidelijk beeld komt hier niet naar voren, maar misschien mogen we dat ook niet verwachten - ook als (bijvoorbeeld) er een duidelijk verschil is tussen 12-jarigen en 16-jarigen, is de kans toch al weer een stuk kleiner dat dit verschil zichtbaar is als we "0-12 jarigen" met "0-16 jarigen" vergelijken.

Gesteld dat dit 'omgekeerde' verband tussen leeftijd en schadelijkheid inderdaad juist is, hoe is dit dan te verklaren?

Thornhill en Thornhill gooien het op een evolutionaire verklaring. Het ondervinden van verkrachting als onaangenaam is hierbij een strategie om de vrouw zich tegen verkrachting te laten verzetten, en zo te voorkomen dat zij een kind krijgt van iemand van wie zij dat helemaal niet wil. Kinderen voor de puberteit (alsook mannen en vrouwen na de overgang) lopen dit risico niet, en reageren daarom minder fel op een verkrachting.

Een tweede verklaring die wel is genoemd [2] is dat jonge kinderen minder geschaad worden doordat ze zich minder bewust zijn van het maatschappelijke taboe dat op dergelijke relaties rust. Omdat ze zich minder realiseren dat wat hen is overkomen slecht gevonden wordt, voelen ze zich ook minder schuldig over hun plezier als het leuk gevonden hebben, of over het feit dat ze er niets of te weinig tegen gedaan hebben als dat niet het geval is.

Als derde mogelijkheid zou ik willen aanvoeren dat het verschil ligt in de geneigdheid van een volwassene of oudere minderjarige om een kind als seksueel te zien. Een prepuberaal kind zal veel minder snel als seksueel uitlokkend of willig gezien worden dan een puber of adolescent. Als zodanig zal men ook minder snel geneigd zijn het kind op een seksuele wijze tegemoet te treden. In de gevallen waar dit dan toch gebeurt, zal er dan wellicht vaker sprake zijn van een daadwerkelijke wil van het kind dat het gebeurt en/of zal er sneller het gevoel in de volwassene opkomen dat deze te ver gaat. En daardoor zijn dan seksuele ervaringen van jonge kinderen met volwassenen dan vaker consensueel en/of minder ingrijpend.

Hoewel ons dat dus al drie verklaringsmethoden geeft, is er nog geen echt bewijs dat het te verklaren effect überhaupt bestaat. Eigenlijk is er sowieso bitter weinig bekend over de contacten van volwassenen met jonge kinderen, in het bijzonder waar het positieve ervaringen betreft. En dat deze wel bestaan mag blijken uit het feit dat [3], dat van alle in [6] onderzochte studies de laagste maximumleeftijd heeft, ook de studie is die de meeste positieve ervaringen vindt (28% van de meisjes en 69% van de jongens), en de minste negatieve (52% en 7%).

Noten
[1] M. Tsai, S. Feldman-Summers, M. Edgar. Childhood molestation: differential impacts on psychosexual functioning. Journal of Abnormal Psychology 88 (1979), pp. 407-417.
[2] L.L. Constantine: The effects of Early Sexual Experiences: A Review and Synthesis of Research. In: L.L. Constantine, F.M. Martinson (eds.): Children and Sex: New Findings, New Perspectives. Boston: Little, Brown & Co., 1981.
[3] L. Schultz, P. Jones: Sexual abuse of children: Issues for social service and health professionals. Child Welfare 62 (1983), pp. 99-108.
[4] N.W. Thornhill, R. Thornhill: An evolutionary analysis of psychological pain following rape: 1. The effects of victim's age and marital status. Ethology and Sociobiology 11 (1990), pp. 155-176.
[5] D.M. Buss. The Evolution of Desire: Strategies of Human Mating. New York: BasicBooks, 1994.
[6] B. Rind, R. Bauserman, Ph. Tromovitch. A Meta-Analytic Examination of Assumed Properties of Child Sexual Abuse Using College Samples. Psychological Bulletin 124:1 (1998), pp. 22-53.


bron: Artikel 'Leeftijd en de gevolgen van seksueel contact' door André E.; Digitale Nieuwsbrief Vereniging Martijn; 25 april 2004 t/m 8 mei 2004