Leeftijdgrenzen in de zedelijkheidswetgeving - Bescherming of bedreiging?

From Brongersma
Jump to: navigation, search

- Een inwoner van Veldhoven ontving regelmatig jongetjes bij zich. Deze kwamen graag en vrijwillig bij hem. In een aantal gevallen was er sprake van sexueel contact. De man werd gearresteerd en de politie verspreidde verhalen onder de ouders van de kinderen waaruit moest blijken dat de kinderen in ernstig gevaar hadden verkeerd. In de kranten verscheen het bericht dat er een "kinderlokker" was gearresteerd. (De groep jongeren schreef intussen een brief naar de officier van justitie waarin ze verklaarden, de arrestatie verschrikkelijk te vinden en vrijlating te wensen). (Beschreven in Sekstant, 1978/4).

- Een maatschappelijk werker bij de Raad van Kinderbescherming in Den Bosch veroordeelde een vriendschapsrelatie tussen een jongen van twaalf en een volwassen man omdat hij meende dat er in deze relatie geen sprake kon zijn van een vrije keuze voor de jongen. Hij meende: "Praten met hem (de jongen,red,) zie ik niet zitten. Dat kind is toch beïnvloed. Ik krijg er toch niet uit wat ik er uit wil hebben" (curs. van ons). Intussen was hij echter wel bezig, tegen de wens van zowel de jongen als diens vader, de relatie te verbreken. Kennelijk kwam hij niet op het idee dat hij zelf degene was die, door op eigen initiatief te werk te gaan, de jongen zijn wil oplegde. (Beschreven in Jeugdwerk Nu, 4 mei 1977). [...]

In dit verband is een citaat van de pedagoog Drs. Huizinga relevant (C.J. Huizinga (1977), pag. 81.) ["De wet kent grenzen, de liefde niet", Sjow, 1977/4]: "De pedagogische relatie dankt haar bestaan en betekenis aan de ongelijkheid van de partners. Verschillen in motivatie, beleveningswijze en verantwoordelijkheid zijn ook daar aanwezig, maar dat pleit niet tegen een pedagogische relatie, integendeel, het maakt die juist zinvol." Overwicht kan op zich geen reden tot strafbaarstelling zijn. Alleen het misbruik van overwicht kan dat zijn. [...]

Het is opmerkelijk dat overwicht een speciaal probleem wordt zodra het gaat om sexualiteit, waar het bij allerlei andere aspecten van het leven niet of nauwelijks als probleem wordt ervaren. De ondoordachte stelling van de officieren-jeugdzaken lijkt in dit licht bezien meer de weergave in rationele termen van een emotie die uitgedrukt zou kunnen worden als: "De oudere misbruikt zijn overwicht door de jongere iets op te dringen waar deze niet aan toe is." Aan deze redenering ligt kennelijk de veronderstelling ten grondslag dat het betrokken kind nimmer behoefte heeft aan het contact zodat het wel moet zijn gedwongen.

bron: 'Leeftijdgrenzen in de zedelijkheidswetgeving - Bescherming of bedreiging?' door NVSH; 1978