Melkfles

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Maar goed, niet zo diepzinnig, gewoon mijn eerste kennismaking met sex. En die heet: Melkfles. Ik zal het u verklaren. Acht blonde jaren jong woonde ik in de smalle oplopende Bouwmeesterstraat in Arnhem. Ik zie me daar voetballen met de jongens uit de buurt. Gefilterd zonlicht op oude huizen, en een schallende jongensstem: Dikkie Schiete! Ik weet niet meer hoe we met die man in aanraking kwamen. Hij moet ons toch aangesproken hebben. Of wellicht had hij alles al geregeld met de oudste van 13 jaar, onze aanvoerder-branieschopper. Hoe dan ook, mijn herinnering begint waar we door het bos van het nabijgelegen Sonsbeek liepen: de man, gleufhoed schuin over het gelaat, bruine overjas, af en toe omkijkend en met overleggende gebaren een geschikte plek uitzoekend. Wij achter hem, de grootste voorop, drie blonde jongenshoofdjes even oplichtend in het dunne licht tussen de bomen. Toen we allen (ik zwijgend en knikkend) instemming betuigd hadden met de eindelijk dan uitverkoren plek, zetten wij ons in het gras omzoomd door struiken en bomen in volle bloei. Ik zat op enige meters afstand recht tegenover de man die opzij leunde zoals de keeper van elk elftal op mijn voetbalplaatjes altijd voor de spelers lag, heel losjes en toch gedreven, een duidelijk doel voor ogen. De andere twee zaten aan weerszijden van hem, met hun gezichten naar hem toe. De oudste was bezig met iets, zijn hand ging schokkend heen en weer in schuinopwaartse richting. En plotseling, als door een wonder, spoot daar een straal wit vocht door de lucht, gevolgd door kleine, als bij een haperende fontein, snel wegebbend naar niets. En in de stilte, met alleen de vogels die gewoon waren doorgegaan met ruziemaken, klonk mijn stem, ik moest het weten: Wat was dat? Gewoon een melkfles, zei de tweede jongen, hij gooide een melkfles leeg. En de man stond op en knoopte zijn gulp dicht, trok zijn jas recht en gaf iets aan de oudste. Zie maar hoe je ze verdeelt, zei hij. Toen was hij verdwenen uit mijn leven.

Op de weg terug verdeelde de oudste het pakje van tien sigaretten, dat zijn beloning was geweest. Hij was een rechtvaardige leider: Zelf nam hij er vier, wij kregen er ieder drie. En ik geloofde het niet van die melkfles, maar ik wist ook niets beters te bedenken. En thuis zette ik mij op de plee, en als vanzelf wist mijn hand wat hij moest doen. En het wonder doorstroomde mij, maar melk, nee, dat was er niet. En toch, soms als ik klaarkom, is het zo lekker dat ik wel een melkfles zou kunnen leeggooien.

bron: 'Melkfles' door Dik Brummel; Sekstant, nr. 5; mei 1974