Minder veroordelingen pedofilie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

De rechtbank in Den Bosch heeft afgelopen dinsdag een 62-jarige man uit Eindhoven, die ontuchtige handelingen had gepleegd met twee jongens van respectievelijk elf en twaalf jaar, veroordeeld tot acht maanden geheel voorwaardelijk gevangenisstraf met de maximum proeftijd van drie jaar en duizend gulden boete, te betalen in termijnen. [...]

De Eindhovense advocaat mr. G. Schakenraad had de bij uitstek deskundige prof. dr. J. Frenken, hoogleraar in de sexuologie, verbonden aan de vrouwenkliniek van het Academisch Ziekenhuis in Leiden naar Den Bosch laten komen om de rechtbank in te lichten over de laatste ontwikkelingen rondom het vervolgen en straffen van pedofielen. Prof. Frenken is ook verbonden aan het bekende Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek (NISSO) in Zeist. Belangrijk was de uitspraak van de hoogleraar over de vraag in hoeverre minderjarigen schade ondervinden van hun contacten met pedofielen. Hij kwam tot de conclusie dat niet de aard van de sexuele activiteiten, de leeftijd van het kind of de structuur van de gebeurtenissen, maar de door het kind ervaren keuzevrijheid om al dan niet aan de ontucht deel te nemen, de belangrijkste schadebevorderende conditie is. [...]

De houding van de bevolking ten opzichte van pedofilie is waarschijnlijk zeer negatief. Uit een onderzoekje onder 140 medische studenten is [volgens] prof. Frenken gebleken, dat pedofilie in vergelijking met andere niet-heteroseksuele gedragingen nog het meest als moreel niet acceptabel, ziekelijk, beangstigend en maatschappelijk gevaarlijk wordt beoordeeld. Vijftig procent van de ondervraagde mannen en veertig procent van de vrouwen beoordeelde pedofilie als negatief tot zeer negatief. [...]

Volgens de hoogleraar wordt het maatschappelijk gevaar-karakter schromelijk overdreven. Wetenschappelijk gezien gaat de tendens steeds vaker naar niet-ziekelijk of beschadigend. "In de oude psychiatrie die nog niet helemaal is verdwenen, werd alle pedofiel gedrag psychisch abnormaal of gestoord genoemd, omdat het niet overeen kwam met de vorm van heterosexualiteit tussen volwassenen. In plaats van "zondig" noemde de psychiater het gedrag "ziek", aldus Frenken. De Leidse hoogleraar vervolgt: "In de moderne sexologie is pedofilie geen bizarre geestesziekte of stoornis maar een gewend geraakte specialisering in ongewoon gedrag dat gewoon is gericht op wat alle mensen zoeken in seksueel gedrag: spel, lust, lijfelijk contact, aandacht, bevestiging, enz. Psychiatrisch is er met deze mensen per definitie niets aan de hand. Pedofilie wordt niet meer een perversie genoemd maar "onconventioneel gedrag" of "een bijzondere sexuele voorkeur". Er wordt volgens hem alleen nog gesproken van een gedragsstoornis of van psychologisch zorgwekkend gedrag als dat gedrag dwangmatig, gefixeerd, obsessief of gewelddadig is. En dat zou maar bij een klein aantal pedofielen voorkomen. De psychologen en psychiaters van vandaag denken dus niet meer meteen aan "stoornis" bij elk onconventioneel sexueel gedrag. Ook kijken ze kritisch naar de gangbare sexuele moraal.

bron: 'Minder veroordelingen pedofilie' door Jacques Verdorst; Brabants Dagblad; 28 juni 1984