Paars II en de revolte van Fortuyn

From Brongersma
Jump to: navigation, search

De heersende elite heeft de machtsposities binnen de staat in handen. Zij vormt de regeringscoalitie en heeft vertakkingen naar de hoge colleges van staat en de bureaucratie. Zij bepaalt de inhoud van de politieke agenda en formuleert, om aan de macht te blijven, een ideologie, een missie, een beleidsdocument of een regeringsverklaring. Dit leidt tot een bias bij de zittende machthebber, wat inhoudt dat zij bewust of onbewust met vooroordelen werken waardoor sommige maatschappelijke problemen wel politiek worden en andere niet. [...]

De vooroordelen leiden tot politiek correct denken. Democratische elites beslissen dat bepaalde strijdpunten niet op de agenda komen omdat zij de democratische gezindheid en de verstandelijke vermogens van de bevolking niet voor de volle honderd procent vertrouwen. [...]

De conclusie moet zijn dat de journalisten steeds minder bezig zijn met het objectiveren van het nieuws, maar zelf keuzen maken en de lezers voortdurend interpretaties voorschotelen. De redacties van de kranten maken vooraf keuzen over welke kandidaat of politieke partij zij gaan steunen of gaan tegenwerken. Zij geven niet alleen nieuwsfeiten door, maar maken steeds meer zelf het nieuws en daarmee ook de politiek. Het gevaar voor kranten en journalisten is dat zij vanwege de eigen politieke rol een onderdeel worden van de politieke strijd. [...]

In de wetenschap ontstaat een wetenschappelijke revolutie als een criticus het bestaande wetenschappelijke paradigma uitdaagt met een nieuwe theorie. De bestaande wetenschappers kunnen de criticus eerst nog marginaliseren, excommuniceren of zelfs demoniseren, maar de uitdager krijgt steeds meer aanhangers en uiteindelijk het gelijk aan zijn kant. Op een gegeven moment kantelen de verhoudingen en komt er een nieuw wetenschappelijk paradigma tot stand.

bron: Uit het boek 'Een onderbroken evenwicht in de Nederlandse politiek - Paars II en de revolte van Fortuyn' door Jouke de Vries en Sebastiaan van der Lubben; Van Gennep; Amsterdam; 2005