Pedofilie - Een bijdrage tot de oplossing van een maatschappelijk probleem

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Keizer Augustus vaardigde omstreeks het begin van onze jaartelling een wet uit tegen het geslachtsverkeer met meisjes die niet geslachtsrijp waren en tegen verkrachting. Bij seksuele omgang met een meisje beneden de zeven jaar werd steeds verkrachting aanwezig geacht. Tussen de zeven en de twaalf werd wel vermoed, dat de man zijn zin met geweld had doorgezet, maar het stond hem vrij te bewijzen dat het meisje vrijwillig had meegedaan. De grens van zeven jaar had voor het Romeinse recht bijzondere betekenis: daarbeneden werd elke mogelijkheid tot zelfbeschikking afwezig geacht. In de Middeleeuwen waren jongens meerderjarig en dus tot alles bevoegd, met vijftien jaar. Maar het huwelijk was al eerder mogelijk, voor jongens op veertienjarige, voor meisjes op twaalfjarige leeftijd. Huwelijken op deze leeftijd waren geen uitzondering maar golden als normaal. Ook in latere eeuwen veranderde de houding tegenover de jeugdseksualiteit niet; seksualiteit tussen jeugdigen onderling en jeugdigen en volwassenen werd als wenselijk en zelfs noodzakelijk gezien. Vanaf de Franse Revolutie kunnen we de ontwikkelingen volgen aan de hand van wettelijke bepalingen. De strafwetten van 1791 hielden geen enkel verbod van seksuele omgang met jongens en meisjes in, hoe jong zij ook zijn mochten. De behoefte aan een dergelijk verbod werd in de eerste tijd kennelijk ook niet gevoeld, want ook de Code Pénal van 1810 zwijgt op dit punt. [...] In 1938 werd de huwelijksleeftijd voor meisjes op zestien jaar gebracht; de Code Pénal bleef ongewijzigd gelden tot 1886. Gedurende het grootste deel van de negentiende eeuw verzette dus geen enkele strafbepaling zich tegen geslachtelijk verkeer met jongens en meisjes van welke leeftijd ook, onverschillig of deze omgang uit heteroseksuele of homoseksuele daden bestond. [...]

Daarbij kan men nog aantekenen, dat dit "nog niet aan toe zijn" een cultuur-gebonden verschijnsel is. Uit studies van o.a. Malinowski (1929) is gebleken dat kinderen al op jonge leeftijd in staat zijn tot volwassen seksualiteit. In het N.I.S.S.O.-rapport over de "Seksuele ontwikkeling van het kind" staat dan ook te lezen: "Als een cultuur sex van kinderen niet alleen toestaat, maar ook stimuleert en ze erin onderwijst, zijn de kinderen soms al vanaf 6-7 jaar in staat tot het actief deelnemen aan volledige seksrelaties" (blz. 8-9). [...]

Een belangrijke variabele bij de positieve of negatieve beleving van het contact is nl. de culturele omgeving. Het is zeer goed mogelijk en zelfs uitermate waarschijnlijk, dat schade veroorzaakt door pedoseksueel contact, te wijten is aan, in betrekking tot dat contact oneigenlijke of bijkomstig te noemen factoren. [...] Vooral bij een wat langerdurend, pedofiel contact brengt dit voor het kind diepe schuldgevoelens met zich mee, want wat als fijn en goed ervaren werd, blijkt nu slecht en verdorven in de ogen der ouders te zijn. [...]

De gangbare voorstelling van pedofilie zit niet alleen naast de werkelijkheid, zij is zelfs een ernstige bedreiging voor de psychische gezondheid van de jeugd. De vraag is nu hoe we uit deze onaanvaardbare toestand moeten komen. De ontwikkeling in ons denken over onanie en homofilie heeft ons geleerd dat het vooral het taboe en daarmee gepaard gaande vooronderstellingen waren die ruimer inzicht op de problemen en dus ook de oplossing daarvan belemmerden. Die parallel kunnen we nu doortrekken naar pedofilie; naarmate in onze gemeenschap de seksualiteit minder bijzonder wordt (zowel in het aanprijzende als in het afwijzende) zal de angst om pedofilie en pedoseksuele handelingen verminderen, waardoor de problematiek doorzichtiger zal worden. [...]

Wat we echter wel kunnen concluderen is, dat er sommige kinderen zijn die een sterke behoefte hebben aan pedofiel contact. Vooral voor deze kinderen hebben de bepalingen in de wet een traumatische invloed, daar het kind zijn relatie geheim moet houden en veel verdriet en schuldgevoelens heeft als zijn of haar vriend toch in de gevangenis belandt.

bron: Uit de doktoraalscriptie 'Pedofilie - Een bijdrage tot de oplossing van een maatschappelijk probleem' door Monica Pieterse; Leiden; december 1978