Pedofilie - Een boutade

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: E. Brongersma

Laatste gedeelte van de voordacht, gehouden voor het International Congress of Law and Psychiatry, Scheveningen, september 1981

Eens, lang geleden, was het volkszede dat mannen met meisjes en jongens sliepen. Ze deden het allemaal, de pedofielen met nog meer genoegen dan anderen. Toen kwamen de christenen en zeiden, met het Oude Testament en Plato in de hand, dat dit met jongens vreselijk zonde was. Dus werden de pedofielen die het met jongens deden, voorzover men ze te pakken kreeg, levend verbrand, gewurgd, verdronken en onthoofd. Toen kwamen de denkers van de Franse Revolutie en zeiden, dat strafrecht niet mocht dienen om de moraal te handhaven, maar slechts om handelingen tegen te gaan die wederrechtelijk schade toebrachten aan mens en maatschappij. De pedofielen haalden verlicht adem en gingen, in Nederland tot 1886, ongestraft met jongens en meisjes naar bed.

Toen kwamen er mensen die zeiden, dat dit toch vreselijk schadelijk was voor die kinderen. Kinderen waren immers reine, onschuldige wezentjes en hadden van al die vieze sexualiteit nog geen weet. Dus gooide men de pedofielen die men pakken kon weer in de gevangenis. Maar toen kwamen Freud en zijn volgelingen en zij leerden, dat kinderen helemaal geen a-sexuele wezentjes waren; hij noemde ze zelfs 'polymorf-pervers.' De pedofielen, die dit al lang ervaren hadden, begonnen verlicht adem te halen. Maar hetzelfde soort doktoren, dat eens beweerd had dat je van masturbatie ziek werd en doodging, kwam nu beweren dat een jongen die met een man sex bedreef zelf homofiel werd. Dus verscherpte men de wet en sloot nu ook mannen die met een adolescent omgang hadden bij de pedofielen in het cachot.

Toen kwamen er evenwel psychiaters die bewezen, dat dit allemaal onzin was; die wet bracht, verklaarden ze, alleen maar onrecht en ellende teweeg. Dus werd, na zestig jaar narigheid, die vergissing weer afgeschaft.

Toen verschenen 'andere geleerden ten tonele die zeiden, dat kinderen nu wel boordevol sexuele verlangens zaten en dus best sexuele spelletjes met elkaar mochten doen, doch dit betekende nog niet dat ze zulke spelletjes ook met volwassenen wilden. Daar waren ze immers nog niet aan toe. Dus bleef men de pedofielen die men pakken kon in de gevangenis gooien. Bovendien, nu de woede van de samenleving en de wetenschap der geleerden steeds groeiden, begon men ze te castreren en te folteren met hersenchirurgie en aversietherapie.

Toen evenwel kwamen er onderzoekers die met voorbeelden aantoonden, dat een aantal kinderen juist wel graag speciaal met een volwassene sexueel vrijt, omdat zij bij een volwassene wat vinden, dat een leeftijdgenoot hun niet bieden kan. De pedofielen haalden verlicht adem.

Maar onmiddellijk verschenen psychiaters en psychologen die stelden, dat in zo'n verhouding de kinderen toch niet gelijkwaardig waren en dat dus de volwassene het kind domineerde. Weliswaar werd dit domineren-door-volwassenen op alle terreinen van de opvoeding volledig geaccepteerd, maar zodra het om sex ging was het verkeerd. Dus bleven de celdeuren toeslaan achter de pedofielen die men pakken kon.

Nu kreeg echter een psycholoog de zonderlinge inval, een aantal van zulke relaties zorgvuldig te analyseren; in geen geval kon hij ook maar enige overheersing door de volwassene vaststellen. Het leek er soms meer op dat het kind overheerste. In ieder geval zei het hartgrondig 'ja' tegen de verhouding. De pedofielen haalden weer verlicht adem. Maar toen kwam er een psycholoog die verklaarde, dat kinderen wel meer 'ja' zeiden tegen dingen die verkeerd voor hen waren, zoals sigaretten. De deskundige gelijkstelling van een vitale behoefte met trek in snoep, deed velen even duizelen. Snel kwamen echter psychiaters uiteenzetten, dat de zaal veel eenvoudiger lag. Als kinderen 'ja' zeiden - zo beweerden ze - bedoelden ze eigenlijk 'nee'. En als ze 'nee' zeggen? vroegen de pedofielen hoopvol. Dan bedoelen ze ook 'nee', antwoordden deze psychiaters.

De pedofielen bleven dus, voorzover ze gepakt waren, achter slot en grendel, maar in de bouwwereld zag men gouden tijden in het verschiet liggen. Want één ding was duidelijk: indien deze leer gemeengoed werd onder ouders, onderwijzers en andere opvoeders, dan zou men Nederland moeten volbouwen met psychiatrische inrichtingen. Ook de universiteiten zagen hun kans: in de toekomst zou ieder kind zijn eigen psychiater moeten hebben om aan zijn opvoeders uit te leggen, wat het eigenlijk bedoelde met 'ja' en wat met 'nee'.

Niet allen waren het daarom met het voorgaande eens en er waren zelfs geleerde psychologen, sociologen en medici die door follow-up onderzoek aantoonden dat van sexuele omgang met volwassenen, door het kind zelf gewild, in de daarop volgende vijftien jaar geen enkele schadelijke uitwerking te constateren viel. De pedofielen haalden weer verlicht adem. Maar toen kwamen er psychiaters die voorspelden, dat de schadelijke uitwerking zich pas na vijftien jaar zou kunnen openbaren. Daarvoor haalden de pedofielen hun schouders op en vroegen bewijs.

Maar toen kwam er een psycholoog die triomfantelijk uitriep: 'Niet wij moeten de schade bewijzen! Jullie moeten de onschadelijkheid bewijzen!' Daar hadden de pedofielen niet van terug. Want nog niemand had de onschadelijkheid van sexueel spel met een kind bewezen, net zo min als de onschadelijkheid van geslachtsverkeer tussen man en vrouw, of die van doperwtjes eten, of die van treinreizen. En het strafrecht heeft de grondregel, zoals we allen weten, dat iedereen voor schuldig wordt gehouden zolang zijn onschuld niet onomstotelijk is aangetoond. Und alles ist verboten was nicht ausdrücklich erlaubt ist.

De discussie leek geheel ten einde, toen uit Engeland een psychiater bepleitte geen acht meer te slaan op enig feit of enig argument, naar voren gebracht door iemand bij wie ook maar het kleinste greintje pedofilie aanwezig was. Op zichzelf een gezond beginsel. Laat alleen vrijgezellen boeken over het huwelijk schrijven; laat alleen mensen, gespeend van elk sexueel gevoel, sexuologie bedrijven. Luister nooit naar iemand met persoonlijke ervaring! Luister nooit naar iemand die iets verdedigt waar u een afkeer voor voelt! Dit is immers de essentie van geestelijke gezondheid. Maar toen kwamen de vakbroeders, die tegen hem aanvoerden, dat sexuologen al lang bij ieder mens een zeker percentage pedofilie hadden vastgesteld. Het kon klein zijn of groot, onbewust of bewust, maar het was er, bij iedereen. Het was de verborgen oorzaak van zoveel emotionaliteit in deze discussie.

Het scheen de pedofielen toe, dat het licht weer begon te dagen, vooral toen er weer andere psychiaters kwamen die zeiden: 'Och, die sexuele spelletjes met een lieve volwassene zijn op zichzelf echt onschadelijk.' Maar die hoop verschrompelde toen deze geleerden eraan toevoegden: 'Alleen, die spelletjes brengen het kind in conflict met de normen van zijn omgeving, met de maatschappij waarin het leeft. En dàt is schadelijk.'

Nu gaven de reeds half gebroken pedofielen het definitief op. Want ze wisten: de normen van je omgeving zijn oppermachtig. Met een Joods meisje liep het in Hitler-Duitsland ook slecht af wanneer een Ariër verliefd op haar werd. En in Zuid-Afrika gaat een neger naar de haaien wanneer een blanke vrouw hem tot haar minnaar maakt. Dus renden de vertwijfelde pedofielen nu om hulp naar de psychiaters, want die zijn er - niet alleen in Rusland! - om mensen aan te passen aan de normen van de maatschappij.

Maar wie het niet opgaven waren de kinderen. Ze bleven hun verleidingskunstjes op aardige volwassenen toepassen. Ze noemden grote mensen die daartegen waren 'stom'. Ze hadden ook al wat van de psychoanalyse geleerd. Ze zeiden: 'Voor elk bezwaar dat niet houdbaar blijkt, komen die grappige mevrouwen en meneren met een nieuw aandragen. Maken ze misschien al die moeilijkheden om te verstoppen, wat er eigenlijk in het diepst van hun ziel leeft? Zijn ze soms doodgewoon een beetje bang voor sex?' Naar die diagnose luisterde natuurlijk niemand. Want waarheid uit de mond der kinderen, wie heeft daar ooit van gehoord?

Noot
De Dr. Edward Brongersma stichting, die begin 1979 te Overveen is opgericht, heeft ten doel: het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek naar de ontwikkeling van het sexuele leven bij kinderen en jeugdigen, met name naar de verschijningsvormen van erotische en sexuele relaties tussen kinderen onderling en tussen kinderen en volwassenen en de betekenis van dit alles voor wetgeving, rechtspraak, opvoeding en maatschappelijk leven.
De verzameling wetenschappelijke geschriften, romans, verhalen, tijdschriftartikelen, persoonlijke documenten, foto's, tekeningen, films en geluidsopnamen, die de oprichter in de loop van tientallen jaren bijeen heeft gebracht op het gebied van de sexualiteit in al haar verschijningsvormen in het algemeen en op dat van de erotiek van en met jongens in het bijzonder, hoopt hij op deze wijze ter beschikking te stellen aan personen die zich met serieus onderzoek en het publiceren op dit terrein bezighouden en te zien bewaard en voortgezet, ook na zijn dood. Hij heeft deze verzameling daartoe aan de Stichting afgestaan en zal haar voor de Stichting blijven beheren.
Het bestuur bestaat uit: Edward Brongersma, oprichter; Harry Disselkoen, ambtenaar; Lex van Naerssen, psycholoog; Frank van Ree, psychiater; Jan Weekers, architect; Gerard Zwerus, onderwijzer. Adres: Tetterodeweg 1, 2051 EE Overveen (023-254183)


bron: Artikel 'Pedofilie - Een boutade' door E. Brongersma (jurist, Overveen); Maandblad voor Geestelijke Volksgezondheid; oktober 1982