Problemen van verdraagzaamheid

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Seksualiteit moet bij ons allen worden verdrongen en dat juist op een leeftijd waarin die verdringing voor de rest van ons leven gevolgen, en vaak, schadelijke gevolgen moet hebben. Tussen de 13 en de 15 jaar wordt de mens geslachtsrijp en nog steeds zal een onbekommerde uitleving van het geslachtsleven op deze leeftijd, zelfs in Zweden, niet worden toegestaan. Men kan dus zeggen dat, door de normen die wij aanleggen, bijna ieder mens in ons kultuurpatroon een abnormale seksuele ontwikkeling heeft moeten ondergaan en dat de gangbare normen tegenstrijdig zijn aan de eisen van het lichaam en dus tegennatuurlijk kunnen worden genoemd. [...]

Het is nooit bewezen dat seksuele omgang van kinderen van ongeveer 14 jaar zo schadelijk of afkeuringswaardig zou zijn als wij allemaal voelen dat het moet zijn. Indien jeugdseksualiteit schadelijk is voor het zieleleven komt dat omdat de gemeenschap deze uitingen als zonde beschouwt en de schuldgevoelens en angsten die uit het overtreden ontstaan zijn schadelijk. Maar schadelijk zijn ook de verdringingen die de normen van ons eisen. [...]

Een tweede reden voor onverdraagzaamheid is het onvermogen van veel mensen de betrekkelijkheid van hun eigen normen te aanvaarden. Ze zijn er zeker van dat hun gedrag het enige juiste is. Zij die daarvan afwijken moeten als zondig worden beschouwd, plegen een misdaad, waarvoor ze gestraft moeten worden. Dit geldt vooral voor die seksuele gedragingen die de basis van godsdienstige dogma's of overtuigingen worden afgekeurd. Een kenmerkend voorbeeld hiervoor is het meedogenloos veroordelen van de masturbatie, omdat in een vaag geïnterpreteerd deel van Genesis, een boek uit het Oude Testament, werd meegedeeld dat de Heer een man met de dood strafte die zich aan die verschrikkelijke zonde had overgegeven. Miljoenen jonge mensen zijn daarvan slachtoffer geworden. Talloze zelfmoorden, zelfverminkingen hebben plaats gevonden, miljoenen hebben zware geestelijke schade opgelopen, door deze dwaze, biologisch onaanvaardbare, maar religieus zeer zwaarwegende bezwaren tegen het masturberen. De derde faktor lijkt me echter het belangrijkste. Vele mensen zijn onbewust bang voor wat ze afkeuren en een dergelijke, niet-herkende angst, kan iemand tot de felste tegenstander maken van neigingen die hij in zichzelf moet afweren. Vele overdreven manieren van afkeuring ten opzichte van seksuele verschijnselen bij een ander moeten op deze onbewuste angst worden teruggevoerd.

bron: Artikel 'Problemen van verdraagzaamheid' door Drs. Manuel van Loggem; Sextant, nummer 3/4; maart/april 1969