Verslag van enquêtes over opvattingen m.b.t. pedofilie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Dit is een verslag van enquêtes die in het jaar 1979 zijn gehouden door de werkgroep pedofilie (jeugdemancipatie en pedofilie) te Groningen. [...] De geënquêteerde groepen zijn:

  • [A] ASCA-MBO-Inrichtingswerk-groep: twee studenten van deze groep hadden hun afrondingswerkstuk voor het tweede jaar geschreven over pedofilie. Daarvoor hadden zij eerder informatie ingewonnen bij de werkgroep. Als vervolg hierop waren twee werkgroepsleden aanwezig bij de bespreking en de beoordeling van het werkstuk.
  • [B] INFO-groep van het Emancipatiecentrum: deze groep bestond grotendeels uit jongeren die meewerkten aan het "emancipatiewerk" van NVSH, COC en MVM (= Man Vrouw Maatschappij). In die funktie gaven zij o.m. voorlichting op scholen en instellingen, stonden bezoekers van de Info-winkel te woord. Derhalve moesten zij ook in eerste instantie iemand met vragen of problemen op het gebied van pedofilie kunnen opvangen en hen verder helpen.
  • [C] Studentenvereniging: In het kader van de zg. KEI-weken (= introduktieweken aan eerste-jaarsstudenten) organiseerde deze studentenvereniging een aantal thema-avonden. Eén van de thema's was pedofilie. Voor de meeste aanwezige studenten was deze avond de eerste konfrontatie met pedofilie.
  • [D] Christelijke studentenvereniging: naar aanleiding van de voorlichting bij de andere studentenvereniging werd de werkgroep gevraagd om ook voor deze groep voorlichting te komen geven.
  • [E] Christelijke huisvrouwengroep: deze groep bestond grotendeels uit moeders van jonge kinderen, wonende in een kleine gemeente. Met een aantal ochtenden praten over pedofilie hadden deze vrouwen zich intensief voorbereid op deze voorlichtingsbijeenkomst. [...]


Tabel 1: Negatieve aspekten [noem er minimaal 2] (totaal 114 reakties)

Groep A
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Totaal
De reaktie van de omgeving op het kind
5
1
6
3
1
16
Onrijpheid en (geestelijke) weerloosheid
5
3
14
7
2
31
Angst en weerstand van het kind
0
2
4
7
0
13
Schadelijkheid
1
2
10
7
2
22
Ongelijkheid van de partners
4
4
16
6
2
32
Aantasting van de relatie met ouders
0
2
4
4
2
12
Akseptatie-problemen van de oudere
2
2
3
5
3
15
Agressie t.o.v. het kind
0
0
3
3
1
7
Doorbreken van de leefwereld v.h. kind
1
1
1
0
0
3
Geen negatief oordeel
2
2
1
0
1
6
Tegennatuurlijkheid/ongezondheid v.d. oudere
0
0
2
3
0
5


Tabel 2: Positieve aspekten [noem er minimaal 2] (totaal 114 reakties)

Groep A
Groep B
Groep C
Groep D
Groep E
Totaal
Beleven van liefde en seksualiteit
12
8
19
4
10
53
Aandacht voor een "andere" relatievorm
1
2
5
3
1
12
Verrijking voor het kind
3
6
7
1
1
18
Introduktie van seksualiteit bij h. kind
1
4
7
2
0
14
Ontwikkeling van een positieve houding
3
2
5
6
1
17
Erkenning v.d. gevoelens van een kind
1
3
2
0
1
7
Ontbreken van een positief oordeel
2
1
8
7
0
18


bron: 'Enquêteverslag - Verslag van enquêtes over opvattingen m.b.t. pedofilie gedaan bij voorlichtingen in het jaar 1979, van de NVSH-afdelingswerkgroep Jeugdemancipatie en pedofilie, Groningen' door Joost H. en René L. [edit namen]; 1979