Zedenzaak uit 2002 opnieuw onderzocht

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Een omvangrijke zedenzaak uit 2002 wordt voorgelegd aan de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken, de zogeheten commissie-Posthumus II. Het is de eerste keer dat deze commissie onderzoek doet. Het gaat om de zaak van de zusjes Melissa en Deborah uit Enschede. Jarenlang maakten zij zich schuldig aan seksueel misbruik van jonge kinderen uit hun buurt. Hun 52-jarige vader, Hennie K., werd in 2002 door het gerechtshof in Arnhem veroordeeld tot acht jaar cel en tbs. Hij zou zijn dochters hebben aangezet tot misbruik en de meisjes zelf samen met zijn vrouw en zwager hebben misbruikt. Hennie K. heeft het misbruik altijd ontkend.

De politie had geen technisch bewijs in de vorm van sporen of DNA-materiaal. Zijn veroordeling was vooral gebaseerd op de verklaringen van de misbruikte kinderen en van zijn dochters. Al bij de behandeling van de zaak voor het gerechtshof in Arnhem in 2001 verklaarden experts in verhoortechnieken dat de wijze waarop de zusjes waren verhoord "onethisch, vooringenomen en onaanvaardbaar" was.

De zaak van Hennie K. is door emeritus hoogleraar rechtspsychologie H. Crombag voorgelegd aan de Commissie evaluatie afgesloten strafzaken. Crombag heeft de video-banden van de verhoren van de meisjes bekeken. Zij zouden tijdens het verhoor hebben ontkend dat ze door hun eigen ouders waren misbruikt. Volgens de deskundigen had de politie de theorie dat de meisjes daders waren geworden doordat ze zelf waren misbruikt. De politie zou kant-en-klare beschuldigingen aan de meisjes hebben voorgelegd, die ze alleen hoefden te beantwoorden met 'ja'. Crombag zei eerder dat hij het "niet kan bewijzen", maar dat hij wel "het ernstige vermoeden heeft" dat Hennie K. de waarheid spreekt.

De Commissie evaluatie afgesloten strafzaken is ingesteld door het College van procureurs-generaal na evaluatie van de Schiedammer parkmoord. In deze zaak maakten politie en justitie zo veel fouten dat de verkeerde man werd opgepakt en veroordeeld. De commissie bestaat uit een toegangscommissie onder leiding van hoogleraar strafrecht Y. Buruma, en een onderzoekscommissie. De toegangscommissie beoordeelt of aangedragen strafzaken opnieuw moeten worden onderzocht. Sinds de instelling van de commissie in april zijn vijftien zaken voorgedragen. Alleen deze zaak is doorverwezen naar de onderzoekscommissie.

bron: 'Zedenzaak uit 2002 opnieuw onderzocht'; NRC; 15 juli 2006