Difference between revisions of "Herinneringen aan Jan Hanlo"

From Brongersma
Jump to navigation Jump to search
(Created page with "Of het tijdens de razzia van 6 februari 1943 was of tijdens volgende razzia's weet ik niet meer. Op een avond kwam [Jan] Hanlo kort voor de 'Sperrstunde' bij me. We moesten on...")
 
 
Line 15: Line 15:
[[Category:zelfacceptatie]]
[[Category:zelfacceptatie]]
[[Category:Onschuld]]
[[Category:Onschuld]]
[[Category:Moh�åmed]]
[[Category:Mohåmed]]

Latest revision as of 15:17, 3 May 2013

Of het tijdens de razzia van 6 februari 1943 was of tijdens volgende razzia's weet ik niet meer. Op een avond kwam [Jan] Hanlo kort voor de 'Sperrstunde' bij me. We moesten onmiddellijk weg. Er was voor hem en mij een onderduikadres beschikbaar in het Dominicanenklooster aan de Raadhuisstraat. We moesten er vóór middernacht zijn. Het werd een angstige wandeling. We liepen zwijgend naast elkaar door de kou van de heldere nacht. Bij een brug aan het begin van de gracht stonden wat soldaten van de Wehrmacht, een controlepost. Ik begon Duits te spreken tegen Hanlo. Ik stond stil en vroeg aan een van de soldaten of dit de weg was naar... Zo bereikten we het klooster. Het kleine luikje in de grote houten deur ging open en het vriendelijke gezicht van een monnik verscheen. [...]

Het was een veilig gevoel binnen deze muren te vertoeven. Hanlo voelde zich daar gelukkig, ging iedere ochtend naar de Heilige Mis en vaak ter biecht. Soms ging ik mee of liep wat heen en weer op de binnenplaats. We hadden er veel tijd om na te denken en te praten. We werden er beiden ziek en kregen rode vlekken en koorts. Het verblijf in het klooster duurde ongeveer tien dagen. Toen was het weer rustig genoeg om buiten te komen. Ik trok weer in op Leidsegracht 92, maar veilig bleek het daar allerminst. Op een avond ging de voordeur open en stapte een man in donker uniform binnen. Het was onze [Frits Bernard en student economie Rob Kok] hospes in NSB-uniform. [...]

In de tweede helft van de jaren vijftig begon in Nederland een pedofiele emancipatiebeweging op gang te komen. Ik publiceerde in 1962 onder de naam Victor Servatius een oproep tot deelname daaraan. Een van de zeer weinigen die gehoor durfden geven aan de oproep was Hanlo. [...] Ik moet bekennen dat ik de brief niet heb beantwoord. Immers, wie kende er beter dan ik het persoonlijke probleem van Hanlo, enigszins subtiel, uiteraard? Moest ik hem duidelijk maken hoe bitter klein, hoe eenzaam de wereld van de pedofiel was? Ik zweeg, omdat ik met een antwoord ook hem niet helpen kon. Ik zweeg ook omdat ik vreesde dat Hanlo de stap in de richting van emancipatie hiermee nog volstrekt niet genomen had, al leek het erop.

Na de dood van Hanlo in juni 1969 las ik in 1971 zijn postume Go to the Mosk. Mijn indruk van een aantal jaren daarvoor werd bevestigd. Van zelfacceptatie was in feite geen sprake. Hanlo projecteerde zijn wereld op die van de ander. Hij wilde in Mahomed een onschuld herkennen die in feite niet bestond. Hanlo bleef zichzelf zijn leven lang.

bron: Artikel 'Herinneringen aan Jan Hanlo' door Frits Bernard; Maatstaf, nummer 7; 1989