Difference between revisions of "Nota 'Zeden en Straffen': alternatief voor zedenwet - Keuzevrijheid als maatstaf"

From Brongersma
Jump to: navigation, search
 
Line 6: Line 6:
 
1. Bescherming tegen ongewenste (seksuele) kontakten en relaties; en<br>
 
1. Bescherming tegen ongewenste (seksuele) kontakten en relaties; en<br>
 
2. Bescherming van de mogelijkheid, gewenste (seksuele) kontakten en relaties aan te gaan.<br>
 
2. Bescherming van de mogelijkheid, gewenste (seksuele) kontakten en relaties aan te gaan.<br>
Het strafrecht is slechts één van de instrumenten die de overheid heeft om haar burgers die bescherming te bieden (naast bijvoorbeeld emancipatiebeleid). Voorts plaats de kommissie zich op het standpunt dat seks op zich onschadelijk is; bij gedrag dat op ontoelaatbare wijze iemands keuzevrijheid aantast is het al of niet seksuele karakter van dat gedrag ondergeschikt. Seksueel gedrag wat niemands keuzevrijheid aantast hort niet in de strafwet thuis.
+
Het strafrecht is slechts één van de instrumenten die de overheid heeft om haar burgers die bescherming te bieden (naast bijvoorbeeld emancipatiebeleid). Voorts plaats de kommissie zich op het standpunt dat seks op zich onschadelijk is; bij gedrag dat op ontoelaatbare wijze iemands keuzevrijheid aantast is het al of niet seksuele karakter van dat gedrag ondergeschikt. Seksueel gedrag wat niemands keuzevrijheid aantast hoort niet in de strafwet thuis.
  
 
<h2>Uiterst middel</h2>
 
<h2>Uiterst middel</h2>

Latest revision as of 14:48, 7 November 2019

Door: Gorrit Goslinga

Deze maand verschijnt de nota "Zeden en Straffen" waaraan een jaar lang is gewerkt door de kommissie Zedelijkheidswetgeving van de LWG [Landelijke WerkGroep] Jeugdemancipatie (NVSH) en de LWG Wetgeving (COC). Deze nota neemt een bijzondere plaats in onder de geschriften van partikulieren en organisaties naar aanleiding van de vier rapporten van de staatskommissie Zedelijkheidswetgeving (Kommissie Melai). Waar andere reakties kommentaar leverden op de resultaten van de kommissie of alternatieven leverden voor haar voorstellen tot wijziging van de titels (hoofdstukken) betreffende de zeden in het Wetboek van Strafrecht, werkt deze nota een nieuwe mogelijkheid uit. De mogelijkheid, de titels "misdrijven tegen de zeden" en "overtredingen tegen de zeden" als zodanig af te schaffen en de handelingen die erin strafbaar worden gesteld onder te brengen op andere plaatsen in de strafwet. Althans voor zover de kommissie meent dat ze strafbaar moeten blijven.

De kommissie Zedelijkheidswetgeving bestaat uit vijf juristen: de COC-ers Roelof Haveman, Martin Moerings, Kees Waaldijk en de NVSH-ers Edward Brongersma en Paul Lorijn; voorts uit drie niet-juristen, namelijk Gorrit Goslinga en Hans Zwerus vanuit de NVSH en Jan-Herman Veenker namens het COC. Aangezien het redaktionele werk aan de nota vooral geleverd is door de juristen Haveman en Brongersma, is het een nogal vakmatig betoog geworden. Dit geldt echter niet voor de inleiding, die de principiële uitgangspunten bevat. Startpunt is de opvatting dat de staat geen zedenmeester behoort te zijn, opdat iedereen optimale keuzevrijheid bezit op seksueel gebied. Hoewel de titels betreffende de zeden ook enkele niet-seksuele handelingen strafbaar stellen (zoals dierenmishandeling, slavenhandel en openbare dronkenschap) zijn zedenmisdrijven en -overtredingen toch bijna altijd seksuele misdrijven en overtredingen. De overheid dient ieders keuzevrijheid te beschermen en wel op twee manieren:
1. Bescherming tegen ongewenste (seksuele) kontakten en relaties; en
2. Bescherming van de mogelijkheid, gewenste (seksuele) kontakten en relaties aan te gaan.
Het strafrecht is slechts één van de instrumenten die de overheid heeft om haar burgers die bescherming te bieden (naast bijvoorbeeld emancipatiebeleid). Voorts plaats de kommissie zich op het standpunt dat seks op zich onschadelijk is; bij gedrag dat op ontoelaatbare wijze iemands keuzevrijheid aantast is het al of niet seksuele karakter van dat gedrag ondergeschikt. Seksueel gedrag wat niemands keuzevrijheid aantast hoort niet in de strafwet thuis.

Uiterst middel

In een uitvoerig tweede hoofdstuk wordt betoogd dat strafrecht en straffen slechts een uiterst middel vormen als op iemands rechten of vrijheid inbreuk wordt gemaakt.Een konflikt kan onderling worden bijgelegd; een hulpverlener of de burgerlijke rechter kan bemiddelen of een oordeel vellen. Als iemand naar de politie stapt, kan daarna zowel de politie als de officier van justitie beslissen de zaak te laten rusten of met een berisping af te doen. Alleen de rechter kan een straf opleggen, en men kan zich afvragen wat de overheid bedoelt met straffen en wat van die bedoelingen terechtkomt. Men onderscheidt: normhandhaving (het gedrag tast een belangrijke waarde in de samenleving aan), generale preventie (algemene waarschuwing: als je dat doet krijg je straf), speciale preventie (waarschuwing aan de veroordeelde: als je dit weer doet...), vergelding ("zijn verdiende loon") en konflikt-oplossing (bescherming van - ook toekomstige - slachtoffers, genoegdoening). Uit onderzoek blijkt dat alleen de vergeldingsfunktie en tot op zekere hoogte de konflikt-oplossing door het strafrecht aanwijsbaar worden vervuld. Konfliktoplossing wordt echter beter vervuld door opvang van slachtoffers door de overheid, en door dienstverlenende straffen. Deze laatste hebben bovendien vooral op vrijheidsstraffen het voordeel dat ze veroordeelden betere maatschappelijke kansen overlaten. Alle reden dus tot sterke terughoudendheid bij politie en openbaar ministerie bij het overwegen van strafrechterlijk ingrijpen.

Verkrachting

Hoofdstuk 3 behandelt achtereenvolgens de terreinen: verkrachting en aanranding; seksuele handelingen met kinderen; idem met afhankelijke personen; pornografie; exhibitionisme; prostitutie. Bij verkrachting (en aanranding) ligt het duidelijk: de keuzevrijheid van het slachtoffer wordt ernstig aangetast. Indien zij (of hij) dat wenst, moet strafrechterlijk ingrijpen mogelijk zijn. Daar de kommissie de oorzaak van verkrachting ziet in de traditionele opvatting over onderdanigheid en afhankelijkheid van de vrouw, pleit zij voor een minder hoge strafmaximum (2 jaar tegen 12 jaar in de bestaande wet). Daarnaast worden middelen voorgesteld om de negatieve effekten van strafvervolging voor het slachtoffer tot een minimum te beperken. Zo kan de politie overwegen, proces-verbaal op te maken wegens mishandeling in plaatst van wegens verkrachting: bij de bewijsvoering blijven pijnlijke seksuele details dan buiten beschouwing.

Keuzevrijheid

De paragrafen over kinderen en over afhankelijke personen (bewustelozen, gevangenen, verpleegden, verstandelijk gehandicapten) zijn parallel opgebouwd. Beide kategorieën krijgen nu zoveel bescherming tegen seksuele kontakten, dat hun keuzevrijheid tot het aangaan van gewenste kontakten volledig is tenietgedaan. De kommissie wil alleen die kontakten binnen de strafrechterlijke sfeer houden, die zijn afgedwongen of door misbruik van gezag tot stand gebracht. Hierbij moet wat kinderen betreft het seksuele karakter van (afgedwongen!) handelingen strafverzwarend zijn, omdat in onze kultuur het seksuele als zoiets intiems en eigens wordt gevoeld, dat een ongewenste inbreuk in deze levenssfeer het slachtoffer dieper en langduriger krenkt dan anderssoortige inbreuken.

Verboden opheffen

Over pornografie spreekt de kommissie uit, weinig heil te verwachten van strafbaarstelling van produktie en/of verspreiding gezien het verwachte zeer geringe effect. Veeleer hebben pornoproducenten belang bij een verbod van porno (zwarte handel!). Wel pleit de nota voor een uitbreiding van de diskriminatie-artikelen 137d en 137e WvS met de kategorieën "geslacht" en "seksuele voorkeur", zodat kan worden opgetreden tegen porno en andere publikaties die aanzetten tot haat, diskriminatie of gewelddadig optreden tegen bepaalde bevolkingsgroepen. Misstanden bij de produktie van porno horen via het arbeidsrecht te worden bestreden, hetgeen pas kan als het algemene verbod is opgeheven (dat geldt trouwens ook voor prostitutie).
Aan het eind van hoofdstuk 3 stelt de kommissie voor, exhibitionisme niet langer als misdrijf te beschouwen maar wel - als vorm van lastigvallen op de openbare weg - als overtreding onder art. 426bis WvS. Dit laatste om wildgroei van plaatselijke verordeningen te voorkomen. Ten aanzien van prostitutie wordt tenslotte afschaffing van het algemeen bordeelverbod verdedigd met het argument dat in de tegenwoordige praktijk de politie bepaalt of een bordeelhouder zijn gang kan gaan. Een gemeentelijk vergunningenstelsel verdient daarboven de voorkeur.
De nota wordt besloten door een overzicht van de wetsvoorstellen die in het voorafgaande zijn gedaan. Men vindt de tekst ervan hierbij afgedrukt. Waar de keuzevrijheid in plaats van de seksualiteit het uitgangspunt vormt, ligt het voor de hand het algemeen dwangartikel 284 WvS als kapstok te gebruiken voor de meeste te handhaven of in te stellen verboden.

Voorstellen voor wetsteksten

A - In de artikelen 137 d en 137 e wordt iedere keer de woorden "of hun levensovertuiging" vervangen door ", hun levensovertuiging, hun geslacht of hun seksuele voorkeur".

B - De artikelen 239 tot en met 251 worden ingetrokken.

C - Artikel 284 wordt gelezen als volgt:

1 - Met gevangenisstraf van ten hoogste 9 maanden of geldboete van ten hoogste ... gulden wordt gestraft:

1e - hij die een ander door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige feitelijkheid gericht hetzij tegen die ander, hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;
2e - hij die een ander door misleiding of misbruik van gezag dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;
3e - hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen, of te dulden;
4e - hij die een minderjarige door misbruik van feitelijk overwicht dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.

2 - In het geval onder 3e omschreven wordt het misdrijf niet vervolgd dan op klachte van hem, tegen wien het gepleegd is.

D - Na artikel 284 worden ingevoegd:

Artikel 284 a. - Hij die, anders dan ter hulpverlening, handelingen pleegt met het lichaam van iemand van wie hij weet dat deze in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert of dat deze door psychische stoornis niet of onvoldoende in staat is zijn wil ten aanzien van die handelingen te bepalen of kenbaar te maken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste 9 maanden of geldboete van ten hoogste ... gulden.

Artikel 284 b.1- Indien een der in artikel 284 omschreven feiten dwang oplevert tot het plegen of dulden van sexuele handelingen, of de in artikel 284 a bedoelde handelingen van sexuele aard zijn, wordt gevangenisstraf van ten hoogste 3 jaren of geldboete van ten hoogste ... gulden opgelegd.
2- Indien een der in artikel 284 en 284 a omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste 9 jaren of geldboete van ten hoogste ... gulden opgelegd.
3- Indien een der in artikel 284 en 284 a omschreven feiten de dood ten gevolge heeft wordt gevangenisstraf van ten hoogste 12 jaren of geldboete van ten hoogste ... gulden opgelegd.

E - Artikel 426 bis wordt gelezen als volgt:

Hij die wederrechtelijk op den openbaren weg een ander door daden lastig valt, hem in zijn vrijheid van beweging belemmert of met een of meer anderen zich aan een ander tegen diens uitdrukkelijk verklaarden wil blijft opdringen of hem op hinderlijke wijze blijft volgen, wordt gestraft het hechtenis van ... of geldboete van ...

F - De artikelen 451 en 451 bis worden ingetrokken.

Toelichting

  • Art. 137d en e verbieden het aanzetten tot haat, diskriminatie of gewelddadig optreden tegen mensen wegens hun ras, godsdienst of levensovertuiging.
  • Art. 239 t/m 251 stellen achtereenvolgens strafbaar: schennis van de eerbaarheid (exhibitionisme); pornografie; verkrachting; geslachtsgemeenschap met bewustelozen; geslachtsgemeenschap met meisjes onder de 12; idem onder de 16; aanranding; seksuele handelingen met bewustelozen en kinderen idem met lichamelijk letsel als gevolg; idem met materiële beloften aan minderjarigen; idem met afhankelijke personen; bevorderen van seksuele handelingen met minderjarigen; bordeelhouden.
  • Het bestaande art. 284 luidt:

1. Met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden wordt gestraft:
1e Hij die een ander door geweld of eenige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of eenige andere feitelijkheid, gericht hetzij tegen dien ander, hetzij tegen derden, wederrechtelijk dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden;
2e Hij die een ander door bedreiging met smaad of smaadschrift dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden.
2. In het geval onder 2e omschreven wordt het misdrijf niet vervolgd dan op klachte van hem, tegen wien het gepleegd is.

  • Art. 426 bis geldt tegenwoordig alleen indien door meerdere personen gezamelijk gepleegd.
  • Art. 451 betreft het zingen van aanstotelijke liederen;
  • Art. 451 bis "zaken geschikt om de zinnelijkheid van de jeugd te prikkelen."


bron: 'Nota "Zeden en Straffen": alternatief voor zedenwet - Keuzevrijheid als maatstaf' door Gorrit Goslinga; NIKS, nummer 7; augustus/september 1982