'Het is niet gek, maar wel gestoord'

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Het congres De jeugdige zedendelinquent is gewijd aan de ruim vierhonderd minderjarigen die jaarlijks na strafbaar seksueel gedrag in aanraking komen met de politie. Dat getal is maar net iets groter dan het aantal congresgangers. In het publiek zitten vooral zedenrechercheurs, jeugdhulpverleners en therapeuten uit residentiële instellingen. [...]

Socioloog Gert Hekma van de Universiteit van Amsterdam belicht de seksuele cultuur van de moderne westerse samenleving. "Met de hausse aan ontuchtschandalen van de laatste tijd, klinkt nogal eens de roep om seksuele uitingen terug te dringen uit het openbare leven," observeert Hekma. "Geen porno meer op de buis, geen erotische advertenties op de reclameborden, hogere leeftijdsgrenzen in de strafwet. Volgens sommigen is de seksuele revolutie te ver doorgeschoten en moeten we de moraal van weleer herstellen." Het herstel van de oude moraal lijkt Hekma ongewenst: "Juist onder de oude verhoudingen waren vormen van kindermishandeling in het gezin en daarbuiten schering en inslag. Maar toen bleef het verschijnsel veelal bedekt." [...]

[Hekma:] "Kinderen zouden seksueel onnozel zijn en zouden moeten worden gevrijwaard van seksuele voorstellingen en praktijken. Maar in een samenleving die is verzadigd van erotische beelden is het onmogelijk om kinderen seksueel benul te onthouden. Bovendien weten artsen en pedagogen al sinds eeuwen dat de seksuele ontwikkeling van kinderen reeds in de wieg begint. Ons geloof in de seksuele onschuld van kinderen staat haaks op die wetenschap." [...]

De analyse van Hekma lijkt aan de overige sprekers op het congres nauwelijks besteed. Er is moeilijk aan de indruk te ontkomen dat bestrijders van seksueel geweld nogal eens naar een minder tolerante moraal verlangen. Zo ook Anke Visser, coördinator van een landelijk project tegen seksuele intimidatie in het onderwijs. [...] [Visser:] "De school moet een kritische houding van jongeren tegenover seksuele beelden stimuleren," vindt ze. Maar volgens Visser doen scholen dat niet: "Ook docenten vertellen schuine moppen, en ook docenten zeggen in de pauze dat ze best met Carolien uit havo 3 op een onbewoond eiland willen aanspoelen." [...]

Ook een volgende spreker vindt seksuele verlangens kennelijk vooral een risicofactor. Prof. dr H. van Marle, psychiatrisch adviseur van minister Sorgdrager van Justitie, wijst op het belang van vroegdiagnostiek bij de behandeling van zedendelinquenten. Van Marle: "We moeten opener zijn over de aanloop naar zedendelicten. Dat kan bijvoorbeeld een rol spelen bij preventie op school. We kunnen jongeren vertellen: accepteer dat je fantaseert en de lust voelt een ander aan te raken. Het zou gewoon moeten zijn dat je daarmee aanklopt bij de jeugdpsychiater. We moeten jongeren vertellen: het is niet gek, maar wel gestoord; ik help je."

Op zijn beurt waarschuwt ook congresorganisator Frits Bruinsma voor vrijpostige pubers. "Niemand wordt als pedofiel of verkrachter geboren," stelt hij plompverloren in zijn bijdrage. Volgens de kinderpsychiater kunnen jongeren zich in die richting ontwikkelen, als we niet ingrijpen bij een seksueel delict op jonge leeftijd. Ten onrechte zien we volgens de waarschuwende Bruinsma te veel door de vingers; we beschouwen veel zaken als experimenteergedrag, dat vanzelf wel overgaat als er geen aandacht aan wordt besteed. Volgens de kinderpsychiater moet elke jeugdige die over de schreef gaat uitgebreid onder de loep worden genomen. [...]

Waar Hekma de lof zingt van een onbekommerd experimenteren, willen Bruisma en de zijnen de jeugd liever argwanend op de voet volgen.

bron: Artikel < "Het is niet gek, maar wel gestoord" > door Marc van Bijsterveldt; De Nieuwe Sekstant; juli/augustus 1996