Astère Michel Dhondt: wat heb je aan papier als het donker is?

From Brongersma
Jump to: navigation, search

[Astère Michel Dhondt:] Taboes zijn afkomstig uit oude culturen. Met je moeder naar bed gaan, dat is een taboe. Maar omgang met jongetjes, dat heeft altijd bestaan. Alleen is het in de negentiende eeuw allemaal opzij geschoven, alle vormen van sexualiteit. Omdat het economisch gezien niet meer nuttig was. Maar dat is geen taboe, dat is aangeleerde gewenning.

[Interviewer:] Toch zitten wij hier mooi te hakkelen als het over pedofilie gaat, en jij schrijft achterop je boek dat je strijdt voor de erkenning van de pedofilie. [Astère Michel Dhondt:] Je zult mij dat woord nooit horen gebruiken. In de eerste plaats is het een soort namaak Grieks, een woord dat in de taal zelf niet bestaat. In de tweede plaats laat ik me niet in een hokje duwen. Want ik zit niet in een hokje. Het is volstrekt normaal wat ik doe. Ik ben tegen tolerantie! (Hij lacht gelukkig). Tolerantie veronderstelt eerst repressie die dan nadien afgezwakt zou worden.

[Interviewer:] Is het niet een treurig iets, je liefde voor die jonge jongens? Ze worden groot en zijn weg. Gaat de vriendschap nooit door als de liefde verdwenen is? [Astère Michel Dhondt:] Nee, dat zou wel mooi zijn, gewoon als vriend. Maar de lichamelijke belangstelling valt weg. Dat is nu eenmaal zo. Dat is treurig... maar aan de andere kant... Het is haast altijd snel afgelopen, maar er komen elk jaar nieuwe bij. Het probleem is dat ik niet, zoals in andere verhoudingen, te maken heb met twee personen, maar met vier personen. Ikzelf, de jongen, en zijn ouders. Daar loopt het vaak op stuk. En dan vooral op de moeder. Dat merk je als de jongen wat ouder wordt. Dan valt de aantrekkingskracht van het moederschap weg, en dan komen ze bij mij. Op dat moment wordt de moeder jaloers. Daarvoor vond ze alles wel goed, maar op zo'n ogenblik gaat ze verbieden... [...] Die jonge jongetjes, waar ik de meeste concrete omgang mee heb, zoeken bij mij een gelegenheid om met vriendschap en liefde te experimenteren, en de meest voortvarenden ook een kans op sexuele inwijding. Daarom ga ik ook iedere dag naar mijn werk; ik neem alleen geen boterhammen mee, en het is zonde dat de moeite die ik daarin investeer niet gehonoreerd wordt. Dat komt door de tussenkomst van de ouders, de moeder. Dat is niet eerlijk, dat is treurig, ook voor het jongetje...

bron: Interview < Astère Michel Dhondt: 'Wat heb je aan papier als het donker is?' > door Johan Diepstraten & Sjoerd Kuyper; www.dbnl.org/tekst/kuyp007nieu01_01/kuyp007nieu01_01_0008.htm; DBNL; De Nieuwe Linie; 23 maart 1977