Boudewijn Büch: 'Langzamerhand drijf ik weg van de literatuur'

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Boudewijn Maria Ignatius Büch debuteerde in 1976 met de dichtbundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs, over zijn pedofiele gevoelens voor een twaalfjarige jongen. 'Het begin van mijn carrière als schrijver viel samen met het einde van die als minnaar. Mijn debuut was mijn doodvonnis.' 'Natuurlijk kom ik vaak genoeg in landen waar ik mij in ruil voor een fiets suf zou kunnen neuken op de mooiste jongetjes. Maar ik zou mij een oude smeerpijp voelen.' Onlangs heeft hij alle boeken over pedofilie - 'de handbibliotheek van mijn grote verdriet' - de deur uitgedaan. Hij kon niet langer tegen zijn eigen begrafenis aankijken. [...]

Later erkent hij dat De kleine blonde dood vooral gaat over de dood van de intimiteit. Over het afscheid van zijn eigen seksualiteit. 'Dat besluit heb ik nooit betreurd. Ik heb geen zin in de gevangenis te belanden.'

bron: Artikel < 'Langzamerhand drijf ik weg van de literatuur' > door Gerlof Leistra; Elsevier; 4 mei 1991