Censuur kan nooit een weg zijn naar emancipatie

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Ik heb me tien jaar lang beijverd voor het zoveel mogelijk afschaffen van de strafbaarstelling in de seksuele sfeer. Op dit ogenblik speelt dit onderwerp weer maar in omgekeerde zin. Het onzedelijke gedrag van de VVD bij bij de herziening van de zedelijkheidswetgeving is er een voorbeeld van. een Korthals Altes die zo'n honderdtachtig graden omdraait, door van het ene moment op het andere de leeftijd voor toelaatbare seksualiteit met kinderen te verhogen tot zestien jaar, dat is belachelijk. En Kappeyne de Copello, die in haar nota ongewenste intimiteiten elastisch heeft opgerekt als zijnde een vorm van geweld. geweld is in het strafrecht een nogal ernstig misdrijf. Als men daaronder nu óók verstaat iemand te lang aankijken of met de ogen uitkleden op de werkvloer, dan wordt het begrip geweld van zijn inhoud ontheven. Gevaarlijk vind ik dat. Aandacht voor ongewenste intimiteiten is nog iets anders dan ze in de geweldssfeer te trekken. Op een gegeven moment gaat men schieten met een kanon op een mug.

In de nota Kappeyne wordt seks afgeschilderd als iets dat buitengewoon eng is, een voortdurende bedreiging. Wat vroeger vanuit een christelijke opvatting werd verboden vanwege de eerbaarheid van de vrouw, dreigt nu te worden verboden vanwege de kwetsbaarheid van de vrouw. We zijn dus niet zoveel verder gekomen en het is niet wat ik versta onder een pluriforme samenleving en ook niet onder een overheid die de voorwaarden moet scheppen voor meer menselijk geluk en niet moet proberen dat geluk af te dwingen.

Ik vind deze ontwikkeling bedenkelijk. Eén: omdat je met strafrecht zuinig moet omspringen. Twee: omdat strafrecht ongeschikt is als middel om in te grijpen in intieme relaties. Het is verkeerd vast te stellen, dat de seksuele onderdrukking van de vrouw onderdeel is van de algehele onderdrukking van de vrouw in de samenleving. De verhouding tussen een man en een vrouw en tussen een vrouw en een vrouw en een man en een man wordt niet bepaald door de sociale gelaagdheid van die mensen, maar door hun emoties. En drie: met strafrecht kun je de samenleving niet sturen.

Sommige mensen vinden dat ze zich in hun duurzame relatie moeten wegcijferen voor de ander. Dat heeft niets te maken met het feit dat zo iemand recht heeft op een eigen inkomen. In iedere relatie heb je, dat de één overwicht heeft op de ander; het is maar zelden dat evenwicht heerst. Vaak is de situatie, dat de één zich wil wegcijferen en het volgende moment de ander. Ik wil maar aangeven: dit is allemaal zo persoonlijk, dat je ervoor moet oppassen allerlei strafrechtelijke normen te gaan opstellen en de politie en de strafrechter erbij te halen.

Eén van de dingen waarmee ik tenslotte met een deel van de vrouwenbeweging ben gebotst is, dat men de ontplooiing van de vrouw in de samenleving volgens mij niet bereikt door een verbod van pornografie, omdat men dan in strijd komt met de vrijheid van meningsuiting. Mijn overtuiging is, dat iedere samenleving alleen vooruit kan komen door gesprek, door hoor en wederhoor, in elk geval niet door censuur. Censuur kan nooit een weg zijn naar emancipatie.

bron: Tekst van Hein Roethof (PvdA); Hervormd Nederland; 14 december 1985