De Nederlandse homobeweging in het begin van de 20e eeuw

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Vrijwel gelijktijdig ontwikkelde zich in Duitsland een andere homobeweging, de "Gemeinschaft der Eigenen", opgericht in 1902 door onder andere Adolf Brand, die sinds 1896 het homoblad der Eigene uitgaf. De Gemeinschaft kan men plaatsen binnen het geheel van een groeiende nudistencultus, maar dan van mannen die de Griekse knapenliefde in ere wilden herstellen. Mannelijkheidscultus en pedoseksuele relaties stonden centraal. Toen het WHK [Wissenschaftlich-humanitäres Komitee‏‎] een grens van 16 jaar aanhield voor seksualiteit, wees de Gemeinschaft deze opstelling dan ook af. De Gemeinschaft verwijderde zich uiteindelijk steeds verder van het WHK: men vond dat het WHK teveel medici in zijn gelederen had, Hirschfeld vond men te verwijfd en zijn derde geslachtstheorie te dogmatisch. De Gemeinschaft, die sterk anti-clericaal en anti-feministisch werd, huldigde een esthetische en geïdealiseerde schoonheids- en seksualiteitsbeleving, die echter door eigen normen en door een isolement weinig revolutionaire betekenis kreeg. Voorzover na te gaan is, vond de "Gemeinschaft der Eigenen" in Nederland geen weerklank. [...]

Aletrino en Von Römer hebben vooral geijverd voor een rechtvaardige behandeling van homoseksuelen. Hoewel Aletrino met name heeft gepleit voor een andere seksuele moraal, heeft ook hij zich nergens werkelijk revolutionair opgesteld. Deze in wezen reformistische opstellingname maakte Aletrino en Von Römer kwetsbaar. Dat blijkt uit hun schrikreacties toen gesuggereerd werd dat ze zelf homoseksueel waren (Aletrino kocht samen met de verloofde van De Haan zowat de hele eerste editie van Pijpelijntjes op om deze vervolgens te vernietigen). Wat Von Römer betreft was er voor die suggestie alle reden. Evenals Hirschfeld heeft hij zijn homoseksualiteit nooit echt openbaar gemaakt; de voorman van het Nederlandse WHK, Schorer, zou ook pas zeer laat in het openbaar voor zijn homoseksualiteit uitkomen. De Pijpelijntjes-affaire die De Haan niet alleen zijn vriendschap met Aletrini kostte, maar ook zijn baan als onderwijzer en zijn redacteurschap bij het socialistische dagblad Het Volk, liet in alle hevigheid zien hoe homo-vijandig de Nederlandse maatschappij anno 1904 was. De Haan kreeg er niet alleen van langs in de literaire kritiek (naar aanleiding van de tweede herschreven versie, ook uit 1904), ook zijn politieke bondgenoten en letterkundige collega's lieten hem vallen.

bron: Artikel 'Lustvijandig, wetenschappelijk, voorzichtig en volhardend; De Nederlandse homobeweging in het begin van de 20e eeuw' door Maurice van Lieshout; Uit: Groniek, nr. 6; Themanummer 'Homoseksualiteit & geschiedenis'; januari 1980