De onzichtbare Maat - De verbleekte idealen van de Verlichting en de Romantiek

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Tocqueville heeft er al in de negentiende eeuw op gewezen dat de twee idealen, als men ze maar ver genoeg oprekt, niet te combineren zijn. De vrijheidsdrang leidt in laatste instantie tot anarchie, de gelijkheidsdrang tot een centralistische tirannie. Iemand moet immers iedereen gelijk maken en houden. De twee idealen zijn dus inherent tegenstrijdig. Naarmate ze meer en meer worden opgerekt, moet er meer en meer worden gekozen. Wat kiest de moderne mens dan? Tocqueville meende dat die een liefhebber is van vrijheid, maar toch de gelijkheid nog veel meer bemint. Waar de twee haaks op elkaar staan, kiest de moderne mens volgens hem de gelijkheid ten koste van de vrijheid. Dat is precies wat er sedert een aantal decennia aan het gebeuren is. De gelijkheid - non-discriminatie - wordt ruimer en ruimer geïnterpreteerd, waardoor de vrijheid - van meningsuiting, van contract, van vereniging en vergadering, van religie et cetera - meer en meer afneemt. Aan het eind van die ontwikkeling staat onvermijdelijk de gecentraliseerde tirannie. Dat is geen aantrekkelijk perspectief. Een tirannie blijft een tirannie, ook al is die ingesteld met de beste bedoelingen. Ook de Sovjet-Unie en de DDR zijn ooit met de beste bedoelingen opgericht om het ideaal van de gelijkheid te verwerkelijken.

bron: Essay 'De onzichtbare Maat - De verbleekte idealen van de Verlichting en de Romantiek' door Andreas Kinneging; www.groene.nl/artikel/de-onzichtbare-maat; De Groene Amsterdammer, Jaargang 144, Nr. 7; 13 februari 2020