De rechtswetenschapper Hans Crombag vindt

From Brongersma
Jump to: navigation, search

'Als ik in de discotheek een jongen in elkaar sla, en die daar een gebroken rib en een blauw oog aan over houdt, dan wordt dat minder erg gevonden dan als ik in diezelfde discotheek een meisje in de borsten knijp.' Rechtspsycholoog Hans Crombag bekijkt het met een zekere milde ironie: de krampachtige manier waarop wordt omgegaan met zedendelicten. En dat geldt zeker voor het delict wat als het allerergste wordt beschouwd, dat het meest ingrijpt in de maatschappelijke psyche: pedofilie.

De trend van justitie en overheid is - onder druk van de samenleving - toenemende repressie, weet ook Crombag. Onlangs zijn voor het eerst pedofielen veroordeeld wegens deelname aaneen criminele organisatie. Daarnaast wordt er om de zoveel tijd geopperd lijsten te publiceren waarop namen en adressen van pedofielen staan vermeld. Minister van justitie Korthals pleitte in 1998 voor een verbod voor veroordeelde pedofielen om beroepen uit te oefenen waarbij ze in aanraking komen met kinderen. Daarvóór had Sorgdrager al het maken en distribueren van kinderporno strafbaar gesteld - waar overigens ook enkele kunstenaars de dupe van werden. De Hoge Raad besliste later dat bovendien enkel het bezit van kinderporno al strafbaar is. Nu is zelfs de manipulatie van beeldmateriaal met de computer, zodanig dat het lijkt alsof er sprake is van kinderporno, strafbaar. [...]

Maar als het gaat om seksueel contact met kinderen tussen 12 en 18, is het toch een ander verhaal. Vanaf een jaar of 12 zijn veel kinderen nu eenmaal in staat tot seks en ze gaan daar, naarmate ze ouder worden, in toenemende mate mee experimenteren. Het liefst natuurlijk met leeftijdgenoten, maar leeftijdsgrenzen zijn niet hun eerste zorg. [...] Vroeger gold daar [12-16 jaar] het klachtvereiste: de jongere, ouders, of Raad voor de kinderbescherming moest eerst een klacht indienen. Ik zou er vóór zijn om de klachtvereiste weer in te voeren. Terwijl jongeren in de leeftijd van 12 tot 16 jaar zich in seksuele zaken steeds vrijzinniger tonen, probeert de wetgever hen met een toenemende hardnekkigheid tegen zichzelf in bescherming te nemen. Men vindt seks blijkbaar niet goed voor pubers. Waarom eigenlijk niet? Zeker, er kunnen zich gemakkelijk individuele gevallen voordoen waarvan men terecht meent dat ingrijpen gewenst is, maar wat is toch de ratio van een algemeen en onvoorwaardelijk verbod?

bron: Artikel 'De rechtswetenschapper vindt' door Leon Heuts; Advocatenblad; 24 juni 2005