De strafrechtelijke bescherming van jongeren tegen seksuele contactlegging

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Zelfs eventuele bezwaren van de jongere die zich niet als slachtoffer wil laten bestempelen, kunnen door politie en justitie worden genegeerd daar de jongere via de functie van getuige het voor het strafrecht noodzakelijke bewijs reeds geleverd kan hebben; de persoonlijke beschrijving van het voorval is dus belangrijker dan de persoonlijke waardering van het voorval. [...]

'Een jongen van zeventien met een meisje van vijftien. Die is veroordeeld want die gebruikte het meisje. Het was weliswaar vrijwillig dat ze met elkaar naar bed gingen maar de rechter zei van jullie hebben helemaal geen relatie en het is dus geen verkeringssituatie. Die jongen had gewoon tegen het meisje gezegd van: "Goh, zullen we naar boven gaan om te neuken?" en het meisje is daarin meegegaan. De rechter vond het wel onder ontucht vallen, want het is niet normaal hoe er is geacteerd. De vraag is dan wat wel normaal is. Dat is lastig. Wat ook nog een rol speelde, was dat op dezelfde dag ook nog een andere jongen met haar het bed in was gedoken. Namelijk, op het moment dat de ander met haar klaar was. Deze had met haar seks gehad, ging naar beneden en zijn vriend heeft toen zonder dwang seksuele handelingen met het meisje verricht.' (Zedenofficier) [...] Volgens een zedenofficier is de aard van de verhouding cruciaal: 'Als zij al langer met elkaar een relatie hebben, waarbij het gewoon als verkering begint met zoenen en dat bouwt zich seksueel gezien verder uit met steeds verdergaande handelingen, dan zit je juist minder snel in strijd met de sociaal ethische norm.' [...]

Het probleem met de onderzochte ontuchtartikelen is dat ze bedoeld zijn voor specifieke misbruiksituaties, maar in de praktijk kunnen ze van toepassing zijn op heel veel situaties. Het risico bestaat dat een juridisch begrip zoals ontucht als semantisch sleepnet, gelijk aan het begrip 'onveilig' zoals uitgewerkt door Boutellier (2005), gaat opereren daar het meer en meer seksuele gedragingen en daders strafrechtelijk relevant kan maken. Dat is met name aan de orde als moraliteit (normatief) in plaats van schade (empirisch) het uitgangspunt van de bestraffing lijkt te zijn.

bron: Artikel 'De strafrechtelijke bescherming van jongeren tegen seksuele contactlegging' door J.C.W. Gooren; fwos.nl/de-strafrechtelijke-bescherming-van-jongeren-juul-gooren-2011.pdf; Tijdschrift voor Veiligheid (10) 2; Den Haag: Boom Lemma; 2011