De verlangens van de heer A. Moonen

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Moonen wijst op twee naaktfoto's van een blonde jongen. "Hij vindt heel even het Heldere Joch." Overschakelend: "Ik heb toen een zeker koningschap bereikt, dat vijf jaren duurde, want ik heb hem gekend van zijn elfde tot zijn zestiende jaar. De poëzie in 'Stadsgerechten' wordt door hem gedragen en geaksentueerd. Maar juist het Heldere Joch wordt door kritici doodgezwegen. Da's zo jammer. De recensenten willen niet het onderscheid maken tussen de grove seks en de hoge erotiek. En die hoge erotiek die je met zo'n jongen bereikt, heeft niets te maken met de begrippen die volwassenen eraan geven. Ik kan het voorbeeld geven van een rechter die mij moest beoordelen, omdat er van mijn koningschap uiteindelijk een rechtszaak is gekomen." Gnuivend: "Ik ben toen opgepakt omdat ik een zedendelikt met een minderjarige heb gepleegd. Dan praat zo'n man over het geslacht of de mannelijkheid van die jongen. Ik zeg: Beste man, noem dat nou piemel of pikje." Scherper: "Ik heb ze heel goed uitgelegd dat het eigenlijk poëzie is wat ik met die jongen heb meegemaakt." [...]

"Poëzie. Dat heb ik ook tegen zijn moeder gezegd, toen zij eenmaal haar verhaal bij mij kwam halen. Uw zoontje tovert allemaal poëzie mijn kamer binnen, beste mevrouw. En dat onderscheid tussen de grove seks - wat ik vandaag nog beleefd heb met een Publieke temeier en wat ook heel goed kan zijn - en de subtiele poëzie die je met zo'n jongen beleeft, daar zijn de mensen nog niet aan toe. Ze noemen het pedofilie, ja, maar met zo'n term heb ik niets te maken." [...] In één van mijn mooiste scenes uit 'Stadsgerechten' ontluister ik ook het Heldere Joch zelf. Hij is bezig op mij te poepen, terwijl ik peins over een slecht soort kasspinazie uit gezinsblik. Dat is toch zuiver ontluisterend. Sade heeft ook dat soort grappen. Hij schrijft ergens: Wanneer er gevraagd wordt om een anus om in klaar te komen, moeten ze niet stompzinnig met een kut komen aandraven." [...]

Mijn laatst uitgekomen boekje, 'De anale variant', behandelt die merkwaardige overschatting van de vrouwelijke voorkant en de onderschatting van de mannen- en vooral jongensaars." Moonen citeert uit 'De anale variant': "Toch moet hier worden vastgesteld, dat echte kontneukers de voorkeur geven aan knapen en/of mannen. De damesbibs is nu eenmaal dikwijls platter en weker, ja soms op het drillerige af." [...] "Mijn grote leermeester Samuel Beckett, heeft ooit eens maandenlang voortdurend in iemands reet gezeten, zonder precies te weten of het nou om een man of een vrouw ging. Toen hij daarover ging nadenken herinnerde hij zich ineens een baard, dus was het waarschijnlijk een man geweest. Dat vind ik heel wat aardiger dan zo'n Reve, die in de jaren zestig meende te moeten opstuiven op een kongres te Idenburg met: "Ja, maar ik ben een homoseksueel." Dat grote woord moet je helemaal niet noemen. In bed moet er niet gepraat worden vind ik, maar als er dan over seks gepraat wordt, moet dat niet zo ernstig en seieus gebeuren. Goed neuken of goed geneukt worden - goed bezig zijn, zal ik maar zeggen - dat is het lekkerste dat er bestaat, daar kan een etentje van de Argentijn niet tegen op." [...]

"Ik maak de verwarring alleen maar groter. Daar hebben ze pas wat aan over tientallen jaren, als de Heren Neerlandici de balans op gaan maken van de literatuur. Dan zullen ze zeggen: "Die Moonen heeft dat toen al zus en zo gezien en hij heeft het juist gezien."

bron: Uit het artikel 'De verlangens van de heer A. Moonen' door Stephan Sanders; Homologie; 6e jaargang no 5; september/oktober 1984