De zedenmeester nader beschouwd

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Het bedrieglijke in het optreden van de zedenmeester is, dat hij dit motiveert door te wijzen op een hoog motief. Howard Becker spreekt in dit opzicht van "crusaders" - kruisvaarders die van mening zijn dat zij een heilig werk verrichten. McCarthy was werkelijk van oordeel dat de kruistocht tegen het communisme in eigen land moest worden gevoerd; de droogleggers waren bezield door humanitaire gevoelens; de bestrijders van het drug-gebruik wilden de maatschappij beschermen tegen schadelijke risico's (en willen dat nog steeds). Joseph Gusfield stelt, in een artikel hierover in het American Journal of Sociology, dat de zedenmeesters lieden zijn, die hun opvattingen aangaande goed en kwaad opleggen aan anderen van een lagere sociale status - ongeacht of deze laatsten hiervan en hiermee gediend zijn. [...] Door zijn aard is de zedenmeester autoritair; er is slechts machtsuitoefening van boven naar beneden, geen meningsvorming of invloed van beneden naar boven. De zedenmeester is de drager van het verantwoordelijkheidsgevoel; hij maakt het voor anderen wel uit. De tragiek van de zedenmeester is, dat hij de overtreder broodnodig heeft. Voor een belangrijk gedeelte ontleent hij immers zijn positie aan zijn rol als morele "ondernemer". Van tijd tot tijd moet hij zijn stem verheffen tegen het kwaad, dat hij signaleert (en meehelpt definiëren). [...] De zedenmeester gaat voorop in het proces van het "etiketteren" van de overtreders. Door zijn selectieve aandacht te richten op bepaalde aspecten van het gedrag máákt de zedenmeester afwijkers. Het z.g. etiketteren maakt, dat het gewraakte gedrag naar voren wordt gebracht, als een bijzonder brandmerk: de betrokken devianten zijn dan bijvoorbeeld niet meer in de eerste plaats boekhouder, of handelaar in oude metalen, maar homoseksueel of woonwagenbewoner. Men zal zich er niet over verbazen wanneer deze gebrandmerkten zich daarna ook dienovereenkomstig gaan gedragen, en zo krijgt niet zelden de zedenmeester, door de werking van dergelijk zichzelf vervullende profetieën, het gelijk nog aan zijn kant ook.

bron: Artikel 'De opgeheven vinger - De zedenmeester nader beschouwd' door Dirk van Peype; Sextant, 50ste jrg. nr, 2; februari 1970