Een moreel kader voor seksuele contacten van pubers

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Op goede gronden mag worden aangenomen dat de liberale seksuele ethiek een adequaat kader biedt voor de morele beoordeling van seks tussen volwassen personen. Maar biedt de liberale ethiek ook een adequaat perspectief voor de beoordeling van seksuele contacten van pubers, dat wil zeggen van relatief verregaande vormen van seks tussen pubers onderling en tussen pubers en volwassenen? Het antwoord op deze vraag is ontkennend, betoogt Jan Willem Steutel. Kernelement van de liberale seksuele ethiek is het principe van geldige instemming. En afhankelijk van de manier waarop dat principe wordt uitgelegd, heeft de liberale ethiek óf de onacceptabele implicatie dat alle seksuele contacten van pubers moreel ongeoorloofd zijn, óf hoegenaamd geen implicaties voor de morele beoordeling van zulke contacten.

De vraag is dan: kunnen we, als alternatief voor de liberale seksuele ethiek, een moreel prin­cipe formuleren dat wél een adequate toetssteen is voor seksuele relaties van pubers? Steutel meent dat seksuele contacten van pubers, net zoals seks tussen volwassenen, moet voldoen aan het criterium van vrijwillige en geïnformeerde instemming. Als één van de betrokken partijen niet heeft ingestemd, of heeft inge­stemd onder dwang of na te zijn misleid, is de seks moreel ongeoorloofd. Maar anders dan seks tussen volwassenen, moeten seksuele contac­ten waaraan pubers deelnemen nog aan een extra criterium voldoen om moreel geoorloofd te zijn: een criterium dat gelokaliseerd dient te worden in het ouderlijk gezag.

bron: Oratie 'Een moreel kader voor seksuele contacten van pubers' door Prof. dr. J.W. Steutel (bijzonder hoogleraar Wijsgerige pedagogiek, in het bijzonder met betrekking tot morele en burgerschapsopvoeding); www.student.uva.nl/actueel/agenda.cfm/DA11035C-1321-B0BE-682317325EEC3A3C; 21 september 2007