Erotiek en kinderen

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Er is veel angst, geheimzinnigheid en onzekerheid weggevallen, men gaat wat gauwer uit elkaar als het samenleven ondraaglijk is geworden, men voelt zich wat minder schuldig en men weer wat meer. Daar bleef het echter bij. Er veranderde niet veel essentieels aan het gedrag van mensen op seksueel gebied. Ze doen nog steeds hetzelfde. De nieuwe opvattingen hebben niet geleid tot een nieuwe, bevrijdende moraal. [...] Tot een seksuele revolutie is het niet gekomen en de moraal is nauwelijks veranderd. [...]

Vrouwen verrichtten hun "huwelijkse plichten" tegen heug en meug en met de voorlichting, beperkt tot de voortplanting, kwamen heel subtiel en ongemerkt andere boodschappen door: ze zeiden dat het fijn was, maar nonverbaal kwam de tegenstrijdigheid tussen wat ze zeiden en vonden mee over. Kinderen hebben daar een radar voor. Wat we zeggen verwerken ze verstandelijk, wat ze daarbij voelen verankert in hun gevoelsleven. Daardoor kon een vreugdevolle acceptatie van lichamelijkheid en de daarmee samenhangende intense lichamelijke en psychische bevrediging voor de volgende generatie geen gemeengoed worden. [...]

Antropologen en sociologen hebben ontdekt dat verschillende volkeren verschillende taboes in ere houden en dat seksueel gedrag niet bepaald wordt door de "natuur" maar door de toevallige regels van de kultuur waarin hij opgroeit. Dat impliceert dat iedere samenleving van de aanwezige mogelijkheden er sommige goedkeurt en andere afkeurt. Margaret Mead beschreef dat op de Samoa-eilanden moeders geregeld hun zoontjes masturbeerden en het is bekend dat de Engelse victorianen zich wellustig te buiten gingen aan flaggelatie (= geselen om de zinnen te prikkelen). In onze kultuur zijn onder invloed van de joods-christelijke traditie vrijwel alle seksuele uitingen taboe verklaard. Alleen de heteroseksuele koïtus mag onder bepaalde voorwaarden worden bedreven. Er is echter nog nooit aangetoond dat of waarom het psychisch gezond is zich tot die ene vorm te beperken of dat het ongezond is andere vormen te praktiseren. Wel is het duidelijk dat het onderdrukken van zoveel mogelijkheden die ons bij de geboorte zijn meegegeven tot gevaarlijke en traumatiserende uitwassen heeft geleid. Seksualiteit is te sterk aanwezig om met succes te onderdrukken. Als er toch naar wordt gestreefd, leidt dat tot neurotisch gedrag, zelfs tot een hysterische drang tot vernietiging van de erotiek. Zo ontstonden bijvoorbeeld de homofielenvervolgingen bij de nazi's en, recenter, in Amerika. Andere voorbeelden van "sociale" hysterie zijn de gevangenisstraffen waartoe mensen in Californië worden veroordeeld als ze cunnilingus (= het bevredigen van de vrouw met de mond) plegen en de infibulatie (= dichtnaaien van de schaamlippen), waardoor iedere dag honderden meisjes levensgevaarlijk worden verwond en van hun vrouwelijke natuur beroofd. [...]

Een tweede boodschap die kinderen meekregen bij de voorlichting was dat seks hoort bij het volwassen-zijn. Het aantal Lolita's groeit weliswaar onrustbarend snel maar ouders die van hun kinderen houden zien het liefst dat de seksuele ervaringen van hun kinderen zo lang mogelijk worden uitgesteld. Seks is een serieuze zaak, daar moet je rijp voor zijn. Uitingen van kinderlijke erotiek worden niet als zodanig herkend en als dat wel het geval is, worden ze genegeerd of onderdrukt. [...] Vanaf het eerste levensstadium wordt hen bijgebracht dat seks en liefde afzonderlijke gevoelservaringen zijn die niets met elkaar te maken hebben. Ze leren niet dat erotiek, tederheid en intimiteit via seksueel spel kunnen worden uitgedrukt. Hun geslachtsorganen waren namelijk nooit betrokken bij de liefkozingen van hun lichamen door hun ouders. Ouders strelen kinderen niet op de plaats tussen hun beentjes. Het hele lijfje van kleine kinderen wordt geaaid, gekust, geliefkoosd door de mensen met wie ze hun eerste intieme kontakten hebben, vol tederheid en warmte, maar die ene plek wordt uitgesloten van de liefkozingen. Dat kan maar één ding betekenen: die hoort er niet bij, het is een heel bijzonder lichaamsdeel, het staat apart van alle andere en heeft niets met liefde te maken. [...] Ze [eerste indrukken] zinken weg in het onderbewustzijn, maar ze beïnvloeden ons wel. Later komen ze, onbewust en onherkend, boven en spelen ze mee in verwrongen gedrag. We raken ze nooit meer kwijt. Ze kwamen tot ons via de onbewuste handelingen van onze ouders, geladen met dubbelheid en afwijzing van seksualiteit. [...]

Bij agressief gedrag, vandalisme en kriminaliteit speelt vaak het aandacht-vragen een rol en voor veel delinkwenten betekent aandacht dat ze er zíjn en dat dat door anderen erkend wordt. Kinderen die voldoende aandacht, erkenning en liefde kregen, hebben, zoals statistisch is bewezen, geen asociaal gedrag nodig om het gevoel te hebben dat ze wat waard zijn. [...]

Als liefde los staat van de geslachtsorganen, hoe kan dan het vrijen een plezierige, intieme ontmoeting tussen mensen worden? Hoe kunnen mensen een gezonde seksuele moraal en een eigen seksuele identiteit opbouwen - de eerste stap op weg naar zelfstandigheid - als ze hebben geleerd dat seks niet bij het leven hoort? [...] ...rennen we in panische angst naar de zedenpolitie. En dat terwijl kinderen zelf vaak lichamelijk kontakt met volwassenen zoeken. Hun emoties, hun behoefte aan lichamelijkheid, laten zich niet totaal verdringen. Kinderen zijn slim genoeg om allerlei trucjes te bedenken waardoor ze aan hun trekken komen. Op de leeftijd dat ze geleerd hebben dat seks niet mag, weten ze bijvoorbeeld ook dat stoeien onverdacht is als mogelijkheid om hun verlangens naar intieme kontakten te bevredigen. Dus willen ze stoeien. Als kinderen van hun ouders niet de lichamelijke intimiteit krijgen die ze graag willen en die ze nodig hebben, zoeken ze het soms bij anderen. Vaak zijn het volwassenen. De Zweedse kinderpsychiater Else-Brita Nordlund wilde de funeste gevolgen van dit soort kontakten van meer dan honderd kinderen die tussen 1944 en 1949 lichamelijk kontakt met volwassenen hadden, bracht aan het licht dat herhaling daarvan van de kinderen uitging en dat het aantal herhalingen twee maal zo groot was als het aantal kontakten dat tot één keer beperkt bleef. De ervaringen die ze hadden opgedaan waren kennelijk minder bedreigend dan wordt aangenomen. [...]

We hebben niet voldoende herinneringen aan onze eigen kinderjaren om zeker te weten in hoeverre gevoelens van kinderen verschillen met die van volwassenen. Veel van wat we verdrongen hebben behoort tot de sfeer van het gevoelsleven en we herinneren het ons niet omdat we het niet mochten, wilden of konden bewaren in ons geheugen. Wat in strijd was met de heersende waarden en normen drukten we weg omdat we er geen raad mee wisten. [...]

Ze [therapeute en patiënt] keken elkaar aan en ze was er zich van bewust dat de therapeute op haar gezicht de gevoelens van destijds aflas: ze straalde. De ontdekking dat ze de intimiteit met haar vader als kind warm en prettig had gevonden, leidde er toe dat ze normen die ze zich op latere leeftijd had eigen gemaakt en waardoor ze haar vader was gaan haten, kon relativeren. [...]

Ze kunnen niet begrijpen wat een kind beweegt omdat ze van hun eigen kinderlijke gevoelens vervreemd zijn. We reageren met ons verstand en onze regels op het gevoelsmatige gedrag van kinderen. Dit heeft niets te maken met gebrek aan respekt voor het eigene van het kind. We doen het uit liefde, om ze te beschermen, of om aangepaste burgers van ze te maken. (Of dat laatste een goede zaak is, kan alleen de geschiedenis uitmaken). [...]

Recente onderzoeken hebben aangetoond dat vrouwen nog even "frigide" zijn als veertig jaar geleden. Alleen verklaren ze nu unaniem dat ze seks fijn vinden. Vroeger mochten ze tenminste zichzelf zijn en er voor uitkomen dat ze er niets aan vonden. Nu moeten ze ook nog huichelen. Ze veinzen het niet-aanwezige plezier uit angst voor trut te worden versleten, ter wille van de huiselijke vrede of om het ego van hun partner kunstmatig op te schroeven. [...]

Als we ons willen bevrijden van de verkrachtingsmentaliteit en tot een bevrijdende, lustgevende erotiek willen komen, zullen we seksualiteit de plaats moeten geven die het van nature heeft. Kleine kinderen geven die aan. Ze zijn nog niet bang voor seks; van de vele erotische uitingsvormen die ze bij de geboorte hebben meegekregen zijn er nog niet zoveel onderdrukt. De regels die seks beperken tot het levensstadium waarop men wordt geacht volwassen te zijn en tot één, hoogstens twee toegestane handelingen, hebben tot genoeg ellende geleid. Het wordt tijd de bakens te gaan verzetten.

bron: Monique Möller [moeder van drie kinderen en onderzoekster van pedofilie en kindererotiek] in haar artikel 'Erotiek en kinderen'; Sekstant (uitgave NVSH); nr. 3; maart 1981