Handelingen Tweede Kamer betreffende artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht

From Brongersma
Jump to: navigation, search

[Gert Schutte (GPV):] Een overheid die zich tegen kinderporno wil keren, moet er niet voor terugschrikken elke vorm van porno als een maatschappelijk kwaad te bestempelen. Wie dit zedenmeesterij wil noemen, sluit kennelijk de ogen voor wat er werkelijk aan de hand is. [...]

[Koos van den Berg (SGP):] Op het terrein van de kinderpornografie doen zich de verwoestende gevolgen van de zonde bij uitstek voor. De overheid behoort hiertegen naar onze mening krachtdadig op te treden. Dat geldt in feite naar onze vaste overtuiging voor het hele verschijnsel pornografie, dat zedenondermijnend is voor de samenleving. [...]

[Boris Dittrich (D66):] Als een particulier een videoband met verboden afbeeldingen, die hij in bezit heeft voor eigen gebruik, voor iets anders met iemand ruilt dan wel aan iemand uitleent, is dat dan volgens het wetsvoorstel strafbaar? Is hier dan sprake van verspreiden? Mijns inziens is dat niet het geval. [...] D66 is van mening dat een particulier die voor eigen gebruik een exemplaar van een verboden afbeelding in zijn bezit heeft zoveel mogelijk buiten schot moet blijven. [...] Bij het slechts ten behoeve van eigen gebruik in bezit hebben en dus niet het in voorraad hebben moet, gelet op artikel 8 van het Verdrag van Rome, terughoudend worden opgetreden. [...] Ik kom bij de relatie tussen de klachtdelicten en artikel 240. De wetgever heeft bij de afweging of een bepaald delict een klachtdelict moest worden, overwogen dat een kind met wie een seksuele handeling is verricht terwijl het ouder dan 12, maar jonger dan 16 jaar is, ook recht heeft op eigen seksuele ontplooiing. Heeft het kind ingestemd met de seksuele handelingen, dan zou het toch te ver gaan dat het tegen zijn wil als slachtoffer in een strafprocedure wordt betrokken. [...] Ik kom bij het opsporings- en vervolgingsbeleid. D66 heeft veel verontruste reacties binnengekregen op dit wetsvoorstel, niet alleen van ouders wier kinderen seksueel misbruikt waren - daar hebben wij talloze brieven en telefoontjes van gekregen - maar ook van organisaties zoals de NVSH, het COC en het NISSO. Deze organisaties zijn bevreesd dat er een heksenjacht op pedofielen geopend kan worden, als het wetsvoorstel zoals het er nu ligt zal worden aangenomen. De angst dat privécollecties, die niet voor de handel bestemd zijn, in beslag zullen worden genomen, zit hoog. Men beschouwt dit als criminalisering van een bepaalde groep. [...] Op pagina 17 van de nota heeft de regering uitdrukkelijk bevestigd dat strafrechtelijk optreden primair is en blijft gericht op de vervaardiging van kinderpornografie en de commerciële en professionele produktie en distributie daarvan en ook op grootschalige ruilhandel. Wil de minister in dit debat nog eens uitdrukkelijk bevestigen dat er geen grond is voor de vrees dat de politie zich exclusief of met prioritaire aandacht gaat richten op pedofielen? [...] Ik hoop dat toekomstige generaties zullen kunnen zeggen dat wij een verstandige wet hebben gemaakt, die kinderen goed beschermt, maar die niet moralistisch is en niet te zeer ingrijpt in de persoonlijke levenssfeer van anderen. [...]

[André Rouvoet (RPF):] Tegelijkertijd vrees ik dat wij te maken hebben met een innerlijke tegenstrijdigheid, een dubbele moraal. De seksuele vrijheid wordt nog steeds in brede kringen van de samenleving gewaardeerd als een groot goed. De tolerantie voor allerlei aspecten daarvan is groot. Bloot op de televisie of in de reclame is normaal. Het hebben van seksuele contacten met meerdere of zelfs veel partners baart bepaald geen opzien en is als zodanig geaccepteerd. En, om in de termen van dit wetsvoorstel te blijven, ook de ruime verkrijgbaarheid van "gewone" pornografie, alsmede nevenuitingen daarvan, zoals de 06-sekslijnen, wordt door weinigen ter discussie gesteld. Wie dat wel doet, wordt al snel verdacht van zedenmeesterij en moralisme. [...] Men zal mij wel niet misverstaan, maar voor alle duidelijkheid zeg ik: die toegenomen intolerantie voor overschrijding van de grens juich ik toe. Ik noem hem wel dubbel, innerlijk tegenstrijdig, omdat de tolerantie, de permissiviteit, tot aan de grens zo groot is. De NVSH en andere brievenschrijvers hebben gelijk wanneer zij stellen dat onderdelen van het wetsvoorstel op gespannen voet staan met de liberalisering van de seksuele moraal en de zedelijkheidswetgeving. Over de consequenties die daaraan moeten worden verbonden, lopen de meningen weliswaar uiteen, maar dat maakt de observatie op zichzelf niet minder juist. [...] Overigens wil ik er toch nog eens op wijzen dat de Staat nimmer waarden neutraal, zo men wil zedelijk neutraal opereert. Wij zijn hier immers voortdurend doende normen en waarden in wetgeving neer te leggen. Wie geen zeden wil meesteren, zal tegen dit wetsvoorstel moeten stemmen. [...] Er ligt nog een specifiek knelpunt bij uitingen van kinderporno waarbij niet duidelijk is of er een natuurlijk persoon onder geleden heeft, bij betrokken is geweest, bijvoorbeeld getructe films of zelfs misschien wel - gewelddadige - tekenfilms. Er is recent sprake van een dergelijke rage uit Japan. Ik zou hier de lijn willen hanteren dat het enkele feit dat er wellicht geen natuurlijk persoon als slachtoffer valt aan te wijzen, niet moet betekenen dat dit dan maar moet worden geaccepteerd.

[Gerda Dijksman (PvdA):] Als er vervolgens sprake is van een strafbare seksuele gedraging, waarbij het een jongere betreft tussen de 12 en 16 jaar, die echter toestemming heeft gegeven, terwijl er ook geen klacht is ingediend, wordt dan tegen de eigenaar toch nog strafvervolging ingezet? Dat kan mijns inziens niet de bedoeling zijn. Wel meen ik dat deze band op grond van artikel 240b aan het verkeer kan worden onttrokken, op grond van het helingsartikel, in verband met de exploitatie ervan. [...] Tot slot, voorzitter, wil ik stellen dat de fractie van de PvdA zedenmeesterij verfoeit. Seksuele vrijheid is de mogelijkheid, zelf te bepalen wat iemand op seksueel gebied wenst of afwijst. Geen vrijheid is echter onbeperkt denkbaar. De grens van de vrijheid ligt daar waar het gebruik ervan de rechten van andere personen aantast. Zeker de overheid dient zich uitermate terughoudend op te stellen als het gaat om de seksuele identiteit, handelingen en gedragingen van burgers. Augustinus heeft eens gezegd: "De wet van de vrijheid is de wet van de liefde. Heb lief en doe wat u wilt." Die woorden zijn even oud als mooi. [...] Een vertrouwensarts heeft kinderpornografie eens de ultieme vorm van kindermisbruik genoemd. Kinderen die het slachtoffer worden van die gruwelen, vertonen vergelijkbare symptomen als mensen die in concentratiekampen hebben gezeten, aldus deze vertrouwensarts. [...] Het is denkbaar dat door de voorgestelde wetswijziging sommige burgers ten onrechte onder verdenking zullen komen te staan. Ik erken voluit dat die situatie uitermate belastend is. Het kwaad dat zonder de voorgestelde wetswijziging kan blijven voortwoekeren, is echter nog groter. Kinderpornografie verminkt kinderen. [...]

[Minister Winnie Sorgdrager (D66):] Ik ben het er ook mee eens, als hij zegt dat het hele verschijnsel porno iets ontluisterends heeft: zeker voor vrouwen heeft het dat. De vraag is alleen of de overheid er zich vervolgens in die zin mee moet bemoeien, dat men dit soort kwesties strafbaar stelt. Daarvan zeg ik: dat doen wij op het ogenblik niet. Wij doen het alleen wel voor wat betreft kinderen, omdat de ratio van de strafbaarstelling niet zozeer het feit betreft dat er bepaalde zedelijke opvattingen zijn, maar wel het feit dat een kind bescherming verdient. [...] Er moet niet te tolerant worden opgetreden, maar het moet ook geen heksenjacht worden. [...]

[Anne Lize van der Stoel (VVD):] Ik heb schriftelijk en mondeling geprobeerd duidelijk te maken dat volgens mijn fractie "seksuele handeling" een betere afbakening biedt dan "seksuele gedraging", omdat onder dat laatste begrip veel meer dingen kunnen vallen die te maken hebben met moraliteit, met hoogst persoonlijke en dus subjectieve opvattingen, dan mijn fractie bedoelt.

bron: Handelingen Tweede Kamer der Staten-Generaal; Vergaderjaar 1994-1995; Betreft: wetsvoorstel Wijziging van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht (23682); 4 t/m 6 april 1995