Het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee

From Brongersma
Jump to: navigation, search

De grondlegger van de Nederlandse homobeweging is de jurist jonkheer Jacob Schorer (1866-1957). Hij heeft van 1903 tot 1910 in Berlijn meegewerkt aan het Wissenschaftlich-Humanitäres Komitee van Magnus Hirschfeld (1868-1935). Als hij in 1910 in Nederland terugkomt, dreigt een hernieuwde strafbaarstelling van gelijkgeslachtelijke contacten die sinds 1811 niet meer strafbaar zijn geweest. Dat is vooral een gevolg van een opkomende zedenmeesterij vanuit katholieke en gereformeerde hoek. Er wordt vanuit deze kringen geklaagd over 'zedelijke achteruitgang' en men vindt dat de minderjarigen beschermd moeten worden tegen de 'verleiding' door homoseksuele volwassenen.

Een belangrijke drijfveer achter de hernieuwde strafbaarstelling is de katholieke minister van justitie Edmond Regout (1863-1913) die als een gedrevene ervoor pleit dat minderjarigen (in die tijd tot 21 jaar!) beschermd moeten worden 'tegen de homosexueele ontucht van de meerderjarige, aan welke bescherming in het dagelijks leven de behoefte maar al te zeer gevoeld wordt, omdat juist de meerderjarige wellusteling bij voorkeur zijn slachtoffers zoekt in de aankomende jongelingen, die nog onervaren genoeg zijn, om zijne slechte bedoelingen niet aanstonds te doorgronden', aldus Regout. [...]

Schorer en zijn NWHK doen er alles aan om steun van de gevoelsgenoten te verkrijgen. [...] Zijn strijdbare taal wordt echter niet door alle gevoelsgenoten gedeeld. 'Het is de flauwheid der eigen menschen, die ons het meest tegenwerkt.' Hij laat dit naar buiten niet blijken: 'We willen hen niet openlijk in een zoo slecht daglicht stellen.'

Hij schrijft in een brief: 'U weet niet hoe bang de menschen dikwijls zijn. Er zijn er ook die contribueren, wier namen ik niet eens ken. Dat maakt het vormen van een bepaalde vereeniging met statuten, vergaderingen enz. enz., dan ook zoo moeilijk, ja onmogelijk.' [...] 'Het ontbreekt ook vooral nog aan menschen, die zich onder hun vollen naam hieraan willen wijden, en die dat ook kunnen doen in ieders opzicht. Een strijd van anonymi heeft nooit kans op succes.' [...]

We hebben onlangs nog mogen meemaken hoe onschuldige blootfotootjes die in de meeste Nederlandse huishoudens te vinden zijn ineens door een geobsedeerde officier van justitie tot een klopjacht op vermeende kinderporno kan leiden. En het opvallende is dat het uitsluitend om foto's van jongetjes gaat: de homohaat zit ook bij de huidige justitie kennelijk nog diep.

bron: Artikel 'Het Nederlandsch Wetenschappelijk Humanitair Komitee' door prof. dr. Rob Tielman; De Gay Krant, Nummer 388; 2 juli 1999