Het is misschien een soort jaloezie ten opzichte van het kind zelf

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Het toelaten van verlangens van het kind in de vorm van kinderseksualiteit is dus eigenlijk geen werkelijke erkenning. Maar ook met die kinderseksualiteit hebben volwasenen het volgens [René] Schérer moeilijk. In een interview zegt hij: 'De weigering van ouders, van volwassenen, om het plezier toe te staan is, in feite een weigering van het plezier om een kind te zien genieten. Het is misschien een soort jaloezie ten opzichte van het kind zelf, ten opzichte van degenen die in het plezier willen delen of het zelfs opwekken. Er bestaat bij volwassenen een beklemming als kinderen seksueel zien genieten of als ze erin betrokken raken.'

Een gevolg van de houding van volwassenen is dat het plezier van kinderen 'zich nauwelijks ergens kan uiten. Juist omdat men niet bekend is met het plezier van kinderen weigert men het toe te staan. En dan bedoel ik niet alleen bij de wet, maar in de sociale omgang tussen kinderen en volwassenen. Tot op dit moment wordt het plezier zodra het zich manifesteert, in naam van de leeftijd van het kind of van trauma's die het mogelijk zou oplopen, geweigerd. Ik wil daar tegenover pleiten voor een bevestiging van het plezier als iets op zichzelf. Wanneer het naar voren komt zou men er op in moeten gaan, er in mee moeten gaan. Een kind heeft recht op genot'.

Het gaat Schérer vooral om het plezier tussen het kind en de volwassene. Dat een andere manier van omgaan ook pedagogisch wat oplevert moet niet als rechtvaardiging gelden. Wel verwacht hij dat wanneer seksualiteit wordt toegelaten, pedagogische relaties weer tot leven worden gebracht, ze zouden ook vruchtdragender worden. Dat kan echter alleen wanneer pedagogische verhoudingen ook in andere opzichten veranderen; ze zouden niet autoritair of direktief moeten zijn maar gebaseerd op kameraadschap en gelijkwaardigheid. Zowel de huidige ouder-kind relatie als ook de meeste relaties tussen groepsopvoeders en kinderen, en de kontekst waarin die staan. voldoen niet of nauwelijks aan die eis. Nadrukkelijk zegt Schérer dat hij niet voor relaties is waarin volwassenen overheersen. Dit kan worden voorkomen door relaties niet eksklusief te laten zijn: 'Via seksuele relaties die door elkaar lopen, kunnen vormen van overheersing juist worden opgeheven'. Bij de veranderingen die Schérer voorstelt is het ook van belang dat het onderscheid tussen 'kinderseksualiteit' en 'volwassen' seksualiteit ter diskussie wordt gesteld en dat volwassenen nadenken over de manier waarop zij met seksualiteit omgaan.

bron: Uit het boek 'Om het fijne gevoel - Groepsopvoeders over erotiek in de omgang met kinderen' door Theo Sandfort; Aangehaalde citaten uit: Maassen, Dullaart (Niet alle aangename relaties zijn pedagogisch, 1982); Anthos; 1984