Het kind beschermd of bedreigd?

From Brongersma
Jump to: navigation, search

"De leeftijdgrenzen worden in deze tijd echter steeds meer als een probleem gezien. Met een andere kijk op de intieme omgang tussen mensen en op de maatschappelijke positie van het kind wint de gedachte terrein dat een ongenuanceerde kriminalisering van seksualiteit wel eens minder beschermend zou kunnen zijn dan lange tijd was aangenomen. Wanneer men er immers vanuit gaat dat de mogelijkheid tot het genieten van het eigen of andermans lichaam (de zedenwet beperkt zich tot lichamelijke aspekten) niet aan leeftijd gebonden is moet een zo algemene strafbaarstelling wel als een probleem worden ervaren."

En: "Met deze wetgeving heeft iedereen te maken die als opvoeder, of in welke zin ook, met kinderen omgaat en niet in de laatste plaats de kinderen zelf." Aldus Tom van de Loo, voorzitter van de NVSH in zijn voorwoord bij het rapport "LEEFTIJDGRENZEN IN DE ZEDELIJKHEIDSWETGEVING. BESCHERMING OF BEDREIGING?" van de Landelijke Werkgroep Emancipatie oudere-jongererelaties van de NVSH. [...]

In november '78 heeft de werkgroep "Emancipatie oudere-jongererelaties" van de NVSH advies uitgebracht aan de Kommissie Melai. De werkgroep gaat ervan uit dat iets alleen bestraft mag worden als vast staat dat er schade is toegebracht. Tot nu toe verricht wetenschappelijk onderzoek heeft niet tot de konklusie geleid dat seksueel kontakt op zich - tussen kinderen onderling, en dat tussen kinderen en ouderen - schadelijk is voor de kinderen. Integendeel, gebleken is dat er kontakten zijn, waar kinderen, ook als ze volwassen zijn geworden, met plezier op terug kijken.

"De huidige wetgeving gaat voorbij aan het bestaan van seksueel getinte verlangens en initiatieven bij kinderen. Zij brengt lichamelijke intimiteit van kinderen in de sfeer van kriminaliteit zonder onderscheid te maken tussen een het kind opgedrongen contact en een door de betrokken partners gewenst intiem samenzijn," zegt de werkgroep. Door de strafbaarstelling van "ontuchtige handelingen" waarbij personen beneden een bepaalde leeftijd betrokken zijn, is íeder seksueel kontakt van een kind een strafbaar feit, ongeacht hoe of wat. De wet zou een zinvolle bescherming van het kind moeten bieden, bv. in gevallen van geweld en uitbuiting. Wat er echter gebeurt is, dat door de algemene formulering van de wetsartikelen (wat moet je verstaan onder "ontuchtige handelingen") en door het ontbreken van dingen als "zijn beide betrokkenen het eens net wat er in het kontakt gebeurt", allerlei relaties waarbij de betrokkenen er in de verste verte niet aan denken dat ze iets doen wat eigenlijk niet mag, tòch strafbaar zijn. Dat betekent dat strafvervolging en verhoor van kinderen door politie en justitie altijd dreigen. En dat kan pas echt schadelijk zijn: "Met name wanneer het ging om een relatie die voor een betrokken kind belangrijk was en aan de instandhouding waarvan het zelf heeft meegewerkt, zal strafvervolging dit kind achterlaten met verdriet, verontwaardiging en schuldgevoel. Het verhoren van kinderen versterkt dit effect. Deze verhoren betekenen voor kinderen vaak een zware beproeving, temeer daar het onderwerp in de zeer intieme sfeer ligt. Het feit dat het beleefde contact in de sfeer van misdadigheid wordt getrokken is voor het kind dikwijls schokkend, beangstigend en traumatiserend." [...]

Op grond van deze overwegingen, en andere - lees het rapport - pleit de werkgroep en met haar de NVSH voor een algehele afschaffing van leeftijdgrenzen in de zedelijkheidswetgeving.

bron: Artikel 'Het kind beschermd of bedreigd?' door Wiky [Wicky] van Rijssel; Sekstant, nr. 1; 1979