Het moest ook altijd stiekem gebeuren

From Brongersma
Jump to: navigation, search

'We kwamen uit Warns gelopen, daar ging ik naar school. De andere kinderen liepen voor mij uit. Er stopte een auto. Een jonge soldaat klopte op het portier en gebaarde dat ik mee mocht rijden. Ik had hem al eens eerder gezien, hij maakte deel uit van een groepje Canadezen of Amerikanen dat in het dorp een brug aan het bouwen was. Het gekke is: ik voelde dat er iets niet klopte. Terwijl we niet eens met elkaar konden praten. Er was geen taal, geen samenspraak. Hij was in het begin ook niet handtastelijk. En toch wist ik dat ik niet in had moeten stappen. Ik had nee moeten zeggen, weg moeten rennen. We reden naar een stil plekje. Daar heeft hij mij gezoend en - weet je, ik heb er nog altijd moeite mee om er de juiste woorden voor te gebruiken. Ik was, ook toen al, wankelmoedig: natuurlijk was ik bang, maar het had ook iets eervols om uitverkoren te worden door één van onze bevrijders. [...]

Ik kon niet zeggen dat ik het niet wilde, maar hij heeft wel gemerkt dat ik bang was. Het moest ook altijd stiekem gebeuren, op plekken waar niemand was, gehaast, meegetrokken... En toch had hij ook iets aardigs, iets kwetsbaars. [...]

Het enige dat ik hem heb kwalijk genomen, is dat hij ineens was vertrokken. De meester zei: "De soldaten zijn weg." Ik ben naar de brug gehold, naar het weiland waar de tentjes stonden, maar alles was leeg. Ik voelde mij verlaten. Er was een grote afhankelijkheid; ik had toch het idee dat hij me thuis zou brengen. [Rudi zat in de oorlog op een boerderij in Friesland bij een gastgezin.] En als er niemand meer zou zijn, had ik altijd die soldaat nog om voor mij te zorgen.'

bron: Rudi van Dantzig (choreograaf en schrijver) in 'Ik heb nog van alles te vertellen'; Interview door Arjan Visser; Uit het boek 'De tien geboden'; Rainbow Pocketboeken; Uitgeverij Maarten Muntinga bv; Uitgave in samenwerking met Dagblad Trouw; september 2003