Homoseksualiteit en antifascisme

From Brongersma
Jump to: navigation, search

De wijze waarop de Duitse sociaal-democraten en communisten de homoseksualiteit van Ernst Röhm en andere SA-leiders aan de kaak stelden is in dit opzicht illustratief. In de sociaal-democratische en communistische pers verschenen in de jaren 1931 en '32 een aantal artikelen waarin werd gesuggereerd dat de SA werd beheerst door een kliek van homoseksuelen die zich schuldig maakten aan vriendjespolitiek en machtsmisbruik. Jongens in de 'Hitlerjugend' en de jongemannen in de SA zouden aan de lusten van Röhm en de zijnen zijn blootgesteld. 'Hier staat (...) de morele en lichamelijke gezondheid van de Duitse jeugd op het spel', zo werd beweerd in de Müncher Post, een blad van de SPD ('Sozialdemokratische Partei Deutschlands'). Een ander SPD-blad, Vorwärts, speculeerde op de angst van ouders van jeugdige nazi's: de dienst in het bruine leger zou plicht tot homoseksualiteit inhouden. Hitler werd verweten dat hij 'perverse wellustelingen' in bescherming nam. In het communistische dagblad Welt am Abend werden met name jonge werkloze arbeiders als slachtoffers van Röhm opgevoerd. Voorts viel in dit blad te lezen dat de 'Hitler-camarilla' op homoseksualiteit en huichelarij gebaseerd was. Huichelarij, omdat de nazi's antihomoseksuele uitspraken deden terwijl ze homoseksuelen op leidinggevende posities duldden.

bron: Artikel < Homoseksualiteit en antifascisme - Over Klaus Manns 'Homoseksualiteit en fascisme' > door Harry Oosterhuis; Uit het boek 'Fascisme en homoseksualiteit'; Redactie: Ronald Kolpa, Harry Oosterhuis, Theo Schut & Lex van Vorselen; Uitgeverij SUA-De Woelrat, Amsterdam; 1985