In de eerste klas van de lagere school had ik dat warme gevoel voor een jongen

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Al veel eerder - in de eerste klas van de lagere school - had ik dat warme gevoel voor een jongen. Die jongen heette Joop. We waren allebei zes jaar. [...] Joop was een mooi, tenger jongetje. Ik moest aldoor naar hem kijken als hij voor het bord stond. Ik voelde me toen al schuldig aan iets wat niet mocht. Ik mocht niet steeds denken aan Joop - en zeker niet aan Joop in zijn blootje. Maar het was altijd bij me, die gedachte. En die belangstelling voor bloot heb ik nog altijd. En eigenlijk schaam ik me er nog steeds voor. Later kwam er een jonger broertje van Joop op school, die heette Berrie en die was voor mij nog aantrekkelijker. Er was ook nog een tweeling op school, de broertjes T. van de banketbakker op de Binnenweg. In mijn mooiste dromen kwamen ze allemaal voor. En allemaal naakt. [...]

Het werd nog moeilijker toen ik wat over Freud moest weten en leerde dat er een zogenaamde latente fase was, een soort blanke tijd tussen het vierde en tiende jaar, waarin geen duidelijke seksuele belangstelling zou bestaan. Maar in die jaren had ik juist heel duidelijk warme gevoelens gehad. Weer een reden te meer om je schuldig te voelen over je eigen innerlijk. Het heeft jaren geduurd voordat ik door kreeg dat Freud ongelijk had. [...] Zou het langzamerhand geen tijd worden om rekening te houden met heel intense en warme gevoelens bij mensenkinderen van zes jaar? Misschien hebben ze dan als volwassenen wat minder moeite met de praktijk van liefde, verliefdheid en houden van.

bron: Artikel 'Ik weet het nog steeds niet' door Philip den Bouwmeester (pseudoniem van Frits Wafelbakker); Sekstant, no. 1; januari 1975