Jef Last - De jeugd van Judas

From Brongersma
Jump to: navigation, search

JEF LAST, 'De jeugd van Judas'
Enclave, Rotterdam 1962

De novelle begint in het vissersdorp Katwijk, als de Eerste Wereldoorlog uitbreekt. Het zwartharige, bruinogige rijkeluiszoontje Karel ('n jaar of elf) is een buitenstaander temidden van de blonde, eeltige vissersjongens die zich nooit wassen. Hij voelt zich aangetrokken tot de joodse jongen David, maar spuugt hem, om bij de groep te horen, in het gezicht als de anti-joodse sentimenten tot pesterijen op het schoolplein leiden. Ondanks dit incident wordt David de intieme vriend van Karel. Ze ravotten naakt op het strand en genieten samen van de zee, terwijl de vissersknapen, die hier uiteraard niet bij zijn, het zwemmen niet dorsten leren omdat dan "bij overboordslaan het verdrinken alleen maar langer zou duren." Met David spendeert Karel wellicht de mooiste en meest mysterieuze ogenblikken uit zijn jongetjesleven.

Karel gaat in Leiden op het gymnasium. In deze omgeving van snobs probeert hij de erkenning te krijgen die hij op de lagere school niet vond. Hoewel hij getolereerd wordt, is er iets waardoor hij anders is. Hij wordt bevangen door de schoonheid van poëzie. Ook raakt hij in de ban van zijn hautaine klasgenoot Albert, en tot aan het einde van de oorlog loopt Karel slaafs en bewonderend achter Albert aan en doet al het schoolwerk voor hem. Albert raakt verliefd op een meisje en steekt een rede af tegen Karel over hoe hij zich het perfecte huwelijk voorstelt. Natuurlijk moet Karel hem helpen het meisje te veroveren. Maar als de drie gezamenlijk zitten te praten, blijkt dat Albert niets van gedichten afweet, en Karel veel boeiender is...

De novelle stort de lezer voor een paar uurtjes in het beklemmende geluk van de jeugd en het voorbije. Mij deed 'De jeugd van Judas' zowel aan 'Werther Nieland' van Reve denken (de psychologie van kinderen en de openbaring van hun onschuldige wreedheid), als aan verscheidene romans van de Koning der Melancholie, Boudewijn Büch, wiens vertellingen zich vaak in Wassenaar en de Wassenaarse duinen afspelen. Er zijn ook overeenkomsten met de pas uitgegeven novelle 'De glazen schelp' van Jaap Zijlstra, waarin twee gevoelige jongens vriendschap sluiten in een dorp aan zee. De ene jongen ontwikkelt schizofrenie; de ander komt achter zijn homoseksualiteit.

De uitgever van 'De jeugd van Judas', Enclave, heeft ook 'Vervolgde minderheid' en 'Costa Brava' van Frits Bernard uitgegeven (in één band in 1984). Volgens Paidika, jaargang 2, nummer 2, zijn van 'De jeugd van Judas' maar zo'n 550 exemplaren gedrukt. Het omslag van de novelle toont de Katwijkse vuurtoren waarin zich de slotscène afspeelt. De magie van het weinig gestileerde verhaal zit hem in de psychologische diepte en de melancholie die zonder veel omhaal van woorden worden bewerkstelligd. Ik raad de lezer absoluut aan een poging te doen om deze verstofte parel - terecht geen gemeengoed, want de massa verdient geen parels - op te sporen.

bron: Boekrecensie < Jef Last, 'De jeugd van Judas' > door C.C. [edit]; OK Magazine, nummer 73; juni 2000