Kinderen, erotiek en seksualiteit - Verslag van een thema-avond in Den Haag

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Door: Ben Füss

"Kinderen, Erotiek en Seksualiteit" is een groot onderwerp. Het is een ontzettend groot onderwerp. En als de zaal helemaal vol zit met zelfbewuste mensen, is het misschien wel te groot. Ik mocht uit allerlei hoeken meer dan twintig ideeën en invalshoeken optekenen en ik zou veel meer ruimte nodig hebben om ze samen te vatten. Is het onbevredigend, als ik dat niet doe? Ik zou zeggen: zie zo'n avond als een hogedrukpan. Je wordt spoedig gaar, maar het denken komt flink op gang. En vanuit die stemming geef ik mijn impressie.

De inleiding van 'pedagoog-seksuoloog' Ben van Weelden deed me even het ergste vrezen. 'Kind', 'sensualiteit', 'erotiek', wat is dat precies? Het zijn oeverloze woorden, met zoveel hoofden zoveel betekenissen. Wat weten we van seksualiteit en wat is het precies? Dat was voor de deskundigen nog een moeilijke zaak, vertrouwde hij het publiek toe. En als wilde hij het probleem van die vorsers nog scherper stellen, toverde hij een die tevoorschijn, voorstellende niets minder dan het psychosomatisch terugkoppelingscomplex van de seksuele opwinding. Een ontbrandingsschema van de viertakt-benzinemotor was er kinderspel bij. Dit is seks eigenlijk, sprak hij. Om me heen hoorden ik hier en daar een klomp breken: maar de charmante spreken maakte het onmiddellijk goed door vermoedelijk zeer te zake op te merken, dat menigeen in de zaal wellicht meer kaas gegeten had van het hele onderwerp dan de eerste de beste hooggeleerde.

Geschiedenis

Het eigenlijke praatje begon met een duik in onze cultuurgeschiedenis, zo te horen aan de hand van werk als van Jos van Ussel en pedagoge Lea Dasberg. Men stelt zich kinderen veelal voor als seksloos, en in elk geval probeert men kinderen 'er' buiten te houden; men weet: kinderen en seks horen iet bij elkaar. Welnu, dit is niet steeds zo geweest. Zelfs 'het kind' en 'seksualiteit' op zich zijn recente cultuurproducten. Eerst de filosofen van de zogeheten Verlichting, zoals Rousseau rond 1750, werkten het idee uit van een maakbare mens. Houd de jonge mensen weg van de slechte wereld en ze zullen (eindelijk eens) goed en gaaf opgroeien. Het denkbeeld sloeg in bepaalde kring aan, en de aldus apart gehouden jongeren gingen inderdaad iets aparts vertonen. Typisch kindergedrag, zou men spoedig leren vaststellen. Eén van de zaken waar deze bloem der natie gaandeweg van werd afgeschermd, was het 'seksuele'. What's in a name: op dit gebied werden de eisen steeds scherper gesteld, want dit onderwerp was ook nog in worden.

Kort en goed, in oppassende burgerkring werd op een dergelijke "opvoeding" steeds vaker prijs gesteld. Maar ook kinderen hebben allerlei gevoelens of ze zijn nieuwsgierig, en dus creëerde de onderdrukking een probleem. Houdt kinderen van jong af aan maar eens weg bij het vuur, verbiedt ze elk spel ermee, elke ervaring: tegen de tijd dat ze groot zijn, zijn het allemaal geobsedeerde pyromanen of ze maken de vreselijkste ongelukken door onwetendheid. En zo heeft het opvoedkundig en hygiënisch beschavingswerk onder steeds breder lagen van de bevolking tot op heden een steeds massaler probleem opgeleverd: onze jong volwassenen worden getekend door een bepaalde achterlijkheid. Dit nu is een misstand. En wat moet hieraan gedaan worden? Het antwoord van een beroepsopvoeder mag ons niet helemaal verbazen. Er moet massaal en zo vroeg mogelijk seksuele voorlichting worden gegeven! Voorwaar een stellingname. De spreker was de eerste om toe te geven dat een geïntegreerd leerproces van kindsbeen aan natuurlijk te verkiezen was, maar gegeven de cultuurbepaalde onwetendheid moeten we handelen en desnoods opdringen. Hiervoor zag hij vijf argumenten:

  • Er is behoefte aan, want veel kinderen zijn 'er' ondanks alles op de basisschool al volop mee bezig.
  • Seks is belangrijk in het leven, dus je moet je terdege voorbereiden op het relationeel en seksueel functioneren, zoals eerlijk leren zijn tegenover jezelf en kunnen onderhandelen met een ander.
  • De assertiviteit moet ontwikkeld worden. 'Nee' kunnen zeggen tegen de onprettige kanten.
  • De informatie over seks die werkelijk van alle kanten op je afkomt, moet je leren interpreteren.
  • Kennis over de technische en biologische kanten van seks blijft noodzakelijk: zwangerschap, ziekten en voorbehoedmiddelen.

Aldus het betoog in een notedop. Ik vind dit kras. Zeker, een beetje biologie lijkt me nuttig. Informatie die op je afkomt leren wegen lijkt me zelfs zeer nuttig, en ik zou beginnen met de informatie van seksuologen en voorlichters. Maar is voorlichting het antwoord op een onderdrukkende opvoeding? Dat zou al heel kras zijn. Laat ik enkele overwegingen op een rij zetten.

Verkeersles

Van Ussel heeft in zijn proefschrift van 1967 uitgeplozen waar dat idee van seksuele voorlichting vandaan komt. Juist de deels clericale spitsburgers die de onwetendheid bij wijze van doorgeven teweegbrachten, kwamen als vanzelf op de noodzaak van voorlichten. Daarbij dachten ze sterk in termen van spelen met vuur, besmetting, verkeersles en leren autorijden. Cultuuronderzoeker Foucault schijnt op zijn beurt tamelijk helder te hebben gemaakt dat opgedrongen voorlichting de onnozelheid niet opheft, maar uitbouwt: deskundige praat verstoort een eigen, onbevangen en voorspoedig leerproces. Ik geloof dat de zaal zich bij zo'n idee van de kwestie wel iets kon voorstellen. Mij lijkt dit aspect ernstiger dan de eventuele vraag of de zelf smetteloos opgevoede voorlichters soms merendeels bang makende en modieuze onzin uitkramen.

Het idee van een algemeen verbreide opvoedingscultuur 'zonder seks' is een stereotypering van de werkelijkheid. Het is als met Algemeen Beschaafd Nederlands. Afgezien nog van de vele dialecten was daar tot ver in deze eeuw onder arbeiders bijzonder weinig van te merken. In menige achterbuurt is dat nog steeds zo, en dan bedoel ik niet alleen dat ABN. En dan nog iets: een baby heeft met cultuur niks te maken, die begint blanco. Als moeder de borst gaat geven is er geen baby die zegt: hola, doe dat ding weg, ik ben geschokt, ik ben dit niet gewend. En droomt moe weer eens soezend weg van het ontroerend genoegen dat het zogen kan geven, dan is er geen uk die het slobberen onderbreekt en haar vlijmscherp toevoegt dat ze wel een beetje bij de les moet blijven: "Borstvoeding OK, maar het moet wel functioneel blijven." Welnee, de vitaliteit van elk nieuw kind verleidt en daagt de ouders uit de vreemde normen van de tijd te trotseren en ook na de babyfase iets te doen met de lekkere plekjes die de spruit (nog) vol vertrouwen aangeeft. Menig ouder lijkt ervan bijgeleerd te hebben. Spreken van "de cultuur" lijkt me in deze zeer kortzichtig. En omdat er constant culturen bijkomen, is er al helemaal geen reden meer om de Calvijnse opvoeding hier als culturele hoofdstroom te beschouwen. Wel is er reden om stel te staan bij de vraag waarom die meer levenslustige praktijken en leefstijlen nauwelijks zichtbaar zijn. Hoezo 'pluriforme' samenleving? Hebben we hier soms een democratieprobleem? Eén opmerking uit de zaal vond ik bepaald markant: wat is dit voor a-politieke stellingname? Als kinderen de positieve ideeën van de voorlichters over seks in praktijk brengen, krijgen ze binnen de kortste keren van bevoegde zijde de hele hulpverlening, incestdeskundigen, kinderbeschermers en de politie over zich heen. En wie godlof kinderen wil aanmoedigen zich te ontplooien, heeft al helemaal geen poot om op te staan. Dus over wat voor voorlichting hebben we het hier eigenlijk? Een NVSH is toch zeker niet het zelfde als de Vrijgemaakte Universiteit te Amsterdam! Deze avond, het was een bijzonder welgevulde soep, maar ook een ontmoeting van werelden.

Artikel 'Kinderen, Erotiek en Seksualiteit - Verslag van een thema-avond in Den Haag' door Ben Füss; OK Magazine, nr. 42; juni 1993