Mosse Lezing: Therapeutische castratie van zedendelinquenten

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Joost Vijselaar: Therapeutische castratie van zedendelinquenten (Nederlandstalig)
Discussie: Theo van der Meer, historicus

Samenvatting: Therapeutische castratie en andere psychiatrische behandelingen van zedendelinquenten

Onlangs is door een onderzoeksgroep van het Departement voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht op verzoek van de Tweede Kamer onderzoek gedaan naar de chirurgische castratie van zedendelinquenten in Nederland tussen 1930 en 1968. In die periode zijn met zekerheid 540 castraties gedocumenteerd. Het volledige aantal lag zeker hoger. De behandeling werd geaccepteerd als een gewone, zij het ingrijpende therapie. Die aanvaarding had veel te maken met de onmacht van het strafrecht en de psychiatrie om zedendelinquentie in te perken. Als middel ter voorkoming van recidive bleek castratie effectief.

Met het oog op de ernst van de ingreep werd deze in beginsel alleen onder strikte voorwaarden uitgevoerd: het was een laatste redmiddel en de betrokkenen werden geacht vrijwillig voor de behandeling kiezen. Behalve bij de behandeling van TBR-verpleegden blijkt castratie aan de orde te zijn geweest binnen de gewone strafrechtspleging. Op grond van een voorgenomen of uitgevoerde castratie met medeweten van OM of rechter werd een verdachte soms tot een voorwaardelijke gevangenisstraf of voorwaardelijke TBR veroordeeld. Binnen TBR bestond er sedert 1938 een procedure waarbij de TBR verpleegde vrijwillig een machtiging diende te vragen aan de minister. Over het algemeen hield men de hand aan deze voorgeschreven procedure, al kwamen er uitzonderingen voor. In totaal zijn 384 TBR-verpleegden met castratie behandeld. Essentieel was - volgens de algemene consensus - dat castratie op basis van vrijwilligheid werd uitgevoerd. Bij de mate van vrijwilligheid konden vraagtekens worden geplaatst wanneer nog vóór een rechterlijk vonnis tot een ingreep werd besloten om een veroordeling te ontgaan.

In de meerderheid van onderzochte gevallen van castratie ging het om plegers van ontucht met personen onder de 21 jaar zoals veroordeelden wegens artikel 248bis W.v.S., het artikel dat specifiek ontucht tussen meerderjarigen (21+) en minderjarigen van hetzelfde geslacht strafbaar stelde van 1911 tot 1971. Chirurgische castratie maakte in de jaren zestig steeds meer plaats voor andere behandelingen waaronder chemische castratie. Ook veranderde de maatschappelijk-seksuele moraal, waardoor deze ingrijpende behandeling niet langer aanvaardbaar werd geacht.

Prof. dr. Joost Vijselaar is historicus en museoloog en als bijzonder hoogleraar 'Geschiedenis van de Psychiatrie' verbonden aan het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. Zijn aandachtsgebieden zijn onder andere de geschiedenis van het psychiatrisch ziekenhuis en van psychiatrische therapieën. Zo houdt en hield hij zich bezig met de geschiedenis van dierlijk magnetisme en hypnose, en de ontwikkeling van het gebruik van elektriciteit als behandelmethode. Vijselaar schreef onder andere 'Het gesticht, enkele reis of retour' (2010). In die studie analyseert hij aan de hand van patiëntendossiers de functie en werking van de psychiatrische inrichting in Nederland tussen 1890 en 1950. In 2012 publiceerde hij samen met Timo Bolt de biografie van de hervormer van de Nederlandse krankzinnigenzorg, de Utrechtse hoogleraar prof. dr. J.L.C. Schroeder van der Kolk (1797-1862). In opdracht van de Tweede Kamer en het ministerie van VWS verrichte recent een team onder zijn leiding onderzoek naar de toepassing van chirurgische castratie bij de behandeling van zedendelinquenten in Nederland tussen 1930 en 1970.

[Tijd: woensdag 18 november 2015, 20-22 uur; Plaats: Doelenzaal, Universiteitsbibliotheek Universiteit van Amsterdam, Singel 425; Toegang gratis]

bron: Betreft Mosse Lezing 'Therapeutische castratie van zedendelinquenten' door Joost Vijselaar; Met een discussie door Theo van der Meer (historicus); Email homoverzendlijst van 8 november 2015; Lezing: Universiteitsbibliotheek Universiteit van Amsterdam; 18 november 2015