Naar een seksuele ethiek voor de puberteit

From Brongersma
Jump to: navigation, search

Biedt de liberale seksuele ethiek een adequaat perspectief voor de puberteit? En, als dat niet het geval is, wat zou dan een adequaat alternatief zijn voor de morele beoordeling van seksuele contacten van pubers? Het is mijn bedoeling op zoek te gaan naar een antwoord op deze tweeledige vraag. [...]

Een belangrijke implicatie van deze opvatting is dat de instemming van pubers met seksuele contacten ipso facto ongeldig is, en daarmee altijd op zichzelf beschouwd onvoldoende is om zulke contacten moreel geoorloofd te maken. Immers, omdat hun vermogen om prudent te oordelen en volgens dat oordeel te handelen nog onvolgroeid is, kan hun instemming niet voldoen aan het competentiecriterium. Daarom mist hun instemming, ook wanneer elke vorm van dwang of bedrog afwezig is, die magische, moreel transformerende rol die eigen is aan de vrijwillige en geïnformeerde instemming van volwassen personen. [...]

Ter onderscheiding van het liberale principe van geldige instemming, zal ik dat morele beginsel het principe van ouderlijke instemming noemen. Het kan als volgt worden verwoord: Seksuele contacten van pubers zijn moreel legitiem, indien, en alleen indien, alle betrokkenen er vrijwillig en geïnformeerd mee hebben ingestemd, en de ouders ermee hebben ingestemd op grond van hun weloverwogen oordeel dat de seks de belangen van de pubers niet zal schaden[.] [...]

Een eerste richtlijn is dat ouders er goed aan doen de pubers uit te leggen welke overwegingen hebben geleid tot hun beslissing om wel of niet in te stemmen met hun seksuele contacten. [...] Een tweede richtlijn houdt in dat ouders hun kinderen zouden moeten stimuleren om hun eigen mening over de seksuele contacten die zij willen aangaan naar voren te brengen. Ook al hebben pubers nog niet het recht van seksuele zelfbepaling, zij hebben wel het recht om door hun ouders te worden gehoord (Archard, 2004, p. 64-66, 117). [...] Als derde en laatste richtlijn wordt ouders aanbevolen voor de pubers een ruimte af te bakenen waarbinnen zij naar eigen believen kunnen experimenteren met seksuele contacten. Door zo'n vrije ruimte te creëren, wordt niet alleen tegemoetgekomen aan de groeiende behoefte van pubers aan autonomie, het geeft hun bovendien de kans om te leren van hun eigen fouten. [...] Het is de taak van ouders om ervoor te zorgen dat die experimentele leerschool relatief veilig is. De risico's mogen niet te groot zijn en eventuele schade moet beperkt blijven. Dat vraagt van ouders om tegenover hun kinderen de grenzen van die vrije ruimte helder te markeren, bijvoorbeeld door met hen af te spreken dat zij altijd gebruik zullen maken van voorbehoedsmiddelen, dat zij niet zullen deelnemen aan seksfeestjes en zich verre zullen houden van zogenoemde breezerseks, of dat zij geen afspraakjes zullen maken via het internet, maar alleen seksuele contacten zullen aangaan met vertrouwde personen van ongeveer dezelfde leeftijd. Zo maken ouders duidelijk met welke vormen van seks zij op voorhand al dan niet kunnen instemmen.

bron: Uit het boekje 'Naar een seksuele ethiek voor de puberteit' door Jan Willem Steutel; Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen; Vossiuspers UvA, Amsterdam; 2007